In Nicaragua zijn er twee plekken waar de schildpadden eieren leggen op het strand en Popoyo is 17 kilometer verwijderd van een van deze plekken, genaamd Reserva Rio Chacocente. Dit hebben we in Costa Rica al eens eerder gezien, maar toen waren de meiden nog klein. De zeeschildpad is Dille haar favoriete dier (ze heeft haar spreekbeurt er al een keer over gehouden en heeft er een geluksketting van), dus we willen dit graag nog een keer zien. In de middag gaan Andre en ik proefrijden naar dit reservaat. Ik heb telefonisch (mijn Spaans wordt steeds beter) een reservering gemaakt om ’s avonds/’s nachts een excursie te doen op het strand waar schildpadden hun eieren leggen in de periode juli-oktober. Straks is het pikkedonker, dus we willen het even voorrijden met licht. Dat blijkt verstandig, want na 12 km is het een kleine afslag naar links met een echte 4×4 dirt road. Een grote tak blokkeert het pad, die ik moet weghalen. We moeten door een droge rivierbedding met veel koeien. We komen aan bij het “kantoor†van de natuurbeschermingsorganisatie en worden daar heel vriendelijk ontvangen. We lopen het pad naar de zee van 500 meter ook alvast voor. Helaas nog geen schildpad te zien. Dit strand is bekend om de massale aankomst van de olive ridley turtle.

Soms kunnen er per nacht 2000-3000 het strand op kruipen om hun eieren te leggen. Dat is helaas pas in september of oktober. De kans dat je nu een schildpad ziet, is mede afhankelijk van de stand van de maan. Krimpende en wassende maan zijn het best. We zijn er net in een redelijk gunstige periode. Terug in het hotel proberen we zo laat mogelijk te eten en nog wat spelletjes te spelen. Rond 20:30 gaat het licht uit in het restaurant. Omdat het hier vroeg donker is, gaan wij ook vaak vroeger op bed. Maar nu moeten we dus wakker blijven. Om 21:30 vertrekken we. Fijn dat we het hebben voorgereden. 22:15 komen we weer aan bij het “kantoorâ€. Het is een drukte van jewelste met vrijwilligers. Ze lopen elke nacht shifts van twee uur om het strand te bewaken. We betalen 12 euro entree voor het park en mogen zelf met onze zaklamp naar het strand lopen. Het is behoorlijk donker. Op het strand zouden we de wachters moeten treffen, maar we zien niemand. We lopen nog 10 minuten naar links en besluiten terug te keren, omdat we helemaal niets en niemand zien op het donkere strand. De tweede keer loopt er een vrijwilliger met ons mee over een andere route. Het bleek nog veel verder naar links te zijn. Zo krijgen we wat nachtelijke kilometers in de benen. We worden overgedragen aan de 22-24 uur wacht van studenten en vrijwilligers. Ook lopen er twee militairen standaard rond. Dit alles om te voorkomen dat de geliefde eieren gestolen worden. Er gebeurt nog weinig, behalve dat er veel krabben rondlopen. Om 24 uur is de wisseling van de wacht. We besluiten nog maximaal een uur te blijven. We liggen op het strand onder een prachtige sterrenhemel en tollen een beetje om van de slaap. Om 0:30 worden we door een studente gewenkt met een knipperende zaklamp. Er zijn twee schildpadden gespot. Snel rennen we naar haar toe. Als de schildpad het strand opkruipt, mag ze niet gestoord worden, anders keert ze weer om de zee in. Lichten uit dus. De studente ziet scherp in het donker en vertelt dat er eentje helemaal naar boven geklommen is en een gat aan het graven is. De ander is teruggekeerd. Zodra de schildpad eieren gaat leggen, komt ze in een trance. Dan mag de zaklamp aan. We zien een 70 cm grote schildpad boven een ongeveer 50 cm diepe kuil. De studente graaft wat zand weg zodat we kunnen zien hoe de eieren eruit vallen. Ze leggen er 80-100 per keer. Ze pakt er ook eentje uit om ons te laten voelen.

