Een wit pluizig kuiken staat onder zijn moeder. Zo pluizig hebben we nog nooit een kuikentje gezien. Het kuiken is helemaal wit. Zijn moeder met de kenmerkende blauwe voetjes beschermt ‘m. Ze geeft ‘m eten en plukt zijn vacht liefdevol. Blue footed boobies. Een schattige vogel met blauwe voetjes. Je kunt ze zien op de Galapagos en dus op Isla de la Plata waar wij nu zijn. Vrouwtjes hebben echt de donkerblauwe voetjes, de mannetjes hebben de meer turquoise voetjes. Een ander verschil zit in de pupillen. De mannetjes hebben kleine zwarte pupillen, de vrouwtjes grote zwarte pupillen. Ze zijn niet monogaam. Ze leggen een paar eieren per keer. En de kuikens komen twee weken na elkaar uit. We zien ook een groter kuiken zijn twee weken jongere kuikentje beschermen. Volwassen bfb’s maken een beetje sissend geluid als een zwaan. Het maakt dat je wel afstand houdt en iets omloopt. Tijdens rondwandeling op Isla de la Plata zien we heel veel bfb’s, grote groepen fregatten en een paar (giftige) slangen op het pad.

We zijn op stap met ‘Aventuras de la Plata’. Met onze boot ‘Amazing-1’, tweemaal 150 pk motoren, twee Duitse gezinnen, een Ecuadoraans gezin en wijzelf, zijn we in ruim een uur naar Isla de la Plata gevaren ruim 45 km vanaf Puerto Lopez. Om 9:30 vertrokken we met meerdere boten vanaf de pier. Onze gids Antonio wil graag als eerste op het eiland zijn. Dan kun je alles rustig zien. Dus als andere boten al stoppen voor bultrugwalvissen onderweg, varen wij door. Alleen als we in een school vrolijk springende dolfijnen terechtkomen met twee walvissen, stoppen we even. Zelfs Antonio vindt dit bijzonder. Isla de La Plata heet ook wel ‘poor men’s Galapagos’. Je hebt hier dus ook de bfb’s en de fregatten, maar geen zeeleeuwen, zeehonden, landschildpadden en iguana’s. Wat Isla de La Plata wel heeft, zijn de migrerende bultrugwalvissen van juni tot september. Het is hier wat kouder en bijna altijd bewolkt, maar het zeewater is wat warmer, zo’n 24 graden. De bultrugwalvissen uit Antartica komen terug naar hun geboortegrond bij Ecuador om hier te paren. Dit is de excursie die iedereen in Puerto Lopez doet. Na 1,5 uur wandelen, gaan we weer terug naar onze boot. We zien groepen toeristen nog wachten on aan hun wandeling te mogen beginnen. Iedereen krijgt aan boord een heerlijke vegetarische lunch van aardappels, broccoli, wortels en een linzen burger. Met verse meloen en ananas toe. Om ons heen zwemt een groep van zo’n 20 schildpadden. Andre maakt ondertussen mooie foto’s en filmpjes met de gopro. De schildpadden vinden de camera in het water maar interessant en zwemmen er steeds naar toe. Dat levert mooie close-UPS op. Andre wordt er helemaal enthousiast van en zegt tegen de groep in de boot “mucho tortillasâ€, hij bedoelde natuurlijk tortugas 😉

Via een korte snorkelstop, waar weinig te zien is, gaan we op “walvisjachtâ€. De golven zijn inmiddels flink hoog geworden. We moeten blijven zitten en zullen wel nat worden. Na zo’n 20 minuten varen, ziet onze kapitein wat spuiten in de verte. Hij vaart er snel naar toe. Het blijken twee bultrugwalvissen te zijn. Ze zijn elkaar het hof aan het maken. Het vrouwtje slaat steeds uitnodigend met haar grote vin op het water. Het mannetje duikt dan onder en ongeveer 10 tellen later komt ie uit het water met een grote sprong en splash. Dat is de manier om indruk te maken op de vrouwtjes. Op een gegeven moment zijn wij het paartje genaderd op zo’n 50 meter. De boot schommelt gevaarlijk heen en weer. Een Duitse jongen van 11 jaar hangt al een half uur over de reling achter naast de motor (te kotsen) en ziet geen enkele walvis. Wij voelen de adrenaline. Wat zijn we dichtbij. Andre en ik denken terug aan onze walvistour in Brazilië lang geleden voor de meden er waren. We zaten toen op een kleiner bootje, de golven waren ook hoog en de bultrugwalvis dook toen onder onze boot door. Het zal toch niet weer gaan gebeuren? Nee, ze blijven daar en onze kapitein stuurt er behendig om heen. We blijven nog een poos genieten van dit schouwspel. De vin van het vrouwtje is echt prachtig. Je ziet de schelpen er op zitten. Op een gegeven moment vindt Antonio het wat saai worden en besluiten we verder te gaan. Helaas zien we er niet meer voordat we in Puerto Lopez zijn, maar dit was al erg indrukwekkend.

