Blog Image

Blogaroundtheworld

Termieten….mmmm….

Reisverslag Ecuador Posted on Mon, August 19, 2019 20:35:31

Na vier dagen Banos is het tijd voor de jungle. De weg ernaar toe is prachtig. We passeren een dozijn watervallen rijdend door een ravijn. Opeens opent het ravijn zich en zien we voor ons de Amazone liggen. Wat een prachtig gezicht. Het is warm tegen de 25 graden. Wat een verademing na de kou van de hoogvlakte. Via Puyo rijden we door naar Tena, een basis voor jungeltochten. Met een tussenstop bij Amazoonica. Dit is een tip van de Franse Laurie die we in Llullu Llama ontmoet hadden. Zij had drie maanden als vrijwilliger in dit opvangcentrum voor wilde dieren gewerkt. Het blijkt nog niet zo eenvoudig om er te komen. We nemen een smalle dirt road richting Puerto Barantillo. Google Maps geeft het al snel op, dus doen we het op de “Donde es la strada a Puerto Barantillo†manier. Na 45 minuten komen we bij welgeteld 1 huisje aan de rivier terecht. Is dit “de havenâ€? Ik spreek twee mannen aan of ze ons naar Amazoonica kunnen brengen. Hun boot ligt klaar, dus ja. En daar varen we in een motorkano over de prachtige brede Rio Napo. Genieten! Onze “kapitein†vertelt dat hij hier woont en 8 kinderen heeft. Hij zet ons na 10 minuten af en belooft over 1,5 uur weer terug te komen. Amazoonica is dus een opvangcentrum voor zo’n 350 dieren die mishandeld zijn door mensen of gewond geraakt. Er zijn veel vogels (papegaaien), tapirs, anaconda’s en diverse soorten apen. Een Spaanse vrijwilliger geeft ons een rondleiding. Hun streven is dat de dieren weer teruggezet worden in de natuur. Hiervoor hebben ze goedkeuring nodig van het ministerie. Sommige dieren, zoals gekortwiekte papegaaien kunnen niet teruggezet worden. Leuk was ook de “walking treeâ€, een boom die zich 8 cm per jaar kan verplaatsen.

We slapen in Tena in Hotel Yutzos, op zich een ruime kamer met uitzicht op de rivier en met airco, maar zeker het minst sfeervol van onze overnachtingsplekjes tot nu toe. De volgende dag gaan we met de organisatie Akangau, geleid door lokale Kicwha mensen, een (jungle)tour doen bij Misahualli.

Iwan is onze gids. We beginnen met een kanotocht in een lagune. Heel langzaam peddelen we langs de dichtbegroeide jungle. Onze gids is erg goed. Hij spot twee bijzonder vogels (Grijze en vale reuzennachtzwaluw) die een camouflagekleur hebben en eigenlijk op een boomstronk lijken. Ook zien we een grote hagedis, kaaiman en apen in de verte. Dan stappen we uit en met onze jungle kaplaarzen gaan we achter Iwan met zijn grote “machete†(kapmes) de jungle in. We snappen al vrij snel het nut van de kaplaarzen. De grond is modderig, we balanceren over takken en boomstammen en soms zak je een flink stuk weg. Iwan vindt het leuk om de weg vrij te hakken van lianen, struiken, bladeren en spinnenwebben. Iwan weet echt heel veel. Hij wil ons survivaltips geven. Dus laat hij ons zien hoe je termieten kunt eten (en Andre doet dat, de held), hoe je wit sap uit een boom als lijm kunt gebruiken om wonden te hechten (bijvoorbeeld als je jezelf met je kapmes verwond hebt), hoe je rood sap uit een andere boom kunt gebruiken als zonnebrandcrème en hoe je van de “palmata boom†van alles kunt vlechten. Hier wordt de beroemde Panamahoed (die dus eigenlijk uit Ecuador komt) van gevlochten, maar ook de daken van huizen en die gaan 7 jaar mee. Tenslotte komen we bij een imposante 700 jaar oude boom uit. Hier laat hij zien dat als je hier hard met een stok tegen slaat, dit de functie heeft van een mobiele telefoon (alarmslaan) want het geluid draagt heel ver. Er hangt ook een liaan en Luna klimt een stuk omhoog en komt dan oog in oog met twee vleermuizen die zich daar nestelen. Ook wijst Iwan ons erop dat er een grote tarantula zich verborgen houdt aan de zijkant. Teruglopend naar de kano, zien we nog een groep van tamarin apen. Wat een mooie ervaring. We lunchen in Misahualli en nemen dan een andere boot naar Comunidad Shiripuno. Hier krijgen we uitleg over een 15 meter hoge heilige rots en laten de vrouwen een traditionele dans zien.

Dit is de eerste keer deze vakantie dat we flink bezweet zijn. We hebben zin in een zwembad. Er is een lokale pool ergens buiten Tena. Na 7 keer de weg vragen, vinden we ‘m. We betalen 2 dollar entree en de we duiken erin. Ons eerste zwembad deze zomervakantie! Er is zelfs een glijbaan bij. Dat is wel een beetje gammele en roestige constructie. Maar toch gaat ie nog best hard. Na een uurtje steekt er opeens een storm op als we boven bij de glijbaan staan. Het wordt donker en bladeren waaien uit de bomen. Het zwembad is opeens bezaaid met bladeren. We drogen ons snel af en gaan naar huis. ’S Avonds is de elektriciteit in de helft van de stad uitgevallen en ‘s nachts regent het hard. Tena staat ook bekend voor raften, dus boeken we de tweede dag een raftour bij Raftamazonia, ook geleid door lokale Kicwha mensen. Om 8:00 worden we opgehaald door Fausto (onze gids) en Nixon, die mee peddelt in zijn kayak om ons te redden als we eruit vallen. Ook gaan twee Ecuadoriaanse studentes toerisme mee. Zij moeten voor hun studie deze excursies ook zelf doen. Na 45 minuten rijden in een busje met de Raft op het dak komen we bij ons beginpunt uit bij de Rio Yatuhyacu naam. Fausto kijkt naar de snel en wildstromende rivier en zegt dat ie wel erg hoog staat. Wat wil je na een nacht regenval. Normaal is dit een class III rafting rivier, maar door de hoge waterstand neigen sommige trajecten nu naar class IV (gevorderden). We beginnen met een zwemvest en helm aan te trekken en op te zetten en dan komt de uitgebreide uitleg van Fausto. Het lijkt wel alsof we in het leger zitten. Forward. Backward. Un dos. Stop. Fausto neemt alle commando’s en wat te doen in noodsituaties (omslaan/eruit vallen) op het land en daarna oefenen we ook in het water. We schreeuwen met zijn allen keihard “ Un..dos…†om zo gelijk te roeien. Na een kwartier oefenen is Fausto tevreden. We mogen weg. Ik moet eerlijk zeggen dat ik ‘m wel een beetje knijp als ik die rivier zo snel zie gaan.

Al snel slaan de eerste golven de boot in. Brrr koud. Fausto schreeuwt hard tegen ons en op sommige plekken slaat zijn stem soms over en schreeuwt hij: “SNELLER”. Doordat we zo hard moeten werken, heb ik weinig tijd om echt bang te zijn. Dit is best leuk en ik heb veel vertrouwen in Fausto die de rivier goed kent en weet waar de rotsen zijn die we moeten ontwijken. Nixon verkent soms vooruit en gebaart dan naar Fausto. Nixon is trouwens echt een held in zijn kayak. Hij zoekt de gevaarlijke stukken op en laat zich steeds omdraaien onder water. En hij maakt foto’s van ons. De Ecuadoriaanse studente achter mij roeit niet goed. Fausto wijst naar Luna en Dille en zegt dat zij wel goed roeien terwijl ze het voor het eerst doen. Het meisje kijkt bang en we hebben met haar te doen. Na een goed uur, stoppen we langs de rivier om te gaan lunchen. De koelbox zat vastgesjord midden in de boot. Ze leggen een groot bananenblad neer als “tafellaken†en we krijgen heerlijke vegetarische Ecuadoriaanse burrito’s met tomaat, bonen, kaas, komkommer en dorito’s. Echt een superlunch! Omdat de rivier nu zo snel stroomt, zijn we een half uur later al weer terug in Napo. Jammer dat het alweer voorbij is!

Omdat Tena en ons hotel een beetje tegenvalt, checken we een dag eerder uit en hebben we een nachtje in Termas Papallacta geboekt. Een mooi viersterrenresort op 3300 meter hoogte in een gebied met hete termale bronnen. Doordat de rafting zo snel ging, kunnen we – na een frozen yoghurt- al om 14:00 uur op weg naar Papallacta. De reis gaat voorspoedig en ik verheug me al op de hete baden. Onderweg valt het Andre op dat de weg op veel plaatsen instabiel is. We zien veel aardverschuivingen en scheuren in de weg. Ook zien we een grote harige spin de weg oversteken. Opeens staat het stil. Echt stil. Ik stap uit en loop naar voren om te kijken wat er aan de hand is. Iedereen staat stil. Ik vraag een man langs de kant van de weg wat er aan de hand is. De weg is afgesloten tot 18 uur zegt hij doodleuk. Er is twee maanden geleden een grote aardverschuiving geweest. Overdag wordt hier aan gewerkt en is de weg afgesloten. Na 6 uur en ’s nachts mag het verkeer erdoor. Dit is dus een hele belangrijke verkeersader van de jungle naar Quito. Omrijden kost zeker 8 tot 10 uur. En zit dus niets anders op dan te wachten en te hopen dat de weg daadwerkelijk open gaat. Het is een klein gehucht met toevallig een “banos†(WC) en een klein supermarktje, waar ik twee zakken chips en icetea koop. Dus lezen we, luisteren we muziek, kijken de meisjes films, schrijf ik mijn blog. Het is 18 uur en nog steeds niets. Wat als de weg niet open gaat. In de auto slapen? Ik loop weer langs de lange rij naar voren en spreek een politieagent aan. Hij zegt dat er weer een kleine aardverschuiving is geweest en dat ze hard aan het werk zijn. Terwijl hij dat zegt rijdt er een ambulance met gillende sirenes voorbij. Echt fijn dit. De politieagent kijkt hoopvol en verwacht dat de weg 19 uur wel open gaat. Geduld dus. En jawel, om vijf minuten voor zeven komt er – na 3,5 uur wachten- beweging in de rij. We kruisen onze vingers en rijden in een kolonne door. We zien aan de zijkant van de weg verkeersborden met Zona de Derumbes (aardverschuivingen). In het donker passeren we drie plekken waar de vangrail weggeslagen is en we een klein beekje moeten oversteken. We hebben mazzel dat onze richting eerst mag. Honderden autolampen schitteren ons tegemoet. Soms stapvoets rijden we door. Ik ben blij als we om 20:15 ons hotel bereiken. We zien mensen met donsjassen en mutsen op en Luna stapt vrolijk in haar Tena jurkje uit de auto. We eten snel in het restaurant en duiken dan in de hete pools drie stappen verwijderd van ons huisje. Wat een heerlijk hotel. Luxe kamers, vriendelijk personeel en dan die hete baden onder een mooie sterrenhemel. We genieten ervan tot 23 uur terwijl het buiten erg koud is en hard waait.

De volgende dag slapen we wat uit en ontbijten we rustig. De dokter van het hotel kijkt nog naar mijn teen die ik tijdens het raften onder water aan een steen gestoten heb. De teen doet veel pijn en is pimpelaars. Gelukkig zegt ze dat ie niet gebroken is. Bij de receptie hoor ik dat de pass naar Quito (van 4100 meter) afgesloten is vanwege de sneeuwval vannacht. We zitten dus eigenlijk klem nu. De verwachting is wel dat de pass rond het middaguur weer open is. We gaan voor de late checkuit en gaan naar de Spa naast het hotel. Het is rustig en we hebben de zes grote en fraai aangelegde hete baden bijna voor onszelf. Omringd door bergen, waar op de top verse sneeuw ligt. Op en top genieten.

Rond een uur of twee vertrekken we richting onze laatste bestemming Otavalo. We klimmen langzaam. Langs de weg zie ik weer de Polyepsis. De vrij spooky boom die zich als een van de weinigen bomen boven de 3500 meter hoogte weet te handhaven. Verkeersborden waarschuwen voor overstekende beren, huh? Op de Papallacta pass zien we sneeuw liggen. We zien veel, met name Ecuadorianen, uitstappen en foto’s maken met de sneeuw. Wij rijden door en dalen snel af. Na ongeveer een half uur zie ik alweer cactussen. Dit is echt Ecuador. Zo veelzijdig, zo veel verschillende klimaatzones en vegetatie bij elkaar. Tijdens deze route gaan we de evenaar passeren. Bij Quito is hiervoor een vrij toeristisch punt, dat bovendien 270 m van de echte evenaar afligt. Wij gaan voor het -niet toeristische- Quitsato, een grote zonneklok, het enige monument ter wereld die precies op de evenaar ligt. We worden hier vriendelijk ontvangen door een jonge student. Hij vertelt vol trots over het project http://www.quitsato.org/?lang=en en natuurlijk maken we daar de foto met het ene been op het noordelijk en het andere been op het zuidelijke halfrond. In Otavalo slapen we bij Hostal Dona Esther. Een lieflijk hostal in het centrum vlakbij Plaza Bolivar. Wij krijgen de familiekamer met klein keukentje erbij op het dak naast het dakterras. Wat een andere locatie weer zo midden in de stad met prachtig uitzicht De kamer is ruim, maar kan wel een likje verf gebruiken en helaas stinkt de badkamer enorm en is het vrij stoffig getuige de vele niesbuien van Luna en mijzelf binnen. Het personeel is wel behulpzaam en probeert dit te verhelpen.

