Half brak van te weinig slaap, bestuderen we de openbaar vervoer kaart van Bangkok. Waar moeten we nu precies overstappen op de metro? Lag ons hotel nu ten zuiden of noorden van het park? We pakken onze gegevens erbij en met een beetje Thaise hulp hebben we het gevonden. Vriendelijk Thais personeel staat bij de uitgangen van de metrostellen en begeleiden de in- en uitgaande stromen. Zoiets zie ik niet bij de nieuwe Noord-Zuidlijn in Amsterdam gebeuren. Het OV kost hier geen drol. Voor slechts 100 baht (2,50 euro) komen we met de trein en metro met zijn vieren naar ons hotel. De laatste 15 minuten moeten we nog door de hitte heen sjokken met onze bagage. Het nadeel van een nachtvlucht is dat je vaak nog niet kunt inchecken. Dan eerst maar even lunchen. Siri Sathorn zitten we in een wijk buiten het centrum. Mooi en modern hotel met (en dit blijkt belangrijk te zijn voor de rest van onze reis) heerlijke zachte bedden. Bijgekomen van de jetlag door een duik in het frisse zwembad te nemen, besluiten we een tuk tuk naar het centrum te nemen. Dat geeft natuurlijk weer veel tuktuk plezier. De meiden blijven dol op deze leuke kleurige en open tuk tuks. We gaan naar Wat Pho. Een “Wat†is een boeddhistische tempel in Thailand. Voor Andre en mij de tweede keer, want voor de kinderen er waren, zijn we samen al door Thailand en Laos gereisd. De tempel is weer indrukwekkend. We vallen met onze neus in de boter, want het is 18 uur en het avondgebed van de monniken begint net. Echt super sereen en mooi om te horen. Ik word er altijd rustig en stil van.

De volgende dag gaan we onze auto ophalen. Een stoere (en hoge) Isuzu 4×4. We kopen bij de MAKRO een goedkope Moto smartphone met Thais sim card en voor 2,30 euro een maand lang onbeperkt internet. Een stuk goedkoper dan navigatie huren bij de AVIS. Google maps brengt ons perfect naar Kanchanaburi en Tubtim Siam Riverkwai resort. We krijgen een appelgroene en zeer ruime villa pal aan de rivier. Ernaast hangt een schommel in een hoge boom. Iets verderop hangen boven de rivier netten van trampoline materiaal om lekker te chillen. Wat een prachtige plek! Op booking.com stonden alleen maar recensies van Thaise mensen. De Europeanen moeten dit leuke hotel nog ontdekken.

Kanchanaburi is natuurlijk bekend vanwege de Tweede Wereldoorlog en de “Bridge on the rivier Kwaiâ€. Indrukwekkend om hier te zijn. We lopen over de dodenspoorlijn heen en bezoeken het Dead Railway museum om over de geschiedenis te leren. Een zeer educatief museum, waar we ook verhalen lezen van Nederlanders van vroeger.

Daarna is het tijd voor traditiegetrouwe nail art voor de meiden. Deze keer worden het mooie gel nagels. ‘S Avonds eten we heerlijk in ons hotel. En dat voor maar 10 euro totaal voor ons vieren. Dat blijft toch wel leuk aan Azië. De volgende dag gaan we verder met de geschiedenis. We rijden naar de Hellfire pas. Hier autorijden valt erg mee. Van al onze Aziatische bestemmingen, rijden de Thai het voorzichtigst en langzaamst. Behalve die ene rare vrachtwagen dan die inhaalde en bijna te lang op onze weghelft bleef hangen. Dat ziet er dan wel een beetje eng uit. Bij Hellfire pas zijn in de laatste periode van de bouw van de dodenspoorlijn heel veel doden gevallen vanwege de zware omstandigheden tijdens de moesson, de vele ziektes en het feit dat de Japanners de bouw wilden versnellen en men nog harder moest werken. Tijdens de wandeling naar de kloof, kregen we een Nederlandse audio tour met verhalen van overlevenden die de rotsen daar met simpel materiaal moesten uithakken. Echt verhalen om heel stil van te worden. We eindigden de dag met een overschatte attractie. Sai Yok National Park met een entree van 1000 baht (25 euro) stelde niet veel voor met een paar kleine watervallen. Wel grappig was dat Luna in de rivier viel tijdens steentje springen en toen maar vrolijk door bleef banjeren door de rivier.