Het is heerlijk om – na een week hoog in de bergen – even 5 nachten aan het strand te zitten. Helaas is het hier in de zomermaanden altijd bewolkt, dus we zien eigenlijk geen zon. Wel is het zo’n 22 graden, dus dat is wel lekker. De eerste dag slapen we uit en verkennen we de omgeving en het mooie Playa Frailes in het natuurpark Machalilla. Vanuit Nederland hebben we bij Fondo Azul al duiken gereserveerd voor de volgende twee dagen. Fondo Azul is een lokaal duikbedrijfje van Luis met zijn twee broers Freddy en Ronny. Ze zijn vroeger alle drie harpoenvissers geweest, maar zijn nu duikgidsen. Ze kennen alle (ondiepe) duikstekken in deze omgeving dus op hun duimpje. Nu Luna en Dille hun open water hebben, vinden we het leuk om als gezin te duiken, maar dat moet dus wel ondiep (maximaal 10 meter). De eerste duikochtend moeten we even inkomen. Wat is het toch rot en lastig om zo’n nat en te strak wet suit aan te trekken. Dat waren we even vergeten. We zoeken al onze equipment uit en lopen langs de vismarkt op het strand waar de boot van Freddy ligt. We sjouwen alles de boot in en gaan op weg. Onze eerste duik is bij Isla Salango. De boot is hoog en we moeten er met een backwards flip in. De zee is gelukkig rustig. Als we allemaal goed in het water liggen, gaan we naar beneden. Andre duikt met Dille en ik met Luna. De koralen zijn niet heel bijzonder. We zien veel scholen (kleine) vissen, zeeslangen, de puffer vis en een murene. Dille heeft wat moeite met klaren, dus na 30 minuten gaan we weer omhoog. We eten lunch in de boot. Dat is meteen ons “surface-interval†en gaan een uurtje later voor onze twee duik op een andere plek naar beneden. De koralen zijn hier een stuk mooier, we kunnen er echt langszwemmen en opeens wijst Freddy ons ook een schildpad aan. Met zijn allen zwemmen we er een poosje achteraan. Wat een prachtige dieren zijn dit toch! Heerlijk was dit!

Ons hosteria ligt aan de noordzijde van de boulevard. Er zijn heel veel lekkere eettentjes in Puerto Lopez dus elke avond kiezen we wat anders uit. Café Madame heeft heerlijk vegetarisch eten en Bella Italia echt super lekkere pasta’s en heel vriendelijke bediening. Puerto Lopez is echt een vissersdorpje. Als we ’s ochtends ontbijten, zien we de vissersboten binnenkomen. De pelikanen weten dit ook. Die zitten als aasgieren al klaar. Een vrachtwagen rijdt achterwaarts het strand op. Mannen lopen met kratjes op hun nek naar de boot en laden de vangst in. Ze dekken het af met een kleedje en proberen dan zo snel mogelijk naar de vrachtwagen terug te gaan. Het eerste stuk moeten ze nog diep door het water waden. Op dat moment slaan de pelikanen toe. Ze vliegen naar het kratje en wippen met hun bek het kleedje omhoog en jatten er snel een vis uit. De mannen voelen de aanval van de pelikanen en willen natuurlijk zo veel mogelijk vis in de vrachtwagen krijgen. Zodra ze uit het diepe water zijn, gaan ze rennen. Het is een prachtig spel om te zien. Onze tweede dag duiken gaat wat soepeler. Ons materiaal is bekend, het wetsuit trekken we nu in de boot aan. We gaan weer naar Isla Salango, maar op een andere plek en drijven dan met de stroming terug naar de kust. Het zijn twee mooie duiken waarbij we weer een schildpad zien, heel veel vissen, zeeslangen en een griezelige murene eng om ons heen zwemt. Ook zijn er veel octopussen nu. Eentje zwemt mijn stabjack binnen. Luna wijst er in paniek op, maar hij is er aan de andere kant al weer uitgezwommen, maar heeft wel twee inktwolkjes achtergelaten. Het waren vier heerlijke duiken. We bedanken Freddy en Ronny en gaan weer naar huis. Luna heeft nog energie over en wil nog graag een surfles, dus ik rij om half 5 nog met haar naar het volgende dorp Ampaye, waar ze in de schemering een uur les krijgt van Sebastiaan. Er hangt een rode vlag op het strand, maar dat is voor het zwemmen zegt Sebastiaan, surfen kan wel….