Onze laatste volle dag. We rijden richting Laguna de Mojanda. Drie mooie meertjes gelegen op 3800T meter hoogte. Het is weer een hobbelweg, maar de beloning is goed. Hoog in de bergen liggen drie prachtige meren. Er staan ook twee (school) bussen. Het lijkt wel een schooluitje. Luna heeft al snel door dat ze via een ondiep deel naar een eilandje kan lopen. Haar voeten vriezen er wel bijna af. Later zien we de Ecuadorianen het voorbeeld van Luna volgen. We rijden nog wat verder en maken een korte wandeling naar het tweede meertje. Op de terugweg zien we iets lopen in de verte, is het een hond? Nee, het is een vos. Wat gaaf zeg! Met mijn telelens lukt het ‘m redelijk goed te fotograferen. We rijden terug via Otavalo en lunchen bij Bar Cosecha met lekkere cappuccino voor Andre en verse bagels. In de middag gaan we naar Peguche, een traditioneel weaving village. Ik heb Tahuantinsuyo gebeld voor een korte workshop. Een vriendelijke vrouw in klederdracht van Otavalo wijst ons naar een ruimte. Haar gerimpelde en kleine vader van 85 lacht ons vriendelijk toe. De workshop is echt super interessant. Dit gezin is al met de 5e generatie bezig met weven. Alles gebeurt met de hand behalve het spinnen op een wiel gemaakt van een oude fiets. Ze weven met alpacawol, schaapswol en katoen. We mogen alles aanraken en ze laat alles stap voor stap zien, ook alle kleurstoffen die uit de natuur komen van vruchten of insecten of een rasp gemaakt van een stekelboom. Haar man zit ondertussen een groot tapijt te weven. Het blijkt dat hij hier twee maanden over doet. Een warme poncho kost 250 dollar en is een maand werk. Na afloop koop ik een tas van zachte alpacawol en geven we een donatie.

’S Avonds zien we dat de beroemde artensania markt op de Plaza de Ponchos al opgebouwd is. Wat een walhalla aan souvenirs. Oneindig veel mooie kleurige kleden en sjaals. Hier word je hebberig van. Op zaterdag schijnt de markt nog groter te zijn. Dan breekt onze laatste dag aan. We rijden na het ontbijt naar een dorpje boven Peguche naar de Mercado de los Animalos. De markt sluit bijna en we zien pick up trucks vol met koeien, schapen of varkens al volgeladen worden. Op een grote betonnen plaat, staan nog twee lama,s, een enorm groot varken, wat geiten en schapen. Drukker is het op de kleine dierenmarkt. Eendenkuikens horen we al van ver. Veel kippen, kozijnen en cavia’s. Kippen zijn vastgebonden aan hun poten. Eenden en kippen zitten in een krappe ruimte met kippengaas. De gekochte dieren worden in oude meelzakken gestopt. De meiden vinden het niet zo leuk om te zien. Ik ga er maar van uit dat de dieren thuis straks wel lekker kunnen rondscharrelen.

We stoppen nog bij Cascada de Peguche, een kleine waterval. Het is een korte wandeling en de waterval stort zich in een met tientallen kleuren groen mos begroeide omgeving naar beneden. Veel toeristen hier. Je kunt merken dat we dichtbij Quito zitten. Op toeristische plekken staat ook vaak een aangeklede lama klaar waar je voor 1 dollar mee op de foto kan. Dat doen we niet. In Otavalo lunchen we nog een keer in het bagel café. Het hele centrum staat nu vol kraampjes, dus we gaan nog een laatste keer shoppen. Al met enige heimwee rijden we terug naar het vliegveld, een mooie route langs en door een canyon met in de verte een besneeuwde Cayambe vulkaan van 5800 meter zichtbaar tegen een blauwe lucht. Ecuador is echt een geweldig land om te (be)reizen. Klein, heel erg gevarieerd (vulkanen, strand, jungle, bergen en steden) en hele vriendelijke mensen. Zeker een aanrader!



Lummelen met locals

Reisverslag Ecuador Posted on Thu, August 15, 2019 06:33:10

Om 6:50 gaat de wekker. Snel maak ik Luna wakker. We kleden ons stilletjes aan. Net als ik de deur open doe, staat Fabiola voor onze deur. “Buenos diasâ€, zegt ze met een zeer luide stem. Ik doe een vinger voor mijn lippen..ssssttt. We gaan met Fabiola mee haar koeien melken. Fernando haar zoontje van 8 en hun hond lopen ook mee. Ik heb niet zo goed geslapen op deze hoogte van 3600 meter. Meteen gaat het pad steil omhoog. Mijn hartslag versnelt en mijn benen voelen zwaar. We gaan op een steile berghelling naar haar koeien toe. Ze heeft er vier. In deze gemeenschap wonen circa 30 families en elke familie heeft zo’n 3 tot 4 koeien. Om 8:15 brengt iedereen de verse melk bij de Queseria (kaasmakerij) waar ze mozzarella maken die in Quito verkocht wordt. Fabiola heeft een fles warm water meegenomen om de uiers schoon te maken. Behendig melkt ze. Luna en ik krijgen er ook wel wat uit, maar lang niet zo veel en snel. Om 8:00 zijn we weer terug bij ons huisje. Andre en Dille zijn net wakker en we gaan eten in het kleine gezellige “restaurantje†naast ons hutje. Sandra en Rosa heten ons luid welkom. Later deze dagen begrijpen we dat ze hier op deze manier communiceren. Ze schreeuwen naar de ander die ver weg op de berg bij de koeien is. Maar dat “schreeuwen†doen ze nog steeds als ze op 3 meter afstand staan.

Rond een uur of half 10 staat Francisco klaar met 4 paarden. We gaan een mooie rit maken naar Loma del Capitan (3900 meter hoog). Al snel komen we op de Paramo (de hooggelegen graslanden in de Andes). Bovenop de berg zie je mooi een scheiding in veeteelt en akkerbouw gebieden tussen de verschillende dalen. Vroeger werden de grassen van de Paramo als brandstof gebruikt en voor dakbedekking. Dille vraagt of ze op de terugweg in draf en galop mag. Dat kan. Ze vindt het super leuk. Dille rijdt op een roodbruin paard, Rojito genaamd. Ik zit op een zwarte, Negrito genaamd. In Ecuador zijn ze dol op verkleinwoorden (ito). Francisco noemt Andre ook consequent ‘Andresito’. Bovenop de berg waait er een koude augustus wind, gelukkig dalen we snel af. Terug in ons huisje genieten we van het mooie uitzicht en de rust. Fabiola neemt ons nog mee op een korte wandeling naar een kleine waterval (Cascadito). Vroeger gebruikte de mensen uit het dorp deze als douche. Terug in het huisje bleek er een tweede Nederlands gezin aangekomen in het tweede huisje. We wisselen reisverhalen uit. In de late middag gaan we naar het basketbal veld van de school. Daar gaan we onze pennen en stiften uitdelen aan de kinderen. Fabiola heeft gevraagd of de kinderen daar naar toe kwamen. Een paar jongens hebben een bal mee. We beginnen samen te voetballen. Daarna krijgt Luna het idee om te gaan lummelen. We leggen het even uit en ze begrijpen het snel. Samen met het andere Nederlandse gezin en een hoop kleine kinderen uit het dorp lummelen we tot het donker wordt.

De tweede nacht zijn we al een stuk beter aan de hoogte gewend en slapen we goed. Rosa en Sandra hebben weer een heerlijk ontbijt klaar gemaakt. Deze ochtend gaan we wandelen met Francisco van 45 jaar oud. Hij vertelt trots over het “vida Antiguaâ€, hoe het leven vroeger was in het dorp. Pas in 1988 had het hele dorp water en elektriciteit. Hij kent alle planten en bomen en hun medicinale krachten. Hij doet voor hoe je speciale grassen heel stevig kunt vlechten. En hij vertelt aandoenlijk hoe er een grote aardverschuiving was toen hij een klein jongetje was. Er gingen koeien en schapen verloren en zijn nieuwe schoentjes die zijn vader net voor hem gekocht had. Deze communidad leeft van de veeteelt (koeien, schapen, varkens, kippen) en beperkte inkomsten uit toerisme. We zijn niet kortademig tijdens de wandeling en dus al goed geacclimatiseerd. Na de lunch (almuerzo) gaan we met de auto naar de Laguna de Colta, een half uurtje verderop. Hier gaan we kort mountainbiken. Bij dit meer groeit hetzelfde riet als bij het beroemde Titicacameer in Peru. We rijden door naar Guamote, een klein dorpje verder op. Hier is een organisatie Inti Sisa actief om de bevolking te helpen met oa taallessen en computerlessen. Ook organiseren ze een jaarlijks schoolreisje voor de kinderen van het dorp. Ze hebben ook een hostel, maar dat zat helaas volgeboekt. Maar eigenlijk zijn we nu blijer met La Esperanza. Je zit daar zo midden in de natuur en leeft echt samen met de super vriendelijke en behulpzame mensen uit het dorp. Echt een topervaring en een 10 in de review op booking.com waard. We hebben wel nog een kookworkshop geboekt bij Inti Sisa. We gaan empanadas maken met kaas en banaan samen met een Française. En dat is nog best lastig. Andre heeft snel de slag te maken en krijgt “muy bien†te horen van de kok. Samen smikkelen we ze op en geven de laatste paar aan het Nederlandse gezin die nu hier slaapt. De dag ervoor hebben we samen ge-ezeld in La Esperanza, nu gaan we voor een potje yahtzee en eten we daarna gezellig samen nog het driegangenmenu van Inti Sisa. Net zoals bij Llullu llama eten alle gasten samen. In het donker rijden we terug naar ons dorpje. Dan is het de volgende ochtend echt tijd om afscheid te nemen van dit lieve dorpje. Het is helder weer. In de verte zie ik vulkanen. Onze twee buurkinderen komen nog even buurten. We maken een foto en printen deze meteen met onze Sprocket uit. Het meisje van 5 jaar kijkt ademloos hoe het papier eruit komt en wijst op zichzelf. Zo leuk om te zien. We hebben deze twee kinderen toen we aankwamen een plastic diertje gegeven van de Hema. Ze hebben er al drie dagen mee lopen spelen. Ook hoorden we ze in de ochtend altijd zingen. Echt heel schattig.

Voordat we doorgaan naar ons nieuwe bestemming, gaan we eerst naar de markt in Guamote. Deze is elke donderdag en de grootste van Ecuador. Er is een fruitmarkt, vleesmarkt, aardappelmarkt, kledingmarkt en een kleine (cavia’s, kippen, schapen) en grote dierenmarkt (ezels, koeien, paarden, varkens). We beginnen vlakbij het station. Op de sporen zijn kraampjes neergezet en het krioelt van de kleurrijke mensen. Het is echt een markt voor de hele omgeving. Vrouwen hebben mooie rokken en vesten aan en hoeden op. De mannen dragen vaak een poncho. We verwonderen ons en slenteren over de markt. Luna koopt een mooie reep stof om als boekenlegger te gebruiken. De kleine dierenmarkt is indrukwekkend. Het krioelt hier van de manden met cavia’s, de nationale delicatesse. Er wordt flink gehandeld en de gekochte cavia’s verdwijnen in een oude witte meelzak en worden meegedragen. Varkens en schapen worden aan een touw meegesleept, vaak stribbelen ze tegen. Na 2,5 uur moeten we helaas weer verder gaan. We willen namelijk vandaag nog een detour maken via Volcan Chimborazo (6300 m) nu we in de buurt zijn. Een leuk weetje: deze vulkaan is het dichtst bij de sterren of het verst van het middelpunt van de aarde verwijderd. Dit komt doordat de aarde niet rond is, maar een uitstulping heeft bij de evenaar.