We mogen ook het schild aanraken en dat licht fluorescerend op. Dat komt door de algen. Wat magisch om hier getuige van te zijn. We blijven kijken. Na afloop dekt de schildpad het gat helemaal toe. Dit is heel veel werk voor d’r en ze moet vaak even uitrusten om op adem te komen. Daarna kruipt ze terug naar zee. Ook dit gaat langzaam. Ze moet een paar keer stoppen om uit te rusten. We lopen langzaam met haar mee. Dit was een onvergetelijke ervaring. Ook helemaal niet toeristisch. Wij waren de enigen samen met de lokale bevolking. Dat maakte het extra bijzonder. In San Juan verder naar het zuiden, kun je deze excursie ook doen en kost het minimaal 40 dollar per persoon en zijn er meerdere tours tegelijkertijd. Om 1:30 uur (dit hele proces duurt dus wel een uur) lopen we weer terug. Luna heeft nu ook scherpe ogen en ziet in de verte een andere schildpad het strand opkruipen. Weer werk voor de vrijwilligers want zij maskeren het gat na afloop of verstoppen de eieren elders om het zo moeilijker te maken voor de stropers. Wij vinden het wel genoeg zo en een vrijwilliger brengt ons terug naar de auto. Om 2:30 liggen we met een grote glimlach in ons bed.

De volgende dag slapen we natuurlijk uit. Heerlijk dagje weer op het strand. Bodyboarden terwijl de pelikanen boven je hoofd vliegen bij de brekende golven op zoek naar vis. Kleine wandeling gemaakt over de rotsen naar een volgende baai met tidal pools. Een natuurlijk zwembad met water gevangen in de rotsen. Hier hebben we even gezwommen en tropische kleine visjes gezien. We moesten wel snel weer terug want de vloed kwam opzetten en dan wordt de route terug over de rotsen een stuk lastiger of gevaarlijker.

Lekker lunchen, lekker eten, in het zwembad, in de hangmat. Onze laatste dag in Popoyo is lekker chill. De volgende dag reizen we terug naar Managua om de auto in te leveren. We nemen eerst de kortere dirt road van 40 kilometer met flink wat ondiepe rivier crossings. Onze 4×4 hebben we erg goed gebruikt deze vakantie. We maken nog een tussenstop in Masaya bij de souvenir markt. We waren nog wat vergeten;-) Op het vliegveld leveren we de auto in bij Alamo. Een super professioneel en vriendelijk verhuur bedrijf. Sinds onze aanrijding in Swaziland kopen we het eigen risico af. Dus zowel de lekke band als de deuk achterop toen Andre te hard achteruit reed, wordt niet in rekening gebracht. We gaan naar de terminal voor de nationale vluchten die grenst aan de internationale terminal. Alles gaat hier meer houtje touwtje. We vliegen met La Costena naar Big Corn Island, een eiland in de Caribische zee waar we onze vakantie gaan eindigen. Het is een klein vliegtuig voor circa 35 personen. Je mag 15 kilo ruimbagage mee, dus we moeten nog wat herpakken omdat we normaal 2 tassen van 20 kilo hebben. We checken twee dagrugzakken dus ook in. De vlucht is een beetje onrustig. Met zo’n klein vliegtuig voelt het ook anders. Na een uurtje zijn we er. We dachten eigenlijk dat het eiland (6 vierkante kilometer) autovrij was, maar er blijken kleine Ford KIA taxi’s te rijden. Daar passen vier personen en bagage alleen in als je de achterklep openlaat. dus zo rijden alle taxi’s weg vanaf het vliegveld. We worden afgezet in Casa Canada. Een heerlijk hotel aan de kust met een infinity pool en mooie palmbomen. Geen zandstrand voor, maar een koraalrif. We hebben een mooie Cabana met een kingsize bed (altijd lekker), een bedbank voor de meiden en een warme douche. Na vier dagen koud douchen in Popoyo is dat toch wel weer fijn.De meiden duiken nog even het zwembad in.