Na vijf dagen is het weer tijd voor een nieuw avontuur. Weer naar een stad. Cuenca. Een mooi koloniaal stadje van 330.000 inwoners in het Zuiden van Ecuador en gelegen op 2500 meter hoogte. Dit is weer een lange reisdag. We zijn wat lui en vertrekken pas om 10:30. Er is altijd veel te zien langs de weg. Mensen leven hier gewoon meer op straat en langs de hoofdweg. Overal zijn winkeltjes, kraampjes, staan mensen op de bus te wachten. Ook hier weer de specialisaties. We zien opeens out of the blue een paar kilometer alleen maar kraampjes met vrolijk gekleurde hangmatten. Een hangmat is altijd handig voor onder ons prieeltje in de tuin. We bekijken alle mooie kleuren en kopen voor maar 25 dollar een hele fel gekleurde XL hangmat. Dat wordt weer heerlijk liggen en schommelen in onze tuin. We reizen via Guayaquil. Dit is een stad van 2,7 mln inwoners. We hebben hier veel file en lunchen bij Café en Pastel. Onze ETA wordt na zonsondergang. Na de vele kilometers in de vlakte, rijd ik weer omhoog. Al snel klimmen we de mist in. Na heel veel scherpe bochten komen we boven de wolken uit. Een prachtig gezicht. De zon is al langzaam aan het zakken. We rijden Parque Nacional de Las Cajas in. Een natuurpark met honderden kleine meertjes. Het doet heel ruig en Schots aan, maar dan op 4000 meter hoogte. Een speciale boom heeft zich hier ook aan de hoogte aangepast. Een spooky boom. In de schemering rijden we door dit mooie landschap. Na de pas van 4100 meter hoogte, dalen we af naar Cuenca. Google Maps wijst ons de weg. In het drukke stadscentrum staat ons koloniale hotel Victoria. We zien geen parkeerplek. De man van de receptie stapt bij mij voor in de auto en laat mij zien hoe ik kan omrijden naar de achterkant van het hotel aan de rivier. Het is echt een koloniaal hotel met vier verdiepingen en ruikt heerlijk. De 4e grenst aan het drukke straatje in het stadshart, de 1e kijkt uit op de goed onderhouden bloementuin en de rivier beneden. We hebben een prima, maar kleine kamer op de 1e verdieping. Ziet er goed uit!

Van het strandje opeens weer in het drukke stadsleven. Cuenca’s centrum heeft mooie gekleurde huisjes en gevels. Een paar gezellige plaza’s en op elke hoek staat bijna een mooie kerk. We eten bij een heerlijk Colombiaans restaurant (Moliendo Café) en slenteren in de avond nog over Plaza Calderon. De Lonely Planet roemt het ijs bij Angelus. café. De meiden roepen dat ze 3 bolletjes willen. Ik probeer ze nog tegen te houden met het argument dat het hier waarschijnlijk wel grote bollen zijn, maar ze zijn onvermurwbaar. Voor 3,60 dollar krijgen ze een plastic bak vol ijs. In Nederland zouden dit minimaal 6 tot 7 bolletjes zijn. Beteuterd kijken ze naar hun reusachtige coupe. Dat wordt een onmogelijke opgave 😉