We moeten nog ergens lunchen, maar er is geen dorpje meer. Gelukkig is daar een benzinestation. Daar blijkt zo maar een crêperia bij te zitten, die echt superlekkere crêpes maakt, met bv aardbeien en Nutella. We eten er ieder twee en zijn klaar voor de vulkaan. Langs de weg staat een vrolijk zwaaiend oud mannetje die graag een lift wil hebben. Hij stapt achterin bij de meiden. Zijn naam is Juan en hij is heel vrolijk. Hij vraagt van alles en vertelt van alles. Super leuk. Hij woont in een dorpje vlak onder de vulkaan. De begroeiing verdwijnt langzaam aan. We zitten alweer op 4000 m hoogte. Opeens zie ik de eerste Vicuna. Dit is familie van de lama, maar een vicuna heeft een veel fijnere vacht en leeft in het wild. In Ecuador waren ze uitgestorven, maar Chili heeft ze eind vorig eeuw duizend nieuwe vicuna’s geschonken. In denk terug aan mijn reis naar Chili in 1997. Ik heb daar in Patagonië ook heel veel vicuna’s gezien. Dit vraagt natuurlijk om een photoshoot. We hebben zoveel mazzel met het weer. Het is strakblauw en de vulkaan is zo mooi te zien. We rijden langzaam door naar 4800 m hoogte. Daar is een refugio. Dille blijft daar even wachten, want ze is niet zo lekker. Andre, Luna en ik “willen de 5000 aantikken†en lopen in een rustig tempo omhoog naar 5025 m, de volgende refugio. Onze conditie/acclimatisatie is best goed. We zijn er binnen een half uur, terwijl er 45 minuten voor staat. Gave ervaring!

De afdaling naar Banos op 1800 meter is weer erg mooi. Ecuador is echt heel veelzijdig. Het is zo leuk om steeds door alle klimaat- en vegetatiezones heen te rijden. Banos is het centrum van Ecuador voor avontuurlijke sporten, zoals raften, canyoing, mountainbiken en tokkelen. We zitten hier 4 nachten in Posada del Arte. Een door de Lonely Planet aanbevolen Posada. Heerlijk rustig achter in het dorp naast een waterval. Sfeervolle kamers met schilderijen en een mooie binnenplaats. En een heerlijk ontbijt met pannenkoeken, ook belangrijk! ’S Avonds is het gezellig druk in het stadje. Het blijkt bijna Dia de Indipendencia te zijn (10 aug 1809) en dit is een nationale feestdag. Dus veel Ecuadoriaanse families. Voor de Posada staat een vrachtwagen en daar slaapt een hele grote familie in van 20 personen. De eerste dag doen we heel rustig aan. Lekker chillen in onze Posada en in de middag gaan we tokkelen bij Puntzan canopy. Zes prachtige lange ziplines in de jungle en over een groot ravijn heen. We gaan met een Zuid-Afrikaans gezin die nu in Quito wonen en een Duits gezin. Onze gidsen zijn heel ervaren. De tweede zipline mogen we ondersteboven, wat Luna en ik doen. Echt genieten van de omgeving kun je dan niet trouwens. De derde zipline is heel gaaf. We mogen dan als superman horizontaal gaan. Je voelt je dan net een vogel en kunt nog meer genieten. De Zuid-Afrikaanse vader kwam wat geschrokken binnen. “It was fun untill I realised I was above a deep gorgeâ€. De vijfde wordt nog leuker, want dan mag je met zijn tweeën naast elkaar als superman en dan scheer je rakelings langs de rivier. Ik ga hand in hand met Andre. Echt super gaaf. De zesde tenslotte is een extra lange van 550 meter. Hele leuke excursie. Daarna rijden we door naar “Vuelo del Condorâ€, een hele grote swing die begint met een vrije val. Ze hebben ‘m heel toepasselijk de naam “La Bestia†(het beest) gegeven. Luna en Dille durven het, maar worden toch wel wat zenuwachtig in de rij door al het gegil voor hen. Ze zwaaien echt enorm hoog boven het dal. Wauw! ’S Avonds eten we heerlijk bij een kleine Spaanse tapasbar die we van te voren hadden gereserveerd. Heerlijke dag.

De volgende dag gaan we mountainbiken. Een pick-up brengt ons naar 3000 m hoogte nabij Volcan Tungarahua. Helaas is het mistig en kunnen we ‘m niet zien. En dan gaat het dus 1200 m bergafwaarts. Over een dirt road, klinkers en asfalt. Gelukkig zijn de remmen goed. Alleen was Dille haar voorvork wat losgetrild, maar gelukkig kwam ze daar op tijd achter. Prachtige afdaling en heel weinig auto’s gezien hier. Na deze inspanning hebben we wel wat ontspanning verdiend. Gelukkig is Banos naast een avonturendorp ook een dorp van spa’s en hete baden. We hebben bij Spa Jade een massage voor ons vieren geboekt en een gezichtsbehandeling voor de meiden en pedicure voor mij. Een mooie woning, met gekeurde muren en rustige muziek. Dit is echt heerlijk ontspannen. De laatste dag rijden we naar Paillon del Diablo. We rijden door lekkende tunnels heen zonder nooduitgang. Die voldoen sowieso niet aan de Nederlandse tunnelwetgeving. Hier moet een imposante waterval zijn. We parkeren ergens en lopen een steil pad naar beneden met vele anderen. Dan moeten we 2 dollar betalen en vraagt de man ons “you want shower?â€. Waarom hij dat vroeg, bleek al snel. We naderen de waterval van de “verkeerde†kant. Al het water sprayt onze kant op en iedereen wordt al behoorlijk nat. Het is nog mogelijk om verder te gaan en door smalle tunnels te lopen/kruipen om tot naast de waterval te komen. Andre en Luna doen dit en komen volledig doorweekt terug. Niets is meer droog. Terug omhoog. Dan blijk je ook nog aan de andere kant van waterval over een hangbrug boven de waterval te kunnen lopen. Dat willen we ook. We zoeken de ingang en komen uit bij een andere “nueva entradaâ€. Daar lopen we weer naar beneden tot de hangbruggen. Imposant om hierboven de waterval te lopen. Dan blijkt het pad nog verder naar beneden te gaan tot echt naast de waterval. Maar dit is de goede kant, hier blijf je wel droog. De waterval dendert echt met enorme kracht naar beneden. Het spat tientallen meters hoog op en een witte mist van waterval druppels maakt het sprookjesachtig. Echt de meest imposante waterval die we ooit hebben gezien. In de avond gaan we nog een keer naar Vuelo del Condor. Luna en Dille gaan voor de tweede keer en ondanks mijn hoogtevrees, waag ik ook de sprong. Machtig mooi!



Blauwe voetjes

Reisverslag Ecuador Posted on Wed, August 07, 2019 16:59:54

Een wit pluizig kuiken staat onder zijn moeder. Zo pluizig hebben we nog nooit een kuikentje gezien. Het kuiken is helemaal wit. Zijn moeder met de kenmerkende blauwe voetjes beschermt ‘m. Ze geeft ‘m eten en plukt zijn vacht liefdevol. Blue footed boobies. Een schattige vogel met blauwe voetjes. Je kunt ze zien op de Galapagos en dus op Isla de la Plata waar wij nu zijn. Vrouwtjes hebben echt de donkerblauwe voetjes, de mannetjes hebben de meer turquoise voetjes. Een ander verschil zit in de pupillen. De mannetjes hebben kleine zwarte pupillen, de vrouwtjes grote zwarte pupillen. Ze zijn niet monogaam. Ze leggen een paar eieren per keer. En de kuikens komen twee weken na elkaar uit. We zien ook een groter kuiken zijn twee weken jongere kuikentje beschermen. Volwassen bfb’s maken een beetje sissend geluid als een zwaan. Het maakt dat je wel afstand houdt en iets omloopt. Tijdens rondwandeling op Isla de la Plata zien we heel veel bfb’s, grote groepen fregatten en een paar (giftige) slangen op het pad.

We zijn op stap met ‘Aventuras de la Plata’. Met onze boot ‘Amazing-1’, tweemaal 150 pk motoren, twee Duitse gezinnen, een Ecuadoraans gezin en wijzelf, zijn we in ruim een uur naar Isla de la Plata gevaren ruim 45 km vanaf Puerto Lopez. Om 9:30 vertrokken we met meerdere boten vanaf de pier. Onze gids Antonio wil graag als eerste op het eiland zijn. Dan kun je alles rustig zien. Dus als andere boten al stoppen voor bultrugwalvissen onderweg, varen wij door. Alleen als we in een school vrolijk springende dolfijnen terechtkomen met twee walvissen, stoppen we even. Zelfs Antonio vindt dit bijzonder. Isla de La Plata heet ook wel ‘poor men’s Galapagos’. Je hebt hier dus ook de bfb’s en de fregatten, maar geen zeeleeuwen, zeehonden, landschildpadden en iguana’s. Wat Isla de La Plata wel heeft, zijn de migrerende bultrugwalvissen van juni tot september. Het is hier wat kouder en bijna altijd bewolkt, maar het zeewater is wat warmer, zo’n 24 graden. De bultrugwalvissen uit Antartica komen terug naar hun geboortegrond bij Ecuador om hier te paren. Dit is de excursie die iedereen in Puerto Lopez doet. Na 1,5 uur wandelen, gaan we weer terug naar onze boot. We zien groepen toeristen nog wachten on aan hun wandeling te mogen beginnen. Iedereen krijgt aan boord een heerlijke vegetarische lunch van aardappels, broccoli, wortels en een linzen burger. Met verse meloen en ananas toe. Om ons heen zwemt een groep van zo’n 20 schildpadden. Andre maakt ondertussen mooie foto’s en filmpjes met de gopro. De schildpadden vinden de camera in het water maar interessant en zwemmen er steeds naar toe. Dat levert mooie close-UPS op. Andre wordt er helemaal enthousiast van en zegt tegen de groep in de boot “mucho tortillasâ€, hij bedoelde natuurlijk tortugas 😉

Via een korte snorkelstop, waar weinig te zien is, gaan we op “walvisjachtâ€. De golven zijn inmiddels flink hoog geworden. We moeten blijven zitten en zullen wel nat worden. Na zo’n 20 minuten varen, ziet onze kapitein wat spuiten in de verte. Hij vaart er snel naar toe. Het blijken twee bultrugwalvissen te zijn. Ze zijn elkaar het hof aan het maken. Het vrouwtje slaat steeds uitnodigend met haar grote vin op het water. Het mannetje duikt dan onder en ongeveer 10 tellen later komt ie uit het water met een grote sprong en splash. Dat is de manier om indruk te maken op de vrouwtjes. Op een gegeven moment zijn wij het paartje genaderd op zo’n 50 meter. De boot schommelt gevaarlijk heen en weer. Een Duitse jongen van 11 jaar hangt al een half uur over de reling achter naast de motor (te kotsen) en ziet geen enkele walvis. Wij voelen de adrenaline. Wat zijn we dichtbij. Andre en ik denken terug aan onze walvistour in Brazilië lang geleden voor de meden er waren. We zaten toen op een kleiner bootje, de golven waren ook hoog en de bultrugwalvis dook toen onder onze boot door. Het zal toch niet weer gaan gebeuren? Nee, ze blijven daar en onze kapitein stuurt er behendig om heen. We blijven nog een poos genieten van dit schouwspel. De vin van het vrouwtje is echt prachtig. Je ziet de schelpen er op zitten. Op een gegeven moment vindt Antonio het wat saai worden en besluiten we verder te gaan. Helaas zien we er niet meer voordat we in Puerto Lopez zijn, maar dit was al erg indrukwekkend.

Het is heerlijk om – na een week hoog in de bergen – even 5 nachten aan het strand te zitten. Helaas is het hier in de zomermaanden altijd bewolkt, dus we zien eigenlijk geen zon. Wel is het zo’n 22 graden, dus dat is wel lekker. De eerste dag slapen we uit en verkennen we de omgeving en het mooie Playa Frailes in het natuurpark Machalilla. Vanuit Nederland hebben we bij Fondo Azul al duiken gereserveerd voor de volgende twee dagen. Fondo Azul is een lokaal duikbedrijfje van Luis met zijn twee broers Freddy en Ronny. Ze zijn vroeger alle drie harpoenvissers geweest, maar zijn nu duikgidsen. Ze kennen alle (ondiepe) duikstekken in deze omgeving dus op hun duimpje. Nu Luna en Dille hun open water hebben, vinden we het leuk om als gezin te duiken, maar dat moet dus wel ondiep (maximaal 10 meter). De eerste duikochtend moeten we even inkomen. Wat is het toch rot en lastig om zo’n nat en te strak wet suit aan te trekken. Dat waren we even vergeten. We zoeken al onze equipment uit en lopen langs de vismarkt op het strand waar de boot van Freddy ligt. We sjouwen alles de boot in en gaan op weg. Onze eerste duik is bij Isla Salango. De boot is hoog en we moeten er met een backwards flip in. De zee is gelukkig rustig. Als we allemaal goed in het water liggen, gaan we naar beneden. Andre duikt met Dille en ik met Luna. De koralen zijn niet heel bijzonder. We zien veel scholen (kleine) vissen, zeeslangen, de puffer vis en een murene. Dille heeft wat moeite met klaren, dus na 30 minuten gaan we weer omhoog. We eten lunch in de boot. Dat is meteen ons “surface-interval†en gaan een uurtje later voor onze twee duik op een andere plek naar beneden. De koralen zijn hier een stuk mooier, we kunnen er echt langszwemmen en opeens wijst Freddy ons ook een schildpad aan. Met zijn allen zwemmen we er een poosje achteraan. Wat een prachtige dieren zijn dit toch! Heerlijk was dit!

