Voor ons staan drie minions bij het stoplicht. Met zijn drieën aan elkaar vast, laten ze een grappig dansje zien. Vlak voor het stoplicht op groen springt, lopen ze bij de auto’s langs om geld in te zamelen. Welkom in Quito. Waar niet alleen verkopers van fruit, kranten en pinda’s bij de stoplichten staan, maar ook heuse korte optredens gegeven worden. We hebben al een saxofonist, een voetballer en twee hiphoppers gezien. Een stad op een hoogvlakte van 2800 meter hoogte. Met rechthoekige gekleurde huizen in een regelmatig patroon tegen de heuvels op geplakt. We slapen in het lager gelegen Cumbaya, een suburb van Quito op 2200 meter hoogte, in Villa Magnolia, een oase in alle drukte. In de grote groene tuin staan zes avocadobomen maar de Duitse eigenaresse lust zelf geen avocado’s. Wel haar vijf honden, die er gezellig rondlopen. Dus eten wij heerlijk avocado’s bij het ontbijt. Hier kunnen we prima acclimatiseren en wennen aan de hoogte en bijkomen van de jetlag.

De eerste dag beginnen we met een stadswandeling door The Old Town. Op het centrale plein, vindt een demonstratie plaats. We zien wat oudere mensen en begrijpen dat er gedemonstreerd wordt tegen de bevriezing van de pensioenen. Pensioenleeftijd is hier overigens nog 65 jaar. Het is een drukke stad met helaas veel auto’s en dan voornamelijk veel kanariegele taxi’s. En er rijden veel trolleybussen rond, die toch ook naar diesel stinken. Hoogtepunt van de wandeling is wel de klim op de torens van de Basiliek. Het zijn zeer steile trappen, die buitenlangs de torens in het luchtledige omhoog gaan. Niet helemaal prettig, maar het uitzicht daarna is prachtig. Aan de ene kant Old Town met gekleurde laagbouw en aan de andere kant de New Town met moderne hoogbouw. We regelen deze dagen ook een nieuwe simcard voor onze reserve mobiel. Dat had nog al wat voeten in de aarde, want ons Thaise moto toestel zou permanent geblokkeerd zijn. Gelukkig was daar een Ecuadoriaans whizzkid die voor 20 dollar ons toestel simlock vrij kon maken zodat wij voor 10 dollar een maand lang 2 gigabyte en onbeperkt whatsapp hebben. Handig voor onze reis.

We pikken onze huurauto, een nieuwe witte Suzuki Gran Vitara op bij Budget rent a car en onze rondreis kan beginnen. Eerst zuidwaarts richting Parque Nacional Cotopaxi. Met 5980 meter een van de hoogste en nog actieve vulkanen van Ecuador. We rijden steeds verder omhoog door een sprookjesachtig en wit mistig landschap. Op een groene vlakte naast een kronkelende rivier staat een grote groep wilde paarden. Wat een prachtig gezicht. We rijden nog verder omhoog naar de voet van de vulkaan. Langzaam verandert het landschap. Bomen en struiken verdwijnen. Zelfs de lage bloemen verdwijnen totdat we alleen nog maar door lavagruis heenrijden. Als we uitstappen bij een parkeerplaats ziet Luna op Snapchat dat we op 4610 meter hoogte zitten. Zo hoog zijn we nog nooit samen geweest. We voelen de hoogte wel. Een klein wandelingetje omhoog is erg vermoeiend. We zien helaas alleen maar flarden van de vulkaan. Het gaat sneeuwen, het waait en is erg koud. We besluiten weer terug te gaan.