Daarna een lage reisdag van 5 uur naar Sokhothai. De wegen zijn hier trouwens wel erg goed. Goed asfalt en weinig potholes. We sliepen bij Smiling Face Guesthouse pal naast de entrée van het Historical Park met alle ruïnes. Een leuk backpackers hostel met supervriendeijke eigenares. Bij de buren stonden tientallen plastic stoeltjes buiten en twee boxen van 2 meter hoog. Enorme harde muziek maakte het inchecken bijna onmogelijk. Wat bleek. De buurman was 100 dagen geleden overleden en dat wordt nu “gevierdâ€. Met keiharde muziek dus. En tot onze schrik begon het feest weer klokslag om 5.00 uur ‘s ochtends. Een kort nachtje dus. We hadden bij Sukhothai Bicycling tours de volgende dag een halve dag tour geboekt. Toen de moessonregen een beetje gestopt was, gingen we samen met Miaow en een paar stevige mountainbikes op pad. Super leuk en interessant. Miaow sprak heel goed Engels en legde zoveel uit. Ze sprak langzaam zodat de meiden ook (bijna) alles konden verstaan. We reden 22 kilometer lang langs dorpjes, oude waterkanalen en door rijstvelden. Het was echt fantastisch. We zijn bij een coöperatie van meubelmakers op bezoek geweest. Een manier om inkomen voor een dorp te genereren en te voorkomen dat mensen wegtrekken naar de stad. In de rijstvelden gepicknickt met heerlijke pindarotsjes die de tante van Miaow speciaal had gemaakt. Ook hebben we een klein familie bedrijf bezocht die whiskey maakt van rijst en werkt zonder afval. Alles wordt hergebruikt: houtskool, rijstpap als voer, potgrond voor de verkoop op internet. Een inventief en ondernemend gezin. Miaow vertelde ook honderduit over het familieleven, de cyclus van het rijst planten en waarom er zoveel gele vlaggen hangen. Geel is namelijk de kleur van de maandag en de koning is geboren op een maandag. Echt een fantastische tour.

In de vroege avond bekeken we met de fietsen van ons guesthouse het Historical Park. Ook hier weer zo’n serene rust. Met een ondergaande zon. Die oude ruïnes uit de 13e en 14e eeuw. Het rode afbrokkelende pleisterwerk van de bakstenen, de afgebladderde boeddha beelden en duiven nesten in de pilaren. Echt heel mooi.

De volgende reisdag was iets minder lang. Op naar Chiang Mai in het hoge noorden van Thailand. Ons eerste nachtje zaten we in Villa San Pee Seua aan de rivier. Sfeervol hotel. Ik zag dat er lampionnen opgelaten konden worden. Dus toen we terugkwamen van de Saturday night market (met vele souvenirs) hebben de meiden om half elf ‘s avonds nog vier reusachtige witte ballonnen opgelaten aan de donkere rivier. Dille voelde zich een beetje Rapunzel. Echt heel mooi. Ze gingen super hoog.

De volgende ochtend werden de meiden en ik om 7:15 opgehaald voor een olifanten excursie. Andre zou onze spullen verhuizen naar een ander hotel: Liam’s Suan Dok Mai guesthouse van de Belgische Daphne. Een sfeervol guesthouse met lieve hond Lupa en een chloorrijk zwembad. De matrassen van het stapelbed waren helaas zo hard dat de meiden er niet op wilden slapen. Gelukkig stond er nog een zacht bedbankje. De Lonely Planet stond vol met waarschuwingen over de schadelijke “elephant rides†en gaven expliciet aan bij welke tours je een diervriendelijke interactie kon hebben met de olifanten. Wij kozen voor Patara omdat daar ook baby olifanten waren. Na een uurtje rijden stapten we uit een busje midden in de jungle. Los liep hier een kleine kudde van 8 olifanten rond. En ja, daar was de kleine baby olifant al. Slechts 1 jaar oud en heel ondeugend. Voortdurend op zoek naar banenen en hij liep zelfs de wc in omdat daar een paar bananen lagen. Echt super grappig om te zien. Moeder olifant was wel altijd in de buurt. We hadden alle tijd om tussen de kudde door te lopen. Daarna mochten we ze gaan voeren. Dille de kleinste en ik de grootste. Je moest eerst “bon†zeggen. Dan deed de olifant zijn slurf omhoog. Dan moest je de bamboe en bananen tussen de kaken stoppen. Dat was best de eerste keer wat spannend. Nadat de slurf weer naar beneden ging, moest je op zijn zijkant klappen en “didi†zeggen. Op deze manier deden we alledrie het hele mandje met eten voeren. Daarna was het baddertijd in de rivier vlakbij de waterval een klein stukje wandelen. Dille was zo slim een bikini aan te trekken. Het bleek een illusie om te denken dat je droog zou blijven tijdens het borstelen van de olifanten in de rivier. De olifant spoot ons namelijk ook nat met zijn slurf. Toen we daarna in de rivier even een klein stukje mochten rijden op de olifant, vond mijn olfant het nodig om door zijn voorpoten te zakken. Ik ging achterover liggen zodat ik erop bleef. Maar daarna maakte mijn kleine olifant een andere schijnbeweging naar links en voordat ik het wist, gleed ik eraf helemaal kopje onder in de rivier. Luna en Dille lachten zich rot, want zij zaten op een veel grotere olifant. Genant. Echt een mooie ontmoeting met een groep olifanten die goed verzorgd worden.