Ons hosteria ligt aan de noordzijde van de boulevard. Er zijn heel veel lekkere eettentjes in Puerto Lopez dus elke avond kiezen we wat anders uit. Café Madame heeft heerlijk vegetarisch eten en Bella Italia echt super lekkere pasta’s en heel vriendelijke bediening. Puerto Lopez is echt een vissersdorpje. Als we ’s ochtends ontbijten, zien we de vissersboten binnenkomen. De pelikanen weten dit ook. Die zitten als aasgieren al klaar. Een vrachtwagen rijdt achterwaarts het strand op. Mannen lopen met kratjes op hun nek naar de boot en laden de vangst in. Ze dekken het af met een kleedje en proberen dan zo snel mogelijk naar de vrachtwagen terug te gaan. Het eerste stuk moeten ze nog diep door het water waden. Op dat moment slaan de pelikanen toe. Ze vliegen naar het kratje en wippen met hun bek het kleedje omhoog en jatten er snel een vis uit. De mannen voelen de aanval van de pelikanen en willen natuurlijk zo veel mogelijk vis in de vrachtwagen krijgen. Zodra ze uit het diepe water zijn, gaan ze rennen. Het is een prachtig spel om te zien. Onze tweede dag duiken gaat wat soepeler. Ons materiaal is bekend, het wetsuit trekken we nu in de boot aan. We gaan weer naar Isla Salango, maar op een andere plek en drijven dan met de stroming terug naar de kust. Het zijn twee mooie duiken waarbij we weer een schildpad zien, heel veel vissen, zeeslangen en een griezelige murene eng om ons heen zwemt. Ook zijn er veel octopussen nu. Eentje zwemt mijn stabjack binnen. Luna wijst er in paniek op, maar hij is er aan de andere kant al weer uitgezwommen, maar heeft wel twee inktwolkjes achtergelaten. Het waren vier heerlijke duiken. We bedanken Freddy en Ronny en gaan weer naar huis. Luna heeft nog energie over en wil nog graag een surfles, dus ik rij om half 5 nog met haar naar het volgende dorp Ampaye, waar ze in de schemering een uur les krijgt van Sebastiaan. Er hangt een rode vlag op het strand, maar dat is voor het zwemmen zegt Sebastiaan, surfen kan wel….

Na vijf dagen is het weer tijd voor een nieuw avontuur. Weer naar een stad. Cuenca. Een mooi koloniaal stadje van 330.000 inwoners in het Zuiden van Ecuador en gelegen op 2500 meter hoogte. Dit is weer een lange reisdag. We zijn wat lui en vertrekken pas om 10:30. Er is altijd veel te zien langs de weg. Mensen leven hier gewoon meer op straat en langs de hoofdweg. Overal zijn winkeltjes, kraampjes, staan mensen op de bus te wachten. Ook hier weer de specialisaties. We zien opeens out of the blue een paar kilometer alleen maar kraampjes met vrolijk gekleurde hangmatten. Een hangmat is altijd handig voor onder ons prieeltje in de tuin. We bekijken alle mooie kleuren en kopen voor maar 25 dollar een hele fel gekleurde XL hangmat. Dat wordt weer heerlijk liggen en schommelen in onze tuin. We reizen via Guayaquil. Dit is een stad van 2,7 mln inwoners. We hebben hier veel file en lunchen bij Café en Pastel. Onze ETA wordt na zonsondergang. Na de vele kilometers in de vlakte, rijd ik weer omhoog. Al snel klimmen we de mist in. Na heel veel scherpe bochten komen we boven de wolken uit. Een prachtig gezicht. De zon is al langzaam aan het zakken. We rijden Parque Nacional de Las Cajas in. Een natuurpark met honderden kleine meertjes. Het doet heel ruig en Schots aan, maar dan op 4000 meter hoogte. Een speciale boom heeft zich hier ook aan de hoogte aangepast. Een spooky boom. In de schemering rijden we door dit mooie landschap. Na de pas van 4100 meter hoogte, dalen we af naar Cuenca. Google Maps wijst ons de weg. In het drukke stadscentrum staat ons koloniale hotel Victoria. We zien geen parkeerplek. De man van de receptie stapt bij mij voor in de auto en laat mij zien hoe ik kan omrijden naar de achterkant van het hotel aan de rivier. Het is echt een koloniaal hotel met vier verdiepingen en ruikt heerlijk. De 4e grenst aan het drukke straatje in het stadshart, de 1e kijkt uit op de goed onderhouden bloementuin en de rivier beneden. We hebben een prima, maar kleine kamer op de 1e verdieping. Ziet er goed uit!

Van het strandje opeens weer in het drukke stadsleven. Cuenca’s centrum heeft mooie gekleurde huisjes en gevels. Een paar gezellige plaza’s en op elke hoek staat bijna een mooie kerk. We eten bij een heerlijk Colombiaans restaurant (Moliendo Café) en slenteren in de avond nog over Plaza Calderon. De Lonely Planet roemt het ijs bij Angelus. café. De meiden roepen dat ze 3 bolletjes willen. Ik probeer ze nog tegen te houden met het argument dat het hier waarschijnlijk wel grote bollen zijn, maar ze zijn onvermurwbaar. Voor 3,60 dollar krijgen ze een plastic bak vol ijs. In Nederland zouden dit minimaal 6 tot 7 bolletjes zijn. Beteuterd kijken ze naar hun reusachtige coupe. Dat wordt een onmogelijke opgave 😉

De volgende dag bezoeken we het Museo Pumapunga. Er is een tijdelijke tentoonstelling met werken van Salvador Dali en op de 2e verdieping hebben ze de kleding, cultuur, huizen van verschillende bevolkingsgroepen van Ecuador neergezet. Heel leuk om te zien. We slenteren wat door de stad, Dille krijgt nieuwe gelnagels, lunchen met een heerlijk meergranen broodje en Luna en ik zoeken naar een yogales in het Parque del Madre. Vanwege de motregen ging het niet door, dus spelen we maar wat op fitness- en speeltoestellen. In het park staat een zuil met een aanduiding van de UV straling van die dag en welke voorzorgsmaatregelen je kunt nemen per niveau. Sowieso is er veel overheidscommunicatie in Ecuador. Overal staan borden langs de weg dat je geen afval moet weggooien en de natuur moet respecteren. Er staan verbodsborden voor rijden met een smartphone ’S Avonds bezoeken we nog de Jazz club.

De volgende dag rijden we naar Gualaceo en Chordeleg. Hier zijn op zondag markten. We zien heel veel fruit/groente en vleesmarkten. Voor vegetariërs iets minder om te zien. Hele grote roodgeblakerde varkens liggen in de kraampjes. De varkenskoppen ziet er angstaanjagend uit. Het fruit is een stuk leuker om te zien. Veel mensen eten hier met de familie. Vanuit de hele omgeving komen ze voor hun wekelijkse boodschappen naar de markt. Ook is er veel kleding te koop, huishoudelijke artikelen en een paar toeristenkraampjes. We zien veel rode en paarse poncho’s en de bekende Panama hoeden. In Chordeleg zijn ze gespecialiseerd in sieraden. Dille scoort er mooie oorbellen en Luna een mooi kettinkje. We doen een detour en rijden over een – door de EU gesponsord- heel smal gammel bruggetje over de rivier. ’S Avonds weer lekker eten en een kort bezoek aan een foute en duisterej karaokebar.

Dan wacht ons volgende avontuur alweer. Hoog de bergen in. We rijden weer naar het noorden en maken een tussenstop bij de Inca ruïnes van Ingapirca. Deze zijn uit dezelfde tijd als Machu Picchu. Helaas hebben de Spanjaarden veel gesloopt en stenen gebruikt voor de bouw van hun steden. Maar wat er nog staat, is indrukwekkend. Het belangrijkst is de ovale Tempel of the Sun. Deze werd gebruikt als een observatorium voor de kalender en ceremonies. De tempel is nog goed intact. Samen met de mistflarden erachter en bruingrijze lama’s die er los rondlopen een heel mysterieus gezicht. De gids van de lokale Canari bevolkingsgroep vertelt met trots veel over de ruïnes. Ze is warm aangekleed, want het waait en is 10 graden. Ze vertelt dat het in hun “zomer†gelukkig warmer is. Ik vraag hoeveel warmer precies. Dat blijkt 15 graden te zijn….

We rijden weer verder, kopen voor 1 dollar drie grote trossen kleine bananen en nemen een lokaal oud en zeer gerimpeld vrouwtje mee voor een korte lift naar het volgende dorp. Ze zit naast onze meiden op de achterbank en zoekt in haar kleine portemonneetje naar geld omdat ze ons 50 dollarcent wil betalen. Dat is natuurlijk niet nodig. De zon breekt door en voor het eerst sinds 8 dagen zien we weer een blauwe lucht. In de verte zien we de besneeuwde hellingen van de Chimborazo (6263 m). Ons doel is Comunitario La Esperanza, een kleine gemeenschap zo’n 15 kilometer ten noorden van Guamote. Hier slapen we in een klein schattig boerderij huisje op wel 3600 meter hoogte. We worden heel vriendelijk ontvangen door Fabiola en Francisco. De kachel is al opgestookt voor ons. Er liggen koekjes en snoepjes voor ons klaar, hele warme dekbedden en dekens en (echt waar) 4 paar crocs. Echt heel erg met liefde verzorgd. Als het helder is, kun je vanuit hier bijna alle hoge vulkanen van Ecuador zien. Rosa en Sandra bereiden voor ons een lokale maaltijd. Ze praten hard en heel duidelijk Spaans en vertellen vol trots over hun gemeenschap. Waarover later meer. We duiken er vroeg in.



Balu en Tito

Reisverslag Ecuador Posted on Wed, July 31, 2019 05:43:07

Voor ons staan drie minions bij het stoplicht. Met zijn drieën aan elkaar vast, laten ze een grappig dansje zien. Vlak voor het stoplicht op groen springt, lopen ze bij de auto’s langs om geld in te zamelen. Welkom in Quito. Waar niet alleen verkopers van fruit, kranten en pinda’s bij de stoplichten staan, maar ook heuse korte optredens gegeven worden. We hebben al een saxofonist, een voetballer en twee hiphoppers gezien. Een stad op een hoogvlakte van 2800 meter hoogte. Met rechthoekige gekleurde huizen in een regelmatig patroon tegen de heuvels op geplakt. We slapen in het lager gelegen Cumbaya, een suburb van Quito op 2200 meter hoogte, in Villa Magnolia, een oase in alle drukte. In de grote groene tuin staan zes avocadobomen maar de Duitse eigenaresse lust zelf geen avocado’s. Wel haar vijf honden, die er gezellig rondlopen. Dus eten wij heerlijk avocado’s bij het ontbijt. Hier kunnen we prima acclimatiseren en wennen aan de hoogte en bijkomen van de jetlag.

De eerste dag beginnen we met een stadswandeling door The Old Town. Op het centrale plein, vindt een demonstratie plaats. We zien wat oudere mensen en begrijpen dat er gedemonstreerd wordt tegen de bevriezing van de pensioenen. Pensioenleeftijd is hier overigens nog 65 jaar. Het is een drukke stad met helaas veel auto’s en dan voornamelijk veel kanariegele taxi’s. En er rijden veel trolleybussen rond, die toch ook naar diesel stinken. Hoogtepunt van de wandeling is wel de klim op de torens van de Basiliek. Het zijn zeer steile trappen, die buitenlangs de torens in het luchtledige omhoog gaan. Niet helemaal prettig, maar het uitzicht daarna is prachtig. Aan de ene kant Old Town met gekleurde laagbouw en aan de andere kant de New Town met moderne hoogbouw. We regelen deze dagen ook een nieuwe simcard voor onze reserve mobiel. Dat had nog al wat voeten in de aarde, want ons Thaise moto toestel zou permanent geblokkeerd zijn. Gelukkig was daar een Ecuadoriaans whizzkid die voor 20 dollar ons toestel simlock vrij kon maken zodat wij voor 10 dollar een maand lang 2 gigabyte en onbeperkt whatsapp hebben. Handig voor onze reis.

We pikken onze huurauto, een nieuwe witte Suzuki Gran Vitara op bij Budget rent a car en onze rondreis kan beginnen. Eerst zuidwaarts richting Parque Nacional Cotopaxi. Met 5980 meter een van de hoogste en nog actieve vulkanen van Ecuador. We rijden steeds verder omhoog door een sprookjesachtig en wit mistig landschap. Op een groene vlakte naast een kronkelende rivier staat een grote groep wilde paarden. Wat een prachtig gezicht. We rijden nog verder omhoog naar de voet van de vulkaan. Langzaam verandert het landschap. Bomen en struiken verdwijnen. Zelfs de lage bloemen verdwijnen totdat we alleen nog maar door lavagruis heenrijden. Als we uitstappen bij een parkeerplaats ziet Luna op Snapchat dat we op 4610 meter hoogte zitten. Zo hoog zijn we nog nooit samen geweest. We voelen de hoogte wel. Een klein wandelingetje omhoog is erg vermoeiend. We zien helaas alleen maar flarden van de vulkaan. Het gaat sneeuwen, het waait en is erg koud. We besluiten weer terug te gaan.