’s Nachts word ik wakker van het onweer. Het gaat te keer en ik hoor de stortregens op ons dak. Het blijft de hele nacht door gaan. Sterker nog: pas tegen 12 uur in de ochtend wordt het iets droger. Wat een weer. Het is hier echt regenseizoen. Hier hadden we niet helemaal op gerekend. Opeens maak ik mij licht zorgen over onze terugvlucht. Die is in de ochtend met op dezelfde dag om 14:30 de vlucht naar Amsterdam. Wat als het dan zo’n slecht weer is en de vlucht misschien niet gaat? We lopen met onze (nog niet echt eerder gebruikte) goretex jassen aan naar het ontbijt. Ik vraag de obers, maar die stellen mij gerust. Ze vliegen heus wel. We doen spelletjes, lezen voor aan de meiden (het vijfde boek deze vakantie al en de tweede van Carry Slee) en er is WiFi in het restaurant. In de middag is het droger en huren we vier fietsen en gaan we naar de duikshop Dos Tuberones, 2,5 km verderop. Want natuurlijk zijn we hier gekomen om te duiken. Ik volg Dos Tuberones al een poosje op Facebook en de onderwaterwereld is hier prachtig. Tonya denkt goed mee hoe we het kunnen doen. Luna wil graag weer een ondiepe duik in zee en Dille een bubblemaker in het zwembad. Shawn een vrolijke Zuid-Afrikaan komt erbij en stelt voor de om de bubblemaker in de ondiepe zee bij de duikshop te doen. Dan kan Dille daarna ook mee naar de duik naar het koraalrif (kantduik/shoredive). Prima plan, als we maar niet te diep gaan. De volgende ochtend zijn we er om 7:30. We hebben Dille al wat YouTube filmpje laten zien over de duikuitrusting want het is voor haar de allereerste keer. Eerst moeten we allemaal in een wetsuit worden gehesen. Dat is altijd het zwaarste werk. Met volle bepakking lopen we de zee in. Shawn doet onder water drie oefeningen met de meiden. Ademautomaat uitdoen en weer in. Ademautomaat weggooien en weer indoen. En masker klaren. Luna is ervaren en doet meteen full mask clearing onder water (masker in je hand houden en onder water opzetten). Shawn is onder de indruk van de meiden. Samen met Kathy zijn assistent zwemmen we met zijn allen langzaam naar het rif. Wat bijzonder. Dit is onze allereerste familie duik! Shawn houdt Dille bij de fles vast. Ze kan haar eigen drijfvermogen nog niet goed regelen natuurlijk. Luna kan al vrij snel weer los. Dille gaat daarna met Andre en dan maakt Shawn nog een mooie familie foto van ons. Het wordt een duik van ongeveer 40 minuten met een maximale diepte van 5,8 meter. Koraal is mooi en we zien veel visjes en een spotted eagle ray. Dille komt helemaal enthousiast boven. We reserveren ook alvast onze duiken voor morgen. Dat worden bootduiken dus nog iets te moeilijk voor Dille en misschien te diep voor Luna.

In de middag huren we bij het hotel twee scooters. Het is nog steeds bewolkt maar gelukkig wel droog. Onze zonnebrandcreme gaat absoluut niet op hier. Die kan mee terug naar Nederland. We toeren het hele eiland rond. Ik heb nooit brommer gereden, alleen tijdens onze vakantie op Bali. Dus ik moet weer even wennen. Net zoals met de auto, nemen we met de brommer ook steile dirt & stone roads en rijden een stukje op het strand. De kust is hier prachtig. Corn Island voelt heel anders dan het vaste land van Nicaragua. Mensen spreken hier meer Engels (creools) en hebben een meer Caribisch uiterlijk. We zien veel kleine gekleurde huisjes met golfplaten op het dak. Wegen zijn modderig door alle regenbuien. Ook hier zijn paarden. Zonder zadel en met zwembroek op worden ze bereden. Er zijn kleine winkeltjes met een grappige voorraad van spullen. Ze zijn natuurlijk heel erg afhankelijk van wat er binnen komt. En verkeerstechnisch zijn er heel veel drempels… Sinds twee weken is er hier ook een ziekenhuis. Dat is ook erg fijn voor de lokale bevolking, want vroeger moesten zwangere vrouwen een maand van te voren naar het vaste land om daar te bevallen. Nu kan het gewoon hier. Ook voor de kreeftenduikers is het fijn, want er is een decompressie kamer. In het verleden gingen veel kreeftenduikers dood door gevaarlijk duiken. En voor de toeristen is het natuurlijk ook goed. Want ondanks het regenseizoen zijn er veel toeristen op de Corn Islands.

