Op elke markt in Noord-Thailand zijn ze te koop. Kleurige T-shirts met daarop de schreeuwende tekst “I did the 1862 curves of the Mae Hong Son loop. In Nederland hadden we er al mooie verhalen over gelezen. Rijden door bergachtig gebied langs de grens met Myanmar. Dat leek ons wel wat. We hebben vijf verschillende hotels en guesthouses langs de route geboekt. We doen de ronde met de klok mee en eindigen in Chiang Rai. Vanuit Chiang Mai rijden we eerst een stuk naar het zuiden en nemen dan de weg langs het Doi Inthanon national park. De moesson is helaas flink begonnen in Thailand. Het leuke is dat de watervallen denderend met een ACDC lawaai door de jungle naar beneden storten. Het nadeel is dat wij in een drie uur durende moesson regenbui terecht gekomen zijn. Alleen de eerste twee watervallen hebben we nog kunnen bekijken. Onderweg zouden er allemaal “scenisch viewpoints†moeten zijn, door ons al snel omgedoopt in “zie-niks viewpoints†vanwege de mist en regen. Op het hoogste punt (bijna 2500 m) hebben we bibberend van de kou in onze korte broek en T-shirt de twin pagoda’s bekeken (15 graden met regen en wind).

Na vijf uur rijden, komen we aan in Khun Yuam. We hebben hier een guesthouse geboekt voor 25 euro inclusief ontbijt. Het blijkt echt een super leuk huisje met veel ramen op palen te zijn met een eigen terras en uitzicht over de bergen. En inmiddels droog geworden. Echt prachtig. De eigenaar is super aardig en behulpzaam en klaagt over de weinige toeristen dit jaar. ’S Avonds eten we ‘vegetable fried rice met cashewnuts’. Rondom ons heen lopen 25 (jonge) poesjes. De vrouw van de eigenaar is dol op poezen. De man zelf heeft ze inmiddels laten steriliseren, want zoals hij zegt “there are too many and it is not good for the businessâ€. De tocht gaat door, nu wel langs echte viewpoints en leuke kleine koffiehuisjes. We komen aan in Mae Hong Son, een dorpje van 7000 inwoners omringd door bergen. Lang geografisch, cultureel en politiek afgezonderd geweest van Thailand. Oorspronkelijk gesticht als een trainingscentrum voor olifanten (tbv de houtindustrie). Er zijn hier veel Birmese invloeden zichtbaar, oa in de tempels. We slapen hier in Fern Resort (een aanrader volgens de Lonely Planet). Het grenst aan het Mae Surin Nationaal Park. Prachtige bungalows in een groene setting. Zelfs Brad Pitt en Angela Jolie hebben hier een keer geslapen getuige de trotse foto’s van de receptioniste op de incheckbalie. Er zijn ook bungalows tussen de rijstvelden, maar aangezien ze nog niet ingeplant zijn, is dat nu minder mooi. We besluiten naar de Mud Spa te gaan. Er zijn hier namelijk geothermische heetwaterbronnen en geneeskrachtige modder. De Mud Spa zit bij de Cottage Club. De naam klinkt sjiek, maar het blijkt een redelijk gedateerde (en overprijsde) plek te zijn. Maar wel grappig. We nemen alle vier de volledige modderpakking, scrub en heetwaterbad. Vier potige Thaise dames gebaren ons naar een kleedhokje. Ze geven ons een wegwerp onderbroek met gaatjes en omslagdoek. Een voor een gaan de dames ons insmeren. Halverwege klinkt een hard “Turn†als teken dat we ons om moeten draaien. We komen lacherig naar buiten. We zien er niet uit. No pictures in deze blog 😉 Na het drogen van de modderpakking worden we afgespoeld en gescrubd. Heerlijk voor als je jeukende muggenbulten hebt. Hierna mogen we in de heetwaterbron dobberen. Heerlijk! We eindigen met een body lotion. Helemaal opgefrist en met zachte huid.

De volgende morgen bezoeken we de prachtige Wat Phra That Doi Kong Mu. Deze staat boven op de berg met een prachtig uitzicht op Mae Hong Son. Twee witte tempels. Weinig tot geen toeristen. Een serene rust. Op de hoek worden de monniken kaal geschoren door elkaar. We kopen wat kaarsen en wierook (3 voud) en steken die voor aan. Er hangen oranje kleden om wensen op te schrijven. Vlakbij de rand staan drie grote klokken, waar je met een houten paal tegen aan kunt slaan. Ook weer driemaal. De mystieke gong galmt lang na het dal in. Echt een van de mooiste tempels die we gezien en ervaren hebben in Thailand. De volgende stop is bij het “Long-Neck Karen villageâ€. Het dorp met vrouwen die kettingen om hun nek draaien. Helaas in de categorie overschatte attractie en erg toeristisch met 25 euro entrée en vervolgens een soort markt. Andre leest een wetenschappelijk artikel dat de nek niet verlengd is, maar de hoek met je schouder naar beneden gaat. Dille is inmiddels steeds zieker geworden, dus we houden ons bezoek kort.

Onze volgende stop is de zogenaamde Friendship Bridge. Een brug van bamboe aangelegd over de rijstvelden heen zodat de monniken van de ene kant naar de andere kant van de vallei konden komen. Echt super mooi en rustig. Terwijl Dille uitrust, lopen wij met een houten parasol over de brug en over de groene rijstvelden. Onderweg zien we mensen aan het werk en kleine tempels. En een beeld van een monnik met een smartphone. Echt humor.