Onze volgende overnachtingsplek is Isinlivi dat op de zogenaamde Quilotoa loop ligt. We bellen onze mountain Lodge Llullu llama dat we iets later aankomen. Ze adviseren ons via Sigchos te rijden en zeggen dat het nog ver is en wel twee uur rijden. Op de kaart zien we echter een gestippelde dirt road die sneller naar Isinlivi gaat. We besluiten de gok te nemen. Al snel heeft Google Maps geen bereik meer en staan we voor een splitsing. Vertwijfeld kijken we om ons heen. We willen niet fout rijden en in het donker aankomen. Op het land zie ik een man in een roodkleurige poncho aan het werk. “Buenos tardesâ€, roep ik. “Donde es la strada para Isinlivi?â€. Hij glimlacht naar ons en wijst naar links. Bij elke volgende kruising, vragen we een voorbijganger “Isinlivi?â€. Iedereen helpt ons enthousiast. De weg wordt steeds smaller en steiler. We rijden op instabiele hellingen met flinke afgronden naast ons. Het voelt steeds meer als een van de “most dangerous roads in the worldâ€. De uitzichten zijn adembenemend mooi, zeker als er op een gegeven moment witte wolken komen binnendrijven en zich speels in de dalen met lappendeken motieven nestelen. Na ruim een uur rijden we het gehucht Isinlivi binnen. Daar is onze Lodge. Llullu Llama is een prachtig hostel op 2900 meter hoogte. We worden meteen verwelkomd door Balu, de Sint Bernard die zelfs een eigen instagram account heeft. Balu probeert onze auto in te komen en pakt onze zakdoekjes weg die hij even verder op smakelijk oppeuzelt… Naast de cabana’s staat ook het vriendje van Balu. Een zwarte lama Tito genaamd. Tito houdt van wortels. Onze cabana ligt iets naar beneden en heeft een balkon (met hangmat!) met prachtig uitzicht op het dal. De lodge is heel erg bezig met duurzaamheid en dus heeft elke cabana een compost toilet met houtsnippers. Er is een kleine Spa met jacuzzi en sauna, een kleine yoga studio met alleen maar glazen ramen en dus een fantastisch uitzicht en onbeperkt (groene) thee. Wat een perfect plekje! Tenslotte is er een grote eetzaal waar iedereen ’s avonds en ’s ochtends samen eet. En er is geen WiFi. Dus een verplichte digital detox. Luna en ik zitten samen aan de tafel “vegetarianâ€. We zitten bij een paar Nederlanders, een Zuid-Afrikaanse en een Amerikaanse. We wisselen reisverhalen uit. Het driegangenmenu is super lekker. Wat is dit gezellig.

Na een heerlijk ontbijt met heel veel vers fruit, beginnen we aan onze hike naar Maligna Pamba. Dit is een kleine gemeenschap zo’n 12 kilometer verderop. Dat klinkt niet ver, maar we moeten ook bijna 800 m stijgen en 400 m dalen en dat 3100 meter hoogte. Dus best vermoeiend. Eerst lopen we langs een dirt road maar al snel lopen we langs berghellingen met verschillende kleurschakeringen groen. Af en toe komen we een kleine huisjes tegen. Dat weten we al van een afstand, want dan gaan de waakhonden hard blaffen. Voor de zekerheid nemen we dan een steen in onze hand. De routebeschrijving is niet heel erg duidelijk, dus af en toe moeten we echt even zoeken en goed kijken waar de paden naar toe gaan. Na ruim vier uur bereiken we het dorpje. Er klinkt muziek op het centrale plein. Vandaag is er een dorpsfeest omdat de schoolvakantie is begonnen. Het hele dorp en de omgeving heeft zich verzameld rondom het plein, dat in deze dorpjes bestaat uit een betonnen basketbal/volleybalveld en een tribune. Er staan grote luidsprekers en kleine kinderen dansen samen met een verklede Minnie Mouse en een zwart-witte koe.

We hebben wel honger gekregen na deze hike en krijgen een lekkere almuerzo in een van de huizen. Locro de papas (aardappelsoep met avocado) vooraf en groente en mais als hoofdgerecht. We hadden ook voor cavia kunnen kiezen (de lokale delicatesse), maar dat deed ons te veel aan huisdieren in Nederland denken. De jefe van het dorp (zeg maar de burgemeester) geeft ons een rondleiding en vertelt over de geschiedenis van het dorp aan de hand van tekeningen op de muur van de school. Een Amerikaanse was hier ooit verdwaald en twee jongens uit het dorp hebben haar geholpen. Als dank heeft ze veel geld ingezameld voor het dorp en is er nu een mooie school met 12 leraren voor 200 kinderen uit de wijde omgeving. Ook is er een waterleiding en riolering aangelegd. De burgemeester, Philipino genaamd, vertelt erg trots over de gemeenschapszin. In Ecuador heet dat “Mingasâ€. Samen de schouders eronder zetten en iets samen bouwen. Daarna bezoeken we samen met de zoon van Philipino zijn abuelo (opa) die net buiten het dorp woont. Een paar kleine simpele hutjes. De oude man heeft zo’n 30 schapen. Dat is een kostbaar bezit hier. Bij verjaardagen en feesten wordt er voor de hele familie eentje geslacht. In een klein hutje lopen tientallen cavia’s rond, niet als huisdier dus, maar om op te eten. De oude man vertelt hoe hij meerdere kinderen heeft verloren toen ze klein waren, aan ziekte en ongelukken (uit de auto gevallen). Hij is erg trots op zijn schoonzoon Philipino. We gaan weer terug naar het feestgedruis en kijken naar de lokale volleybalcompetitie. Na een poosje zien we slecht weer aankomen en besluiten we terug te gaan. Staand achterin de pick-up van Giovanni van de lodge met onze haren in de wind rijden we terug naar Llullu Llama. Luna, Dille en ik volgen om 17 uur nog een intensieve yoga les bij Emely, een Amerikaanse die hier al een maand is. Bijzonder om zonnegroeten te doen met zo’n mooi uizicht. Daarna heerlijk in een hete jacuzzi en koud afdouchen. Wat een heerlijke dag.

De volgende ochtend verloopt iets anders dan gepland. Andre is ’s avonds ongelukkig terecht gekomen toen hij van een muurtje afsprong dus we gaan eerste langs een lokale huisartsenpost of het niet gebroken is. Dat blijkt gelukkig niet zo te zijn. De vriendelijke arts (met knalroze lippenstift) wil een injectie geven tegen de pijn, maar dat slaat Andre beslist af. Drukverband om en diclofenac mee. We hoeven niets te betalen want de gezondheidszorg is gratis in Ecuador. Vandaag dus geen hike met zijn vieren. Ik rijd over een hele avontuurlijke weg (lees smal over een instabiele puinhelling) naar Quilatoa toe op 3800 meter hoogte. Hier staan we op de rand van een krater met beneden een prachtig blauw meer beneden. Andre blijft boven en ik daal met de meiden af. Het is een lastig pad maar na een half uur komen we 400 meter lager bij het meer uit. Eerst samen lekker lunchen en dan een kayak huren, want dat kan hier. De meiden gaan samen en ik alleen. Ik kan ze niet bijhouden. Ze gaan helemaal naar het midden van het meer. Prachtig! Alleen kwamen we wel er achter dat Luna allergisch is voor aluminium. Haar handen waren helemaal opgezwollen door de peddel. De weg terug omhoog is vermoeiend. Het pad is zanderig. 80% van de toeristen gaat voor 10 dollar op de rug van een ezel of paard omhoog. Dat vinden wij dierenmishandeling, dus dapper happen we al het stof in en ploeteren we door naar boven.

We vinden het echt jammer om weg te gaan van deze mooie mountain lodge. We zullen het uitzicht , het samen eten met de andere reizigers en Balu echt gaan missen. Er staat een flinke reisdag voor de boeg. Het is maar 430 km, maar Google Maps geeft aan dat het 8,5 uur rijden is naar Puerto Lopez aan de kust. Van bijna 4000 meter hoogte naar zeeniveau met nog een paar heuvelruggen langs de kust, dat zijn heel veel bochten. In Sigchos tanken we en kijken nog even op de lokale markt. Sigchos heeft trouwens het stoplicht ontdekt. Op bijna elk kruispunt staat er eentje. Echt hilarisch in zo’n klein dorp met heel weinig verkeer. De afdaling gaat door veel klimaatzones heen. Van droog, naar meer nevelwoud, bananenplantages en een droge kuststreek. Niet alleen de vegetatie verandert. Ook de kleding van de mensen. Van warme poncho’s en mutsen, naar korte rokjes en hemdjes. De huizen zijn anders, het verkeer is drukker. Echt bijzonder om zo te zien. De weg is weer de levensader. Overal huizen en kraampjes langs de weg. Ik blijf mij erover verwonderen dat elke keer weer een groep kraampjes precies hetzelfde verkoopt: dus of alleen ananas, of alleen honing of alleen kokos. Ook in stadjes zie je straten met alleen maar autobanden, of alleen maar bezems en emmers. Dan zit je toch steeds dicht naast je concurrent. Vlak voor de kust, zien we een verkeersbord met daarop “Pas op! Mistâ€. En serieus, zo’n 300 meter verder rijden we de mist in. Zou dat dus elke dag hier zijn? Vlak voor het donker komen we aan in Puerto Lopez. Onz hosteria Mandala is groot en de mensen van de receptie zijn erg vriendelijk. We hebben de familie bungalow Mariposa (vlinder) met een groot balkon met twee hangmatten. Binnen is een sala de juegos (spelletjeskamer). Er staat een biljart, tafelvoetbal, airhockey en darts. Wij gaan hier ons wel vermaken de komende dagen!



Land op de evenaar

Reisverslag Ecuador Posted on Sun, July 21, 2019 00:09:01

Ecuador stond al jaren op onze bucketlist. Maar elke keer waren de tickets te duur. Deze keer de app ‘Hopper’ geïnstalleerd na een advies van een medereiziger en uiteindelijk tickets tegen redelijke prijzen kunnen kopen. Ecuador trekt ons aan vanwege het ruige (vulkanische) berglandschap, de kleurrijke cultuur, de alpaca’s en natuurlijk de Galapagos.

Na verlekkerd enige reisschema’s van andere reizigers bekeken te hebben, besluiten we het rustig aan te doen. We zitten bijna overal 3 nachten of meer. Galapagos is het daarom toch niet geworden. Dat paste niet goed in de route. En was ook best duur. Bovendien willen we graag duiken nu de meiden hun open water hebben gehaald en de Galapagos is dan te moeilijk qua stroming en diepte. We gaan dus nu naar “poor man’s Galapagos”. Namelijk Isla de la Plata vlak voor de kust. Hier hebben ze gedeeltelijk dezelfde dieren als op de Galapagos en het is bovendien walvisseizoen. De duiken zijn hier meer geschikt voor beginners.

De route is als volgt:

· Quito

· Isinlivi

· Puerto Lopez

· Cuenca

· Guamote

· Banos

· Tena

· Otavalo

We hebben er enorm veel zin in. Luna heeft al een prachtige bullet journal voorbereid voor Ecuador en Dille gaat voor een verslag met filmpjes op haar telefoon.

Deze keer meer warme kleren ingepakt dan normaal en stevige wandelschoenen aangeschaft, want we zullen veel gaan wandelen in dat prachtige landschap. Wel een beetje rustig aan acclimatiseren vanwege de hoogte. We hebben weer prachtige plekken (mountain lodges, strandhostel, koloniaal stadshotel en lokale B&B) geboekt om te slapen. Ik verheug me nu al enorm om mooie kleurrijke foto’s te maken.



Japanese Garden en zonnebrandcreme

Reisverslag Thailand Posted on Sat, August 11, 2018 10:45:51

’S Ochtends vroeg trek ik de gordijnen open van onze bungalow “the Touch Green†in Phuket, Naiyang Beach. De lucht is strakblauw. Ik kijk nog eens goed. Echt strakblauw. We zijn nu al ruim 2,5 week in Thailand, maar niet eerder hebben we zo’n strakblauwe lucht gezien. Welkom strand. Dat belooft wat voor het laatste deel van onze vakantie bij de stranden van Phuket en Koh Tao. Eindelijk kunnen we onze Nivea zonnebrand factor 50 weer gebruiken. The Touch Green is een mooi hotel gelegen in het groen, wat verder van het strand af. We hebben een ruime bungalow met twee slaapkamers, twee badkamers, twee buitendouches en een eigen zwembadje. Handig gelegen vlakbij het vliegveld, waar we gisteren na een lange reisdag vanuit Mae Ai in het donker aankwamen. Met Grab a Taxi waren we snel in ons hotel. In de ontbijtzaal staat een twinkelend muziekje op de repeat. Na 7 keer worden we iets nerveus en haalt Andre ‘m van de repeat af. We verhuizen deze dag meteen door naar Naiyang Park resort. Een prachtig resort gelegen in Sirinat nationaal park en pal aan het strand. We hebben ook hier een mooie en schone bungalow met twee zachte queensize bedden. Een groot en helblauw zwembad met bedjes ernaast. Een gezellig restaurant met pool tafel. Leuk plekje!