Onze volgende overnachtingsplek is Isinlivi dat op de zogenaamde Quilotoa loop ligt. We bellen onze mountain Lodge Llullu llama dat we iets later aankomen. Ze adviseren ons via Sigchos te rijden en zeggen dat het nog ver is en wel twee uur rijden. Op de kaart zien we echter een gestippelde dirt road die sneller naar Isinlivi gaat. We besluiten de gok te nemen. Al snel heeft Google Maps geen bereik meer en staan we voor een splitsing. Vertwijfeld kijken we om ons heen. We willen niet fout rijden en in het donker aankomen. Op het land zie ik een man in een roodkleurige poncho aan het werk. “Buenos tardesâ€, roep ik. “Donde es la strada para Isinlivi?â€. Hij glimlacht naar ons en wijst naar links. Bij elke volgende kruising, vragen we een voorbijganger “Isinlivi?â€. Iedereen helpt ons enthousiast. De weg wordt steeds smaller en steiler. We rijden op instabiele hellingen met flinke afgronden naast ons. Het voelt steeds meer als een van de “most dangerous roads in the worldâ€. De uitzichten zijn adembenemend mooi, zeker als er op een gegeven moment witte wolken komen binnendrijven en zich speels in de dalen met lappendeken motieven nestelen. Na ruim een uur rijden we het gehucht Isinlivi binnen. Daar is onze Lodge. Llullu Llama is een prachtig hostel op 2900 meter hoogte. We worden meteen verwelkomd door Balu, de Sint Bernard die zelfs een eigen instagram account heeft. Balu probeert onze auto in te komen en pakt onze zakdoekjes weg die hij even verder op smakelijk oppeuzelt… Naast de cabana’s staat ook het vriendje van Balu. Een zwarte lama Tito genaamd. Tito houdt van wortels. Onze cabana ligt iets naar beneden en heeft een balkon (met hangmat!) met prachtig uitzicht op het dal. De lodge is heel erg bezig met duurzaamheid en dus heeft elke cabana een compost toilet met houtsnippers. Er is een kleine Spa met jacuzzi en sauna, een kleine yoga studio met alleen maar glazen ramen en dus een fantastisch uitzicht en onbeperkt (groene) thee. Wat een perfect plekje! Tenslotte is er een grote eetzaal waar iedereen ’s avonds en ’s ochtends samen eet. En er is geen WiFi. Dus een verplichte digital detox. Luna en ik zitten samen aan de tafel “vegetarianâ€. We zitten bij een paar Nederlanders, een Zuid-Afrikaanse en een Amerikaanse. We wisselen reisverhalen uit. Het driegangenmenu is super lekker. Wat is dit gezellig.

Na een heerlijk ontbijt met heel veel vers fruit, beginnen we aan onze hike naar Maligna Pamba. Dit is een kleine gemeenschap zo’n 12 kilometer verderop. Dat klinkt niet ver, maar we moeten ook bijna 800 m stijgen en 400 m dalen en dat 3100 meter hoogte. Dus best vermoeiend. Eerst lopen we langs een dirt road maar al snel lopen we langs berghellingen met verschillende kleurschakeringen groen. Af en toe komen we een kleine huisjes tegen. Dat weten we al van een afstand, want dan gaan de waakhonden hard blaffen. Voor de zekerheid nemen we dan een steen in onze hand. De routebeschrijving is niet heel erg duidelijk, dus af en toe moeten we echt even zoeken en goed kijken waar de paden naar toe gaan. Na ruim vier uur bereiken we het dorpje. Er klinkt muziek op het centrale plein. Vandaag is er een dorpsfeest omdat de schoolvakantie is begonnen. Het hele dorp en de omgeving heeft zich verzameld rondom het plein, dat in deze dorpjes bestaat uit een betonnen basketbal/volleybalveld en een tribune. Er staan grote luidsprekers en kleine kinderen dansen samen met een verklede Minnie Mouse en een zwart-witte koe.

We hebben wel honger gekregen na deze hike en krijgen een lekkere almuerzo in een van de huizen. Locro de papas (aardappelsoep met avocado) vooraf en groente en mais als hoofdgerecht. We hadden ook voor cavia kunnen kiezen (de lokale delicatesse), maar dat deed ons te veel aan huisdieren in Nederland denken. De jefe van het dorp (zeg maar de burgemeester) geeft ons een rondleiding en vertelt over de geschiedenis van het dorp aan de hand van tekeningen op de muur van de school. Een Amerikaanse was hier ooit verdwaald en twee jongens uit het dorp hebben haar geholpen. Als dank heeft ze veel geld ingezameld voor het dorp en is er nu een mooie school met 12 leraren voor 200 kinderen uit de wijde omgeving. Ook is er een waterleiding en riolering aangelegd. De burgemeester, Philipino genaamd, vertelt erg trots over de gemeenschapszin. In Ecuador heet dat “Mingasâ€. Samen de schouders eronder zetten en iets samen bouwen. Daarna bezoeken we samen met de zoon van Philipino zijn abuelo (opa) die net buiten het dorp woont. Een paar kleine simpele hutjes. De oude man heeft zo’n 30 schapen. Dat is een kostbaar bezit hier. Bij verjaardagen en feesten wordt er voor de hele familie eentje geslacht. In een klein hutje lopen tientallen cavia’s rond, niet als huisdier dus, maar om op te eten. De oude man vertelt hoe hij meerdere kinderen heeft verloren toen ze klein waren, aan ziekte en ongelukken (uit de auto gevallen). Hij is erg trots op zijn schoonzoon Philipino. We gaan weer terug naar het feestgedruis en kijken naar de lokale volleybalcompetitie. Na een poosje zien we slecht weer aankomen en besluiten we terug te gaan. Staand achterin de pick-up van Giovanni van de lodge met onze haren in de wind rijden we terug naar Llullu Llama. Luna, Dille en ik volgen om 17 uur nog een intensieve yoga les bij Emely, een Amerikaanse die hier al een maand is. Bijzonder om zonnegroeten te doen met zo’n mooi uizicht. Daarna heerlijk in een hete jacuzzi en koud afdouchen. Wat een heerlijke dag.