De volgende dag gaan we lunchen bij de duikshop. Ze hebben de lekkerste koffie van het eiland en donuts. Shawn vertelt dat de eerste bootduik om 13 uur wat dieper is, circa 10 meter. Dat is te diep voor Luna. Maar ze hebben nog niemand anders voor de boot van 15 uur. Hij zou dan met ons naar een ondiepe duiksite kunnen varen en dan zouden de meiden ook meekunnen. Dille en Luna roepen meteen JAAA. Andre en ik hebben eigenlijk nog wel zin in die 13 uur duik. Vroeger doken we altijd samen, maar na de geboorte van de meiden altijd apart, zodat er altijd een iemand bij de meiden blijft. Inmiddels zijn ze oud genoeg om even alleen te blijven. Zij gaan even zwemmen en snorkelen vanaf de kant en wij gaan mee op de boot. Wat bijzonder weer. Onze eerste duik weer samen als buddy’s sinds lange tijd. Het was een prachtige duik bij Long reef. We zien heel veel vissen, super grote kreeften en een nurse shark. Het koraal is ook erg mooi. We eten even wat banenenchips voordat we met zijn vieren weer de boot opgaan. We gaan naar the Drift. Volgens Shawn de mooiste duiksite en ondiep (7 meter). Luna gaat er met een backwards flip vanaf de boot in. Shawn doet bij Dille de duikuitrusting aan in het water. De zee is enorm kalm. Dat is echt superfijn voor deze eerste bootduik voor Dille. Langs de ankerlijn dalen we af naar 5 meter en beginnen dan aan een prachtige duik. Shawn heeft niets te veel gezegd. De koralen zijn adembenemend mooi. Zoveel vissen. En weer een nurse shark vlak onder ons. Ik fotografeer ‘m met onze gopro. Dan zwemt hij omhoog naar mij toe. Heel even moet ik aan het verhaal van Freek Vonk denken.

Maar dan is ie gelukkig alweer weg. Dille heeft de smaak te pakken en wil niet meer vastgehouden worden. Op een gegeven moment zwemt ze los naast Luna voor ons. Andre en ik kijken elkaar onder water aan en we denken hetzelfde. Wat is dit bijzonder mooi om zo samen als gezin te duiken. Laaiend enthousiast komen de meiden boven na 45 minuten boven. We praten na in het duikcafe en loggen onze dives. Shawn geeft de meiden een grote knuffel en complimenten. Mooie dag!

Onze laatste dag kunnen we niet meer duiken vanwege de vlucht de volgende ochtend. We besluiten een snorkelexcursie naar Little Corn Island te doen, het kleine broertje van Big Corn op 6 zeemijl. Dit eiland is nog kleiner en alleen begaanbaar te voet. Binnen een uur heb je het rondgewandeld. We gaan met de boot van Charles de volgende ochtend om 9:00 uur. Wijs geworden door ons enge avontuur op Bali vragen we eerst om zwemvesten. Die zijn er. Zodra we wegvaren krijgen we een hoosbui over ons heen. De zee is best wat wilder, dus we vliegen soms van de houten bankjes omhoog. Niet een ideale overtocht. Charles doet zijn best om ons te ontzien. In het enige dorpje van Little Corn komen we als verzopen katten aan. We wandelen even rond maar er komt nog een onweersbui aan. We hebben het echt koud. Even de zee in. Die blijkt lekker warm te zijn. Beter dan boven water. We lunchen bij de beach bar en gaan dan met de boot en een snorkel gids naar het rif. We gaan met de stroming mee snorkelen van diep naar ondiep. In het begin is wat saai en hard werken met de deining en golven, maar het wordt steeds mooier. Halverwege is een kleine zandvlakte waar zo’n vijf grote nurse sharks liggen. Imposant. Luna en ik zien ook nog twee grote spotted eagle rays voorbij zwemmen. Hoe ondieper hoe mooier de kleuren en vormen van de koralen en heel veel vissen. Echt prachtig. Ook is er een grote school blauwe vissen waar je heel dichtbij kan komen. De gids ziet echter al weer een onweersbui komen dus we moeten eruit en richting strand. Bij Yemaya beach en resort gaan we schuilen. Dit is een mega duur resort bij een heel idyllisch strand met palmbomen. De bui gaat weer snel over. Er liggen hier ook SUP’s. De meiden willen dit al de hele vakantie doen, dus een mooie kans om het hier te doen. Rond een uur of drie gaan we weer terug. Deze overtocht is rustiger en binnen 20 minuten zijn we terug bij de duikshop. De vakantie zit er nu echt bijna op. Wat een heerlijk land. Als ik het met Costa Rica vergelijk, vind ik Nicaragua echt mooier. Het is afwisselender. Veel natuur en actieve vulkanen, maar ook leuke stadjes en cultuur. En niet onbelangrijk: het is hier echt droger dan in Costa Rica, ook in het regenseizoen. We hebben hier echt enorm genoten!