Op naar het strand dan maar. We zien kite vliegers bezig en dat lijkt Luna wel wat. Bij een kite school boeken we een beginnersles van twee uur. Ergens anders regel ik twee bodyboards met dolfijnen erop, zodat Dille en ik ondertussen in de golven kunnen spelen. Bodyboarden is echt wachten op die ene goede golf. Maar als je dan meegenomen wordt naar het strand… heerlijk. Ondertussen heeft Luna haar kite uitrusting zelf opgebouwd en oefent ze veel met de kite en de wind. Ze mag nog niet de zee op. Ook houdt de instructeur haar aan haar gordel vast voor als ze door de wind opgetild wordt. Het worden twee heerlijke ontspannende dagen van zwemmen, boarden, lekker eten en poolen in het restaurant.

De volgende stop is Koh Tao, een klein eilandje van 10 vierkante kilometer in de Golf van Thailand. In de Lonely Planet aangeprezen als “The Diving Capitalâ€. Vanuit Nederland hebben we al een reservering gemaakt bij Impian Divers, een Nederlandse duikschool. De bedoeling is dat de meiden hun (junior) Open Water gaan halen. We vliegen naar het bekende Koh Samui en pakken daar een Ferry van Seatran naar Koh Tao. In de schemering komen we aan. De pier van Mae Haad staat vol schreeuwende mannetjes met bordjes van hotels of taxi nummers. Al snel leren we dat de standaard begroeting op dit eiland niet “hello sir†of “goodmorning madam†is maar “Taxi hello†of als je eruit ziet dat je met een boot wilt “Boat helloâ€. En als je langs een massagesalon loopt of hinkt of pijnlijke schouders lijkt te hebben, klinkt vaak “massage helloâ€. Maar verder is het een super chill groen jungle eiland met maar enkele wegen, veel brommertjes, pick-ups als taxi, gezellige restaurants met schommels en zitzakken, opvallend veel Tatoo shops, maar vooral ontzettend veel duikscholen. Ze ploppen overal op als paddestoelen. In de Lonely Planet lees ik dat op Koh Tao de meeste duikcertificaten van de hele wereld worden uitgegeven! Werkelijk overal zie je duikscholen. Brommertjes met zijspan vervoeren de duikflessen. Welkom op Het Duikeiland. We slapen in Coral View apartment. Zo’n 5 minuten lopen van de pier door een smal straatje met veel winkeltjes, restaurants, touroperators en natuurlijk duikscholen. Het ligt pal aan het strand. Het is een smal appartement met een zacht twee persoonsbed en twee extra en helaas harde bedden en een kleine badkamer. Onze slechtste prijs-kwaliteits verhouding tot nu toe in Thailand. Maar een prachtig uitzicht op de baai vooral als je naar links kijkt. We eten heerlijk in Café del Sol en zoeken al even de duikschool op waar de meiden zich zaterdag ochtend 8:30 moeten melden.

De volgende drie dagen kennen een ijzeren ritme. 7:15 de wekker. Ontbijten voor onze kamer op het strand met muesli en yoghurt en brood met Nutella. 8:30 melden bij de duikschool. De meiden beginnen elke dag met theorieles tot 11:00 uur. Andre en ik zitten relaxed in de koffietent met de toepasselijke naam Cappucini wat te lezen en te drinken. Dan hebben we een uurtje de tijd om te lunchen, vaak een panini. Om 12:00 uur weer melden bij de duikschool, want dan gaan we de zee op. De uitrusting (wetsuit, vinnen, trimvest en ademapparaat) is dan al uitgezocht en zit in een grote tas met een nummer erop dat je moet onthouden. Dan lopen we gezamenlijk naar de pier en komt het extra onderdeel “obstacle run boat climbingâ€. Afhankelijk van als hoeveelste de boot van Impian Divers is aangelegd, moeten we met de tassen dwars over 2 tot 4 boten heen klimmen. Zoals Andre vrolijk opmerkte. Op zijn werk zijn zulke klauterpartijen al 20 jaar verboden vanuit veiligheidsoogpunt. Maar hier is nog nooit iemand tussen de boten ingevallen, verzekeren de instructeurs ons. In de boot blijven alle duikspullen beneden en zitten alle duikers boven op het dek. We varen naar de duiklocatie Japanese Garden die geschikt is voor beginners. Wout is de instructeur van onze meiden. Wij gaan met Maurice mee een fundive doen. Zwemmen van Red Rock (een pinnacle met diepte tot circa 18-20 meter) naar Japanese Garden. Het is weer even wennen. Het zicht valt wat tegen. Maximaal 10 meter, maar het middenstuk van de duik is erg mooi. Veel harde koralen, veel (kleine) vissen die erg brutaal gewoon vlak voor je masker langs zwemmen, de blue spotted rog en ook een grote (en soms gevaarlijke) triggerfish. Na 45 minuten komen we bij de boot aan en springen onze meiden net het water in. Wij rusten wat uit voor onze volgende duik bij Twin Peaks. De meiden doen deze eerste dag de eerste “skills†in open water op een diepte van 2-3 meter. Onze tweede duik is wat ondieper rond de 14 meter, met een kleine slim through en weer vele mooie kleine vissen en koralen. Ook nog een zeeslang. Moe en zout komen we rond 17:30 weer terug bij de pier. Duik loggen in de duikschool en stempel erin. De meiden komen verontwaardigd met een dik boek aanzetten. Ze hebben huiswerk. Drie hoofdstukken lezen en opgaven maken. En dat terwijl ze vakantie hebben. Dat is niet de bedoeling. Na wat gemor, zijn ze tot 20:00 uur bezig met het huiswerk en kunnen we daarna gaan eten. Naast ons appartement bij de Monkey Bar. En daarna slapen.

Dag 2 lijkt erg veel op dag 1. Behalve dat we de fun dives met een ander duikstel erbij doen, waarbij de jongen zijn loodgordel vergeet om te doen terwijl de boot ons er al bij Red Rock uit heeft gegooid. Ehhh. Buddy check vergeten? Ik leen hem 2 kilo van mij. Daarna kan de instructeur de pinncale niet meer vinden en doen we een alternatieve route. Maar voor de rest hetzelfde schema. Met weer nieuw huiswerk voor de meiden. Ik besef dat we nog niet veel meer van dit eiland gezien hebben dan de straat tussen ons appartement en de duikschool. Deze keer eten we bij Lollipop. Een hippe tent op het strand met vier plateaus gebouwd in een boom op het strand, waar je heerlijk kunt wegzakken in vier grote gele zitzakken. Op het strand zijn vier JBL boxen van een halve meter hoog neergezet en de muziek is relaxed. Heerlijk. We hebben spelletjes mee, geen telefoons. Maar de kaarten waaien weg door de heerlijke verfrissende zeebries. Zelfs de menukaart waait weg. Heerlijk hier. Opeens valt rond 21:30 de muziek uit en het licht. Een stroomstoring op het eiland. Die wel even blijkt te duren. Zonder zaklamp van onze telefoon vinden we toch de weg goed terug.

Dag 3 is de laatste dag. In de ochtend krijgen de meiden nog extra uitleg over de duiktabellen en decompressietijden. Best lastige sommen. Daarna hun theorie examen. 66 vragen. Trots komen ze om 11:00 uur naar buiten. Luna had er 66 goed en Dille 63. Wauw! Nu nog het praktijk examen. Twee duiken tot max 10-12 meter waarbij je de (moeilijke) skills zoals masker afzetten, stukje zwemmen en masker weer opzetten op minimaal 6 meter diepte moet doen. Best spannend voor Dille. We zijn weer bij Japanese Garden en gaan deze keer mee met de duiken van de meiden. Ik zie ze onder water op 7,5 meter diepte de oefeningen doen en ben super trots op ze. Na alle verplichte oefeningen, kunnen we nog rustig duiken met zijn vieren. Prachtig! Dille heeft een lichtere 7,5 L fles, dus haar lucht is als eerste op en dan gaan we met zijn allen naar boven. In de duikschool het verlossende woord van Wout. Ze zijn geslaagd. Hoera! Ze hebben nu een prachtig logboek met al vier duiken erin en het duikpasje wordt naar ons thuisadres opgestuurd.

Nu zijn we even klaar met duiken. Andre en ik hebben er door deze zes duiken op Koh Tao inmiddels al 72 en 69 in onze log boeken staan. De onderwaterwereld blijft toch bijzonder mooi. Het is nog steeds prachtig zonnig weer en dat lijkt nog een dag zo te blijven, dus boeken we de volgende dag een privé snorkeltoer met een longtail boot om ook de andere kant van het eiland te zien. Pun heet onze ervaren kapitein , die ons zeer rustig naar de locaties vaart. Veiligheid staat bij hem voorop. Dat zien we graag. Alle duikstekken (Mango Bay, Lighthouse en Hun Wong) zijn prachtig. Met witte strandjes, grote kiezels en boulders en een groene jungle die doorloopt tot aan het strand. Echt goed zicht aan deze kant van het eiland. Turquoise water en heel veel vissen. Vooral mooie bannerfish en butterfly fish. Luna ziet zelfs nog een kleine rif haai. Voor de laatste twee nachten verhuizen we nog naar Dusit Buncha resort met iets meer luxe. Een bungalow met eigen terras met seaview. Prachtige infinity pool met uitzicht op de zee en een restaurant aan het water. Enige nadeel is de steile klim naar onze bungalow omhoog. Plus de onverwachte gast in onze hotelkamer… een schorpioen. Een kleintje. Maar als je op Thaise schorpioen googlet, zijn de kleintjes het meest vervelend (en giftig). Andre wil ‘m zelf weghalen, maar ik stel voor de receptie te bellen. Wel heeft Andre er alvast een glas over heen gezet. De man van het hotel haalt ‘m weg en vraagt ons doodleuk. “Is this the only one?â€

De laatste dag op het eiland huren we nadat de tropische regenbui gepasseerd is een brommertje. Nou ja brommertje. Het zijn eigenlijk 125 cc motoren. Als ik erop stap, zie ik dat de maximale snelheid 160 km/uur is. Oeps. Natuurlijk rijden we heel langzaam en voorzichtig en met helm op. Koh Tao is een heuvelachtig jungle eiland met steile wegen. Gelukkig doen de remmen van onze brommer eh motor het goed. Eerste stop is bij het Hammock café met prachtig gekleurde handgemaakte hangmatten. We willen er graag nog eentje hebben voor onder onze pergola. We rijden daarna door naar Sain Daeng Beach met uitzicht op Shark Island. Een super steil betonplaten weg naar beneden met prachtig uitzicht op zee. Een heerlijke plek om te lunchen, een grote leguaan te spotten en nog even te snorkelen. Als ik er induik, zie ik meteen 50 cm onder mij een zwarte octopus griezelig heen en weer bewegen. Dat is mij even iets te dichtbij. Snel verder zwemmen. Onze volgende stop is een massage salon voor een voet en rug/nek massage. Het is weer heerlijk ontspannend. In Thailand zijn echt zoveel massage salons. Voor slechts 7,50-10,00 euro krijg je een heerlijke massage van een uur. Het valt mij op dat veel Aaziaten tijdens de voetmassages druk bezig zijn met hun mobiele telefoon. Voor ons is het zo bijzonder en ontspannend dat wij vaak met ogen dicht aan het genieten zijn. Een heerlijke ijsje op Sairee beach gaat er ook goed in. Het gaat al schemeren dus we gaan terug naar ons hotel. Na het avondeten is er wat rumoer bij de lobby. Er blijkt een groene slang van 1 meter lang op het pad te liggen. Ook deze wordt door dapper hotel personeel weggejaagd onder het mom van “no poison snake on Koh Taoâ€.

De volgende ochtend trekken we de gordijnen een beetje gespannen open. Hoe zal de zee zijn. Gelukkig kalm. Bij te grote golven vaart de Ferry namelijk niet en bestond de kans dat we onze vlucht zouden missen. Deze keer zitten we op de Catamaran Ferry die ons snel maar wel volledig verwaaid en half doof van de klapperende wind in onze oren naar Koh Samui brengt. Via het schattige vliegveld (soort Batavia stad) terug naar Bangkok voor een laatste nachtje Thailand. We hebben nu hotel Sukosol geboekt. Erg sjiek, maar met 70% korting via agoda. Grote plus is dat het hotel direct aan de Skytrain van het vliegveld ligt en ook dichtbij het centrum (halte Phaya Thai). We zijn er dus zo en kijken onze ogen uit. Wat een luxe en service. We willen graag nog een beetje Thailand proeven. Dille gaat met Andre nieuwe gel nagels laten maken in een shopping mall en ik ga met Luna alvast naar Wat Suthat. Het schemert al. We rijden met een tuktuk. Zoals Luna zegt “pas in een tuktuk ervaar je de stad echt met zijn geluiden, hitte en geurâ€. De tempel is prachtig verlicht en het avondgebed van 19:00 uur is begonnen. Met zijn viertjes gaan we daarna verder gepropt in 1 tuktuk naar Khao San, de bekende backpackers straat van Bangkok. Wel enorm veranderd sinds 15 jaar geleden. Super toeristisch en druk met aaneengeschakeld restaurants, mooie gekleurde lampionnen en veel marktkraampjes. We eten in een straat verder op bij Mango, een veganistisch en vegetarisch restaurant. Het eten is echt heerlijk en de vitaminen spatten uit de verse smoothie. Een laatste tuktuk rit terug naar ons hotel en dan zit onze vakantie in Thailand er toch echt bijna op. Veelzijdig Thailand. Strand, jungle, bergen, ruïnes, steden en cultuur. Zo veel kleuren groen. De mensen zo vriendelijk. Het geloof zo aanwezig in de vele tempels en huisaltaren. We hebben weer genoten!