In de avond rijden we weer met onze auto naar het centrum van Chiang Mai. We wilden voor het avondeten nog een massage. Al vrij snel vonden we een massage salon waar we alle vier tegelijk een foot-back-neck-shoulder massage konden krijgen. Volgens de masseurs een relaxed massage en niet zo hard als de traditionele Thaise massage. Nou…. ze hebben Andre en mij wel in bepaalde wokkels gelegd met onze rug, armen en benen en half gekraakt, dat we dit niet puur relaxt vonden. Maar toch best lekker. Het verkeer in het centrum was erg druk. Op een gegeven moment stonden we echt in de file in een drukke straat. Veel bromfietsen natuurlijk (maar niet zoveel als in Vietnam), tuktuks, auto’s en “Rot daangs†(rode gedeelde trucktaxi’s. Luna draait even het raampje open en even later horen we een ijselijke gil. Mensen in de straat kijken om. We zien dat Luna dicht tegen Dille aangekropen is op de achterbank. Wat bleek. Er sprong een grote salamander naar binnen op Luna af. We komen niet meer bij van het lachen. De volgende dag worden we alle vier opgehaald voor een ziplines tour bij Eagle Track. Samen met een Belgisch en Amerikaans gezin en twee gidsen, gaan we de silver tour doen. Silver tour wil zeggen 20 platforms met o.a. 9 ziplines, wiebelende bruggetjes en twee abseils van 20 en 40 meter. Over die laatste twee maak ik mij – met mijn toch licht aanwezige hoogtevrees – wel enige zorgen. De gidsen beloven mij langzaam naar beneden te laten. Daar een beetje vals glimlachend aan toevoegend: “ don`t cryâ€. Uiteindelijk viel het allemaal reuze mee. De ziplines zijn echt gaaf hoog in de jungle. Sommige ziplines zijn erg lang over de rijstvelden heen naar de andere kant. Als je te hard gaat, moet je remmen met een kromme bamboestok aan de kabel. Na afloop krijgen we een Thais lunchbuffet en praten we na met het Belgische gezin en krijgen we via air drop leuke filmpjes. Dat Andre zijn handschrift zeer slecht leesbaar is, bleek wel weer toen we onze certificaten kregen van de organisatie. Andre was Anore Limnih geworden 😉

Het is onze laatste nacht in Chiang Mai voordat we aan De Roadtrip beginnen. We vinden het leuk om nog een Monk Chat te doen. Dan kun je met de monniken praten om te horen hoe hun leven is en leren zij meteen Engels. We doen dit bij Wat Suan Dok. Een bescheiden jonge monnik heet ons hartelijk welkom en zegt dat we het beste met een hogere monnik kunnen kletsen. Deze is net bezig een meditatie af te ronden. Na een paar minuten zitten we in een kringetje op witte plastic stoeltjes met een monnik met olijke pretoogjes en een aubergine kleed om. Later leren we dat dit de schutkleur is van een forest monk. Dit in tegenstelling tot het felle oranje dat bij de City monks hoort. Naast hem zit een 17 jarige verlegen monnik uit Nepal. Deze is op 14 jarige leeftijd bij zijn ouders uit huis gegaan om monnik te worden. Ik verras beide monniken met mijn paar Nepalese zinnetjes die ik nog steeds ken omdat ik voor mijn afstuderen 9 maanden in Nepal gewoond heb. We krijgen echt een super leuk gesprek van een half uur. Over hun leven. Wat ze niet mogen (sporten), hoe laat ze opstaan (vaak 05:30), wat ze eten (vaak vegetarisch maar dat hoeft niet). Motto van de oudere monnik is “Eat to liveâ€, not “live to eatâ€. We vertellen over ons werk en de meiden over dat ze op de fiets naar school gaan. De oudere monnik spreekt vaak over simple life (niet hebberig zijn) en balance. Monniken hebben wel een smart phone, maar gaan hier met mate mee om. Aan het eind wil de oudere monnik graag met ons op de foto omdat Nederlanders zulke leuke mensen zijn. Wat een bijzonder gesprek en wat een rust straalde de oudere monnik uit terwijl hij tegelijkertijd heel grappig was. Op een of andere manier kwamen we na deze Monk Chat terecht in de grootste shopping mall van Chiang Mai. Zo eentje met hyper moderne WC’s waar je in 5 standen je billen kunt wassen en drogen. De meiden eten een frozen yoghurt met tien toppings voor 10 euro. Wat een contrast met het pleidooi voor een “simple life†en niet hebberig zijn. Ik gooi het maar op “balanceâ€.