Daarna gaat route weer verder met heel veel haarspeldbochten (niet fijn als je ziek bent) naar Pai. Dit is echt een hip backpackersdorp. Ons via booking.com geboekte familiekamer in E-outfitting Pai resort bleek al weggegeven te zijn en toen zijn we naar Shambave resort gegaan met een Nederlandse eigenaar. Luna duikt lekker het zwembad in. Er is hier een gezellige evening markt/walking street. Dille koopt squishies, Luna een avocado masker en ik eet hier mijn lekkerste Sweet&Sour tot dan toe in een gezellige kleine bistro. De volgende dag gaan we naar Pai Canyon. Een soort van klein broertje van de Bryce Canyon. Het is gelukkig droog, maar je merkt wel dat het zand best verzadigd is met water. Je moet niet naast het pad stappen. We lopen en klauteren een kleine route naar beneden (en weer omhoog) over smalle en steile paadjes. Echt bijzonder mooi. Net zoals bij de Friendship bridge geldt hier weer. De mooiste ervaringen zijn gewoon gratis. Helemaal bezweet van de inspanning door de hitte, besluiten we bij de toeristische Strawberry Farm bij te komen met een heerlijke koude aardbeien shake. Perfect!

Via de memorial bridge uit de Tweede Wereldoorlog, rijden we door naar Chiang Dao onze volgende bestemming. Een mooi dorpje in de bergen. We verblijven hier weer in een aanrader van de Lonely Planet. Nest 2 in het natuurpark vlak naast de beroemde grot. Een heerlijk resort met erg ruime en fijne bungalows in een groene omgeving. Je kunt hier perfect Thai eten (nest 2) of Europees (nest 1). Beetje jammer dat zowel Luna en ik per ongeluk aan onze neus wrijven terwijl we net een rode peper van ons bord hadden verwijderd. Je raadt het al. Onze neusgaten staan in brand. Dat duurt best even voordat het weg is…..We blijven hier gelukkig twee nachten. Het elke dag weer doortrekken, wordt op een gegeven moment wel vervelend. Dille is aan de beterende hand, maar moet nog even aansterken. Dus Luna en ik gaan samen op pad. Ik mag ook in onze huurauto rijden, dus samen met google maps gaan wij op zoek naar de Sticky waterfalls 45 minuten rijden. We vinden ze snel. Entree is maar 2,50 euro. De sticky waterfalls hebben een soort ruwe afzetting waardoor je erop naar boven kunt klauteren. Het is echt supergaaf. Er zijn alleen maar drie Amerikaanse meisjes. We klimmen en klauteren naar beneden en naar boven, gaan in de waterval zitten en staan. Het is echt heerlijk. Na 1,5 uur gaan we door naar de Public Hot Springs. Samen met een grote Thaise groep komen we daar aan. Het is de verjaardag van de Koning en een boeddhistische vrije dag. De Thai gaan met kleding en al de Hot Spring in. Luna en ik doen een stranddoek om. Het water is heerlijk heet. Wederom herboren rijden we terug naar Chiang Dao. Dille is al wat beter en we gaan met zijn vieren nog de grottempel bezoeken. Wat Tham Chiang Dao. En ook al had ik mij in Nederland nog zo voorgenomen niet in een Thaise grot in te gaan na het avontuur van de Thaise voetbal jongens. Even later lopen wij toch met een gids en een petroleum gaslamp een route van 750 meter door de grot. Inclusief een paar nauwe openingen waar je door heen moest kruipen. Niet helemaal mijn ding, maar vooruit. Heel veel toeristen schijnen het wel te doen. Onderweg zien we allerlei stalagmiet formaties, waar de lokale bevolking allemaal dieren in zien. “Elephant sir, rhino sir, hippo sirâ€, zingt onze Thaise gids, die verder geen Engels kent en op mijn vraag hoe ver we nog moeten heel schaapachtig lacht. 20 minuten later en net na sluitingstijd komen we weer naar buiten. Het schemert al. Toch best bijzonder.

De volgende dag reizen we door naar Mae Ai/Thaton echt vlakbij de grens met Myanmar. We slapen hier Saranya River house resort. De naam zegt het al, mooi aan de Kok rivier gelegen die doorloopt naar Chiang Rai. We doen hier voor het eerst een massage op onze kamer. Vier Thaise dames komen onze kamer binnen. Andre krijgt de echte Thaise massage, maar na een paar pijnlijke kreten van mijn kant, besluit mijn masseuse over te gaan tot de zachtere olie massage. De meiden worden sowieso al rustiger met olie gemasseerd. Heerlijk ontspannend. We eten in een gezellig restaurant aan het water. We hebben een etui mee met allemaal (mini) spelletjes: koehandel, twix, kaarten, kangoeroe, yahtzee, kolonisten. Elke avond bij het eten spelen we tijdens het wachten een spelletje. Erg gezellig! De volgende dag rijden we off the beaten track naar Mae Salong. Dit is een meer Chinees achtig dorpje in de bergen tussen de thee plantages. Onderweg vinden we toevallig zelf nog een stomend en naar zwavel ruikend geothermisch bron. Iets hoger dan de rivier vallei liggen de maisvelden. Bovenin komt de thee. Hier zijn ook kleine dorpjes met hill tribes, vaak afkomstig uit Myanmar. Om half twee moeten we onze auto inleveren op het vliegveld van Chiang Rai. Op een gegeven moment wijst Google Maps ons de kortste route aan. Dit blijkt zowat loodrecht naar beneden te zijn. We hangen serieus in onze gordel en rijden over betonnen platen (en zonder tegenliggers) de kortste weg terug naar de hoofdweg. Bij AVIS (7 man personeel op 4 m2, niet volgens ARBO normen) leveren we onze auto in en gaat ons avontuur verder richting het zuiden: Phuket en Koh Tao.