1862 bochten

Reisverslag Thailand Posted on Sun, August 05, 2018 05:18:56

Op elke markt in Noord-Thailand zijn ze te koop. Kleurige T-shirts met daarop de schreeuwende tekst “I did the 1862 curves of the Mae Hong Son loop. In Nederland hadden we er al mooie verhalen over gelezen. Rijden door bergachtig gebied langs de grens met Myanmar. Dat leek ons wel wat. We hebben vijf verschillende hotels en guesthouses langs de route geboekt. We doen de ronde met de klok mee en eindigen in Chiang Rai. Vanuit Chiang Mai rijden we eerst een stuk naar het zuiden en nemen dan de weg langs het Doi Inthanon national park. De moesson is helaas flink begonnen in Thailand. Het leuke is dat de watervallen denderend met een ACDC lawaai door de jungle naar beneden storten. Het nadeel is dat wij in een drie uur durende moesson regenbui terecht gekomen zijn. Alleen de eerste twee watervallen hebben we nog kunnen bekijken. Onderweg zouden er allemaal “scenisch viewpoints†moeten zijn, door ons al snel omgedoopt in “zie-niks viewpoints†vanwege de mist en regen. Op het hoogste punt (bijna 2500 m) hebben we bibberend van de kou in onze korte broek en T-shirt de twin pagoda’s bekeken (15 graden met regen en wind).

Na vijf uur rijden, komen we aan in Khun Yuam. We hebben hier een guesthouse geboekt voor 25 euro inclusief ontbijt. Het blijkt echt een super leuk huisje met veel ramen op palen te zijn met een eigen terras en uitzicht over de bergen. En inmiddels droog geworden. Echt prachtig. De eigenaar is super aardig en behulpzaam en klaagt over de weinige toeristen dit jaar. ’S Avonds eten we ‘vegetable fried rice met cashewnuts’. Rondom ons heen lopen 25 (jonge) poesjes. De vrouw van de eigenaar is dol op poezen. De man zelf heeft ze inmiddels laten steriliseren, want zoals hij zegt “there are too many and it is not good for the businessâ€. De tocht gaat door, nu wel langs echte viewpoints en leuke kleine koffiehuisjes. We komen aan in Mae Hong Son, een dorpje van 7000 inwoners omringd door bergen. Lang geografisch, cultureel en politiek afgezonderd geweest van Thailand. Oorspronkelijk gesticht als een trainingscentrum voor olifanten (tbv de houtindustrie). Er zijn hier veel Birmese invloeden zichtbaar, oa in de tempels. We slapen hier in Fern Resort (een aanrader volgens de Lonely Planet). Het grenst aan het Mae Surin Nationaal Park. Prachtige bungalows in een groene setting. Zelfs Brad Pitt en Angela Jolie hebben hier een keer geslapen getuige de trotse foto’s van de receptioniste op de incheckbalie. Er zijn ook bungalows tussen de rijstvelden, maar aangezien ze nog niet ingeplant zijn, is dat nu minder mooi. We besluiten naar de Mud Spa te gaan. Er zijn hier namelijk geothermische heetwaterbronnen en geneeskrachtige modder. De Mud Spa zit bij de Cottage Club. De naam klinkt sjiek, maar het blijkt een redelijk gedateerde (en overprijsde) plek te zijn. Maar wel grappig. We nemen alle vier de volledige modderpakking, scrub en heetwaterbad. Vier potige Thaise dames gebaren ons naar een kleedhokje. Ze geven ons een wegwerp onderbroek met gaatjes en omslagdoek. Een voor een gaan de dames ons insmeren. Halverwege klinkt een hard “Turn†als teken dat we ons om moeten draaien. We komen lacherig naar buiten. We zien er niet uit. No pictures in deze blog 😉 Na het drogen van de modderpakking worden we afgespoeld en gescrubd. Heerlijk voor als je jeukende muggenbulten hebt. Hierna mogen we in de heetwaterbron dobberen. Heerlijk! We eindigen met een body lotion. Helemaal opgefrist en met zachte huid.

De volgende morgen bezoeken we de prachtige Wat Phra That Doi Kong Mu. Deze staat boven op de berg met een prachtig uitzicht op Mae Hong Son. Twee witte tempels. Weinig tot geen toeristen. Een serene rust. Op de hoek worden de monniken kaal geschoren door elkaar. We kopen wat kaarsen en wierook (3 voud) en steken die voor aan. Er hangen oranje kleden om wensen op te schrijven. Vlakbij de rand staan drie grote klokken, waar je met een houten paal tegen aan kunt slaan. Ook weer driemaal. De mystieke gong galmt lang na het dal in. Echt een van de mooiste tempels die we gezien en ervaren hebben in Thailand. De volgende stop is bij het “Long-Neck Karen villageâ€. Het dorp met vrouwen die kettingen om hun nek draaien. Helaas in de categorie overschatte attractie en erg toeristisch met 25 euro entrée en vervolgens een soort markt. Andre leest een wetenschappelijk artikel dat de nek niet verlengd is, maar de hoek met je schouder naar beneden gaat. Dille is inmiddels steeds zieker geworden, dus we houden ons bezoek kort.

Onze volgende stop is de zogenaamde Friendship Bridge. Een brug van bamboe aangelegd over de rijstvelden heen zodat de monniken van de ene kant naar de andere kant van de vallei konden komen. Echt super mooi en rustig. Terwijl Dille uitrust, lopen wij met een houten parasol over de brug en over de groene rijstvelden. Onderweg zien we mensen aan het werk en kleine tempels. En een beeld van een monnik met een smartphone. Echt humor.

Daarna gaat route weer verder met heel veel haarspeldbochten (niet fijn als je ziek bent) naar Pai. Dit is echt een hip backpackersdorp. Ons via booking.com geboekte familiekamer in E-outfitting Pai resort bleek al weggegeven te zijn en toen zijn we naar Shambave resort gegaan met een Nederlandse eigenaar. Luna duikt lekker het zwembad in. Er is hier een gezellige evening markt/walking street. Dille koopt squishies, Luna een avocado masker en ik eet hier mijn lekkerste Sweet&Sour tot dan toe in een gezellige kleine bistro. De volgende dag gaan we naar Pai Canyon. Een soort van klein broertje van de Bryce Canyon. Het is gelukkig droog, maar je merkt wel dat het zand best verzadigd is met water. Je moet niet naast het pad stappen. We lopen en klauteren een kleine route naar beneden (en weer omhoog) over smalle en steile paadjes. Echt bijzonder mooi. Net zoals bij de Friendship bridge geldt hier weer. De mooiste ervaringen zijn gewoon gratis. Helemaal bezweet van de inspanning door de hitte, besluiten we bij de toeristische Strawberry Farm bij te komen met een heerlijke koude aardbeien shake. Perfect!

Via de memorial bridge uit de Tweede Wereldoorlog, rijden we door naar Chiang Dao onze volgende bestemming. Een mooi dorpje in de bergen. We verblijven hier weer in een aanrader van de Lonely Planet. Nest 2 in het natuurpark vlak naast de beroemde grot. Een heerlijk resort met erg ruime en fijne bungalows in een groene omgeving. Je kunt hier perfect Thai eten (nest 2) of Europees (nest 1). Beetje jammer dat zowel Luna en ik per ongeluk aan onze neus wrijven terwijl we net een rode peper van ons bord hadden verwijderd. Je raadt het al. Onze neusgaten staan in brand. Dat duurt best even voordat het weg is…..We blijven hier gelukkig twee nachten. Het elke dag weer doortrekken, wordt op een gegeven moment wel vervelend. Dille is aan de beterende hand, maar moet nog even aansterken. Dus Luna en ik gaan samen op pad. Ik mag ook in onze huurauto rijden, dus samen met google maps gaan wij op zoek naar de Sticky waterfalls 45 minuten rijden. We vinden ze snel. Entree is maar 2,50 euro. De sticky waterfalls hebben een soort ruwe afzetting waardoor je erop naar boven kunt klauteren. Het is echt supergaaf. Er zijn alleen maar drie Amerikaanse meisjes. We klimmen en klauteren naar beneden en naar boven, gaan in de waterval zitten en staan. Het is echt heerlijk. Na 1,5 uur gaan we door naar de Public Hot Springs. Samen met een grote Thaise groep komen we daar aan. Het is de verjaardag van de Koning en een boeddhistische vrije dag. De Thai gaan met kleding en al de Hot Spring in. Luna en ik doen een stranddoek om. Het water is heerlijk heet. Wederom herboren rijden we terug naar Chiang Dao. Dille is al wat beter en we gaan met zijn vieren nog de grottempel bezoeken. Wat Tham Chiang Dao. En ook al had ik mij in Nederland nog zo voorgenomen niet in een Thaise grot in te gaan na het avontuur van de Thaise voetbal jongens. Even later lopen wij toch met een gids en een petroleum gaslamp een route van 750 meter door de grot. Inclusief een paar nauwe openingen waar je door heen moest kruipen. Niet helemaal mijn ding, maar vooruit. Heel veel toeristen schijnen het wel te doen. Onderweg zien we allerlei stalagmiet formaties, waar de lokale bevolking allemaal dieren in zien. “Elephant sir, rhino sir, hippo sirâ€, zingt onze Thaise gids, die verder geen Engels kent en op mijn vraag hoe ver we nog moeten heel schaapachtig lacht. 20 minuten later en net na sluitingstijd komen we weer naar buiten. Het schemert al. Toch best bijzonder.

De volgende dag reizen we door naar Mae Ai/Thaton echt vlakbij de grens met Myanmar. We slapen hier Saranya River house resort. De naam zegt het al, mooi aan de Kok rivier gelegen die doorloopt naar Chiang Rai. We doen hier voor het eerst een massage op onze kamer. Vier Thaise dames komen onze kamer binnen. Andre krijgt de echte Thaise massage, maar na een paar pijnlijke kreten van mijn kant, besluit mijn masseuse over te gaan tot de zachtere olie massage. De meiden worden sowieso al rustiger met olie gemasseerd. Heerlijk ontspannend. We eten in een gezellig restaurant aan het water. We hebben een etui mee met allemaal (mini) spelletjes: koehandel, twix, kaarten, kangoeroe, yahtzee, kolonisten. Elke avond bij het eten spelen we tijdens het wachten een spelletje. Erg gezellig! De volgende dag rijden we off the beaten track naar Mae Salong. Dit is een meer Chinees achtig dorpje in de bergen tussen de thee plantages. Onderweg vinden we toevallig zelf nog een stomend en naar zwavel ruikend geothermisch bron. Iets hoger dan de rivier vallei liggen de maisvelden. Bovenin komt de thee. Hier zijn ook kleine dorpjes met hill tribes, vaak afkomstig uit Myanmar. Om half twee moeten we onze auto inleveren op het vliegveld van Chiang Rai. Op een gegeven moment wijst Google Maps ons de kortste route aan. Dit blijkt zowat loodrecht naar beneden te zijn. We hangen serieus in onze gordel en rijden over betonnen platen (en zonder tegenliggers) de kortste weg terug naar de hoofdweg. Bij AVIS (7 man personeel op 4 m2, niet volgens ARBO normen) leveren we onze auto in en gaat ons avontuur verder richting het zuiden: Phuket en Koh Tao.



Monniken en massage

Reisverslag Thailand Posted on Sat, July 28, 2018 15:53:43

Half brak van te weinig slaap, bestuderen we de openbaar vervoer kaart van Bangkok. Waar moeten we nu precies overstappen op de metro? Lag ons hotel nu ten zuiden of noorden van het park? We pakken onze gegevens erbij en met een beetje Thaise hulp hebben we het gevonden. Vriendelijk Thais personeel staat bij de uitgangen van de metrostellen en begeleiden de in- en uitgaande stromen. Zoiets zie ik niet bij de nieuwe Noord-Zuidlijn in Amsterdam gebeuren. Het OV kost hier geen drol. Voor slechts 100 baht (2,50 euro) komen we met de trein en metro met zijn vieren naar ons hotel. De laatste 15 minuten moeten we nog door de hitte heen sjokken met onze bagage. Het nadeel van een nachtvlucht is dat je vaak nog niet kunt inchecken. Dan eerst maar even lunchen. Siri Sathorn zitten we in een wijk buiten het centrum. Mooi en modern hotel met (en dit blijkt belangrijk te zijn voor de rest van onze reis) heerlijke zachte bedden. Bijgekomen van de jetlag door een duik in het frisse zwembad te nemen, besluiten we een tuk tuk naar het centrum te nemen. Dat geeft natuurlijk weer veel tuktuk plezier. De meiden blijven dol op deze leuke kleurige en open tuk tuks. We gaan naar Wat Pho. Een “Wat†is een boeddhistische tempel in Thailand. Voor Andre en mij de tweede keer, want voor de kinderen er waren, zijn we samen al door Thailand en Laos gereisd. De tempel is weer indrukwekkend. We vallen met onze neus in de boter, want het is 18 uur en het avondgebed van de monniken begint net. Echt super sereen en mooi om te horen. Ik word er altijd rustig en stil van.