De volgende dag bezoeken we het Museo Pumapunga. Er is een tijdelijke tentoonstelling met werken van Salvador Dali en op de 2e verdieping hebben ze de kleding, cultuur, huizen van verschillende bevolkingsgroepen van Ecuador neergezet. Heel leuk om te zien. We slenteren wat door de stad, Dille krijgt nieuwe gelnagels, lunchen met een heerlijk meergranen broodje en Luna en ik zoeken naar een yogales in het Parque del Madre. Vanwege de motregen ging het niet door, dus spelen we maar wat op fitness- en speeltoestellen. In het park staat een zuil met een aanduiding van de UV straling van die dag en welke voorzorgsmaatregelen je kunt nemen per niveau. Sowieso is er veel overheidscommunicatie in Ecuador. Overal staan borden langs de weg dat je geen afval moet weggooien en de natuur moet respecteren. Er staan verbodsborden voor rijden met een smartphone ’S Avonds bezoeken we nog de Jazz club.

De volgende dag rijden we naar Gualaceo en Chordeleg. Hier zijn op zondag markten. We zien heel veel fruit/groente en vleesmarkten. Voor vegetariërs iets minder om te zien. Hele grote roodgeblakerde varkens liggen in de kraampjes. De varkenskoppen ziet er angstaanjagend uit. Het fruit is een stuk leuker om te zien. Veel mensen eten hier met de familie. Vanuit de hele omgeving komen ze voor hun wekelijkse boodschappen naar de markt. Ook is er veel kleding te koop, huishoudelijke artikelen en een paar toeristenkraampjes. We zien veel rode en paarse poncho’s en de bekende Panama hoeden. In Chordeleg zijn ze gespecialiseerd in sieraden. Dille scoort er mooie oorbellen en Luna een mooi kettinkje. We doen een detour en rijden over een – door de EU gesponsord- heel smal gammel bruggetje over de rivier. ’S Avonds weer lekker eten en een kort bezoek aan een foute en duisterej karaokebar.

Dan wacht ons volgende avontuur alweer. Hoog de bergen in. We rijden weer naar het noorden en maken een tussenstop bij de Inca ruïnes van Ingapirca. Deze zijn uit dezelfde tijd als Machu Picchu. Helaas hebben de Spanjaarden veel gesloopt en stenen gebruikt voor de bouw van hun steden. Maar wat er nog staat, is indrukwekkend. Het belangrijkst is de ovale Tempel of the Sun. Deze werd gebruikt als een observatorium voor de kalender en ceremonies. De tempel is nog goed intact. Samen met de mistflarden erachter en bruingrijze lama’s die er los rondlopen een heel mysterieus gezicht. De gids van de lokale Canari bevolkingsgroep vertelt met trots veel over de ruïnes. Ze is warm aangekleed, want het waait en is 10 graden. Ze vertelt dat het in hun “zomer†gelukkig warmer is. Ik vraag hoeveel warmer precies. Dat blijkt 15 graden te zijn….

We rijden weer verder, kopen voor 1 dollar drie grote trossen kleine bananen en nemen een lokaal oud en zeer gerimpeld vrouwtje mee voor een korte lift naar het volgende dorp. Ze zit naast onze meiden op de achterbank en zoekt in haar kleine portemonneetje naar geld omdat ze ons 50 dollarcent wil betalen. Dat is natuurlijk niet nodig. De zon breekt door en voor het eerst sinds 8 dagen zien we weer een blauwe lucht. In de verte zien we de besneeuwde hellingen van de Chimborazo (6263 m). Ons doel is Comunitario La Esperanza, een kleine gemeenschap zo’n 15 kilometer ten noorden van Guamote. Hier slapen we in een klein schattig boerderij huisje op wel 3600 meter hoogte. We worden heel vriendelijk ontvangen door Fabiola en Francisco. De kachel is al opgestookt voor ons. Er liggen koekjes en snoepjes voor ons klaar, hele warme dekbedden en dekens en (echt waar) 4 paar crocs. Echt heel erg met liefde verzorgd. Als het helder is, kun je vanuit hier bijna alle hoge vulkanen van Ecuador zien. Rosa en Sandra bereiden voor ons een lokale maaltijd. Ze praten hard en heel duidelijk Spaans en vertellen vol trots over hun gemeenschap. Waarover later meer. We duiken er vroeg in.