De volgende ochtend verloopt iets anders dan gepland. Andre is ’s avonds ongelukkig terecht gekomen toen hij van een muurtje afsprong dus we gaan eerste langs een lokale huisartsenpost of het niet gebroken is. Dat blijkt gelukkig niet zo te zijn. De vriendelijke arts (met knalroze lippenstift) wil een injectie geven tegen de pijn, maar dat slaat Andre beslist af. Drukverband om en diclofenac mee. We hoeven niets te betalen want de gezondheidszorg is gratis in Ecuador. Vandaag dus geen hike met zijn vieren. Ik rijd over een hele avontuurlijke weg (lees smal over een instabiele puinhelling) naar Quilatoa toe op 3800 meter hoogte. Hier staan we op de rand van een krater met beneden een prachtig blauw meer beneden. Andre blijft boven en ik daal met de meiden af. Het is een lastig pad maar na een half uur komen we 400 meter lager bij het meer uit. Eerst samen lekker lunchen en dan een kayak huren, want dat kan hier. De meiden gaan samen en ik alleen. Ik kan ze niet bijhouden. Ze gaan helemaal naar het midden van het meer. Prachtig! Alleen kwamen we wel er achter dat Luna allergisch is voor aluminium. Haar handen waren helemaal opgezwollen door de peddel. De weg terug omhoog is vermoeiend. Het pad is zanderig. 80% van de toeristen gaat voor 10 dollar op de rug van een ezel of paard omhoog. Dat vinden wij dierenmishandeling, dus dapper happen we al het stof in en ploeteren we door naar boven.

We vinden het echt jammer om weg te gaan van deze mooie mountain lodge. We zullen het uitzicht , het samen eten met de andere reizigers en Balu echt gaan missen. Er staat een flinke reisdag voor de boeg. Het is maar 430 km, maar Google Maps geeft aan dat het 8,5 uur rijden is naar Puerto Lopez aan de kust. Van bijna 4000 meter hoogte naar zeeniveau met nog een paar heuvelruggen langs de kust, dat zijn heel veel bochten. In Sigchos tanken we en kijken nog even op de lokale markt. Sigchos heeft trouwens het stoplicht ontdekt. Op bijna elk kruispunt staat er eentje. Echt hilarisch in zo’n klein dorp met heel weinig verkeer. De afdaling gaat door veel klimaatzones heen. Van droog, naar meer nevelwoud, bananenplantages en een droge kuststreek. Niet alleen de vegetatie verandert. Ook de kleding van de mensen. Van warme poncho’s en mutsen, naar korte rokjes en hemdjes. De huizen zijn anders, het verkeer is drukker. Echt bijzonder om zo te zien. De weg is weer de levensader. Overal huizen en kraampjes langs de weg. Ik blijf mij erover verwonderen dat elke keer weer een groep kraampjes precies hetzelfde verkoopt: dus of alleen ananas, of alleen honing of alleen kokos. Ook in stadjes zie je straten met alleen maar autobanden, of alleen maar bezems en emmers. Dan zit je toch steeds dicht naast je concurrent. Vlak voor de kust, zien we een verkeersbord met daarop “Pas op! Mistâ€. En serieus, zo’n 300 meter verder rijden we de mist in. Zou dat dus elke dag hier zijn? Vlak voor het donker komen we aan in Puerto Lopez. Onz hosteria Mandala is groot en de mensen van de receptie zijn erg vriendelijk. We hebben de familie bungalow Mariposa (vlinder) met een groot balkon met twee hangmatten. Binnen is een sala de juegos (spelletjeskamer). Er staat een biljart, tafelvoetbal, airhockey en darts. Wij gaan hier ons wel vermaken de komende dagen!