De volgende dag gaan we onze auto ophalen. Een stoere (en hoge) Isuzu 4×4. We kopen bij de MAKRO een goedkope Moto smartphone met Thais sim card en voor 2,30 euro een maand lang onbeperkt internet. Een stuk goedkoper dan navigatie huren bij de AVIS. Google maps brengt ons perfect naar Kanchanaburi en Tubtim Siam Riverkwai resort. We krijgen een appelgroene en zeer ruime villa pal aan de rivier. Ernaast hangt een schommel in een hoge boom. Iets verderop hangen boven de rivier netten van trampoline materiaal om lekker te chillen. Wat een prachtige plek! Op booking.com stonden alleen maar recensies van Thaise mensen. De Europeanen moeten dit leuke hotel nog ontdekken.

Kanchanaburi is natuurlijk bekend vanwege de Tweede Wereldoorlog en de “Bridge on the rivier Kwaiâ€. Indrukwekkend om hier te zijn. We lopen over de dodenspoorlijn heen en bezoeken het Dead Railway museum om over de geschiedenis te leren. Een zeer educatief museum, waar we ook verhalen lezen van Nederlanders van vroeger.

Daarna is het tijd voor traditiegetrouwe nail art voor de meiden. Deze keer worden het mooie gel nagels. ‘S Avonds eten we heerlijk in ons hotel. En dat voor maar 10 euro totaal voor ons vieren. Dat blijft toch wel leuk aan Azië. De volgende dag gaan we verder met de geschiedenis. We rijden naar de Hellfire pas. Hier autorijden valt erg mee. Van al onze Aziatische bestemmingen, rijden de Thai het voorzichtigst en langzaamst. Behalve die ene rare vrachtwagen dan die inhaalde en bijna te lang op onze weghelft bleef hangen. Dat ziet er dan wel een beetje eng uit. Bij Hellfire pas zijn in de laatste periode van de bouw van de dodenspoorlijn heel veel doden gevallen vanwege de zware omstandigheden tijdens de moesson, de vele ziektes en het feit dat de Japanners de bouw wilden versnellen en men nog harder moest werken. Tijdens de wandeling naar de kloof, kregen we een Nederlandse audio tour met verhalen van overlevenden die de rotsen daar met simpel materiaal moesten uithakken. Echt verhalen om heel stil van te worden. We eindigden de dag met een overschatte attractie. Sai Yok National Park met een entree van 1000 baht (25 euro) stelde niet veel voor met een paar kleine watervallen. Wel grappig was dat Luna in de rivier viel tijdens steentje springen en toen maar vrolijk door bleef banjeren door de rivier.

Daarna een lage reisdag van 5 uur naar Sokhothai. De wegen zijn hier trouwens wel erg goed. Goed asfalt en weinig potholes. We sliepen bij Smiling Face Guesthouse pal naast de entrée van het Historical Park met alle ruïnes. Een leuk backpackers hostel met supervriendeijke eigenares. Bij de buren stonden tientallen plastic stoeltjes buiten en twee boxen van 2 meter hoog. Enorme harde muziek maakte het inchecken bijna onmogelijk. Wat bleek. De buurman was 100 dagen geleden overleden en dat wordt nu “gevierdâ€. Met keiharde muziek dus. En tot onze schrik begon het feest weer klokslag om 5.00 uur ‘s ochtends. Een kort nachtje dus. We hadden bij Sukhothai Bicycling tours de volgende dag een halve dag tour geboekt. Toen de moessonregen een beetje gestopt was, gingen we samen met Miaow en een paar stevige mountainbikes op pad. Super leuk en interessant. Miaow sprak heel goed Engels en legde zoveel uit. Ze sprak langzaam zodat de meiden ook (bijna) alles konden verstaan. We reden 22 kilometer lang langs dorpjes, oude waterkanalen en door rijstvelden. Het was echt fantastisch. We zijn bij een coöperatie van meubelmakers op bezoek geweest. Een manier om inkomen voor een dorp te genereren en te voorkomen dat mensen wegtrekken naar de stad. In de rijstvelden gepicknickt met heerlijke pindarotsjes die de tante van Miaow speciaal had gemaakt. Ook hebben we een klein familie bedrijf bezocht die whiskey maakt van rijst en werkt zonder afval. Alles wordt hergebruikt: houtskool, rijstpap als voer, potgrond voor de verkoop op internet. Een inventief en ondernemend gezin. Miaow vertelde ook honderduit over het familieleven, de cyclus van het rijst planten en waarom er zoveel gele vlaggen hangen. Geel is namelijk de kleur van de maandag en de koning is geboren op een maandag. Echt een fantastische tour.

In de vroege avond bekeken we met de fietsen van ons guesthouse het Historical Park. Ook hier weer zo’n serene rust. Met een ondergaande zon. Die oude ruïnes uit de 13e en 14e eeuw. Het rode afbrokkelende pleisterwerk van de bakstenen, de afgebladderde boeddha beelden en duiven nesten in de pilaren. Echt heel mooi.

De volgende reisdag was iets minder lang. Op naar Chiang Mai in het hoge noorden van Thailand. Ons eerste nachtje zaten we in Villa San Pee Seua aan de rivier. Sfeervol hotel. Ik zag dat er lampionnen opgelaten konden worden. Dus toen we terugkwamen van de Saturday night market (met vele souvenirs) hebben de meiden om half elf ‘s avonds nog vier reusachtige witte ballonnen opgelaten aan de donkere rivier. Dille voelde zich een beetje Rapunzel. Echt heel mooi. Ze gingen super hoog.

De volgende ochtend werden de meiden en ik om 7:15 opgehaald voor een olifanten excursie. Andre zou onze spullen verhuizen naar een ander hotel: Liam’s Suan Dok Mai guesthouse van de Belgische Daphne. Een sfeervol guesthouse met lieve hond Lupa en een chloorrijk zwembad. De matrassen van het stapelbed waren helaas zo hard dat de meiden er niet op wilden slapen. Gelukkig stond er nog een zacht bedbankje. De Lonely Planet stond vol met waarschuwingen over de schadelijke “elephant rides†en gaven expliciet aan bij welke tours je een diervriendelijke interactie kon hebben met de olifanten. Wij kozen voor Patara omdat daar ook baby olifanten waren. Na een uurtje rijden stapten we uit een busje midden in de jungle. Los liep hier een kleine kudde van 8 olifanten rond. En ja, daar was de kleine baby olifant al. Slechts 1 jaar oud en heel ondeugend. Voortdurend op zoek naar banenen en hij liep zelfs de wc in omdat daar een paar bananen lagen. Echt super grappig om te zien. Moeder olifant was wel altijd in de buurt. We hadden alle tijd om tussen de kudde door te lopen. Daarna mochten we ze gaan voeren. Dille de kleinste en ik de grootste. Je moest eerst “bon†zeggen. Dan deed de olifant zijn slurf omhoog. Dan moest je de bamboe en bananen tussen de kaken stoppen. Dat was best de eerste keer wat spannend. Nadat de slurf weer naar beneden ging, moest je op zijn zijkant klappen en “didi†zeggen. Op deze manier deden we alledrie het hele mandje met eten voeren. Daarna was het baddertijd in de rivier vlakbij de waterval een klein stukje wandelen. Dille was zo slim een bikini aan te trekken. Het bleek een illusie om te denken dat je droog zou blijven tijdens het borstelen van de olifanten in de rivier. De olifant spoot ons namelijk ook nat met zijn slurf. Toen we daarna in de rivier even een klein stukje mochten rijden op de olifant, vond mijn olfant het nodig om door zijn voorpoten te zakken. Ik ging achterover liggen zodat ik erop bleef. Maar daarna maakte mijn kleine olifant een andere schijnbeweging naar links en voordat ik het wist, gleed ik eraf helemaal kopje onder in de rivier. Luna en Dille lachten zich rot, want zij zaten op een veel grotere olifant. Genant. Echt een mooie ontmoeting met een groep olifanten die goed verzorgd worden.

In de avond rijden we weer met onze auto naar het centrum van Chiang Mai. We wilden voor het avondeten nog een massage. Al vrij snel vonden we een massage salon waar we alle vier tegelijk een foot-back-neck-shoulder massage konden krijgen. Volgens de masseurs een relaxed massage en niet zo hard als de traditionele Thaise massage. Nou…. ze hebben Andre en mij wel in bepaalde wokkels gelegd met onze rug, armen en benen en half gekraakt, dat we dit niet puur relaxt vonden. Maar toch best lekker. Het verkeer in het centrum was erg druk. Op een gegeven moment stonden we echt in de file in een drukke straat. Veel bromfietsen natuurlijk (maar niet zoveel als in Vietnam), tuktuks, auto’s en “Rot daangs†(rode gedeelde trucktaxi’s. Luna draait even het raampje open en even later horen we een ijselijke gil. Mensen in de straat kijken om. We zien dat Luna dicht tegen Dille aangekropen is op de achterbank. Wat bleek. Er sprong een grote salamander naar binnen op Luna af. We komen niet meer bij van het lachen. De volgende dag worden we alle vier opgehaald voor een ziplines tour bij Eagle Track. Samen met een Belgisch en Amerikaans gezin en twee gidsen, gaan we de silver tour doen. Silver tour wil zeggen 20 platforms met o.a. 9 ziplines, wiebelende bruggetjes en twee abseils van 20 en 40 meter. Over die laatste twee maak ik mij – met mijn toch licht aanwezige hoogtevrees – wel enige zorgen. De gidsen beloven mij langzaam naar beneden te laten. Daar een beetje vals glimlachend aan toevoegend: “ don`t cryâ€. Uiteindelijk viel het allemaal reuze mee. De ziplines zijn echt gaaf hoog in de jungle. Sommige ziplines zijn erg lang over de rijstvelden heen naar de andere kant. Als je te hard gaat, moet je remmen met een kromme bamboestok aan de kabel. Na afloop krijgen we een Thais lunchbuffet en praten we na met het Belgische gezin en krijgen we via air drop leuke filmpjes. Dat Andre zijn handschrift zeer slecht leesbaar is, bleek wel weer toen we onze certificaten kregen van de organisatie. Andre was Anore Limnih geworden 😉

Het is onze laatste nacht in Chiang Mai voordat we aan De Roadtrip beginnen. We vinden het leuk om nog een Monk Chat te doen. Dan kun je met de monniken praten om te horen hoe hun leven is en leren zij meteen Engels. We doen dit bij Wat Suan Dok. Een bescheiden jonge monnik heet ons hartelijk welkom en zegt dat we het beste met een hogere monnik kunnen kletsen. Deze is net bezig een meditatie af te ronden. Na een paar minuten zitten we in een kringetje op witte plastic stoeltjes met een monnik met olijke pretoogjes en een aubergine kleed om. Later leren we dat dit de schutkleur is van een forest monk. Dit in tegenstelling tot het felle oranje dat bij de City monks hoort. Naast hem zit een 17 jarige verlegen monnik uit Nepal. Deze is op 14 jarige leeftijd bij zijn ouders uit huis gegaan om monnik te worden. Ik verras beide monniken met mijn paar Nepalese zinnetjes die ik nog steeds ken omdat ik voor mijn afstuderen 9 maanden in Nepal gewoond heb. We krijgen echt een super leuk gesprek van een half uur. Over hun leven. Wat ze niet mogen (sporten), hoe laat ze opstaan (vaak 05:30), wat ze eten (vaak vegetarisch maar dat hoeft niet). Motto van de oudere monnik is “Eat to liveâ€, not “live to eatâ€. We vertellen over ons werk en de meiden over dat ze op de fiets naar school gaan. De oudere monnik spreekt vaak over simple life (niet hebberig zijn) en balance. Monniken hebben wel een smart phone, maar gaan hier met mate mee om. Aan het eind wil de oudere monnik graag met ons op de foto omdat Nederlanders zulke leuke mensen zijn. Wat een bijzonder gesprek en wat een rust straalde de oudere monnik uit terwijl hij tegelijkertijd heel grappig was. Op een of andere manier kwamen we na deze Monk Chat terecht in de grootste shopping mall van Chiang Mai. Zo eentje met hyper moderne WC’s waar je in 5 standen je billen kunt wassen en drogen. De meiden eten een frozen yoghurt met tien toppings voor 10 euro. Wat een contrast met het pleidooi voor een “simple life†en niet hebberig zijn. Ik gooi het maar op “balanceâ€.



Next »