Om 6:50 gaat de wekker. Snel maak ik Luna wakker. We kleden ons stilletjes aan. Net als ik de deur open doe, staat Fabiola voor onze deur. “Buenos diasâ€, zegt ze met een zeer luide stem. Ik doe een vinger voor mijn lippen..ssssttt. We gaan met Fabiola mee haar koeien melken. Fernando haar zoontje van 8 en hun hond lopen ook mee. Ik heb niet zo goed geslapen op deze hoogte van 3600 meter. Meteen gaat het pad steil omhoog. Mijn hartslag versnelt en mijn benen voelen zwaar. We gaan op een steile berghelling naar haar koeien toe. Ze heeft er vier. In deze gemeenschap wonen circa 30 families en elke familie heeft zo’n 3 tot 4 koeien. Om 8:15 brengt iedereen de verse melk bij de Queseria (kaasmakerij) waar ze mozzarella maken die in Quito verkocht wordt. Fabiola heeft een fles warm water meegenomen om de uiers schoon te maken. Behendig melkt ze. Luna en ik krijgen er ook wel wat uit, maar lang niet zo veel en snel. Om 8:00 zijn we weer terug bij ons huisje. Andre en Dille zijn net wakker en we gaan eten in het kleine gezellige “restaurantje†naast ons hutje. Sandra en Rosa heten ons luid welkom. Later deze dagen begrijpen we dat ze hier op deze manier communiceren. Ze schreeuwen naar de ander die ver weg op de berg bij de koeien is. Maar dat “schreeuwen†doen ze nog steeds als ze op 3 meter afstand staan.

Rond een uur of half 10 staat Francisco klaar met 4 paarden. We gaan een mooie rit maken naar Loma del Capitan (3900 meter hoog). Al snel komen we op de Paramo (de hooggelegen graslanden in de Andes). Bovenop de berg zie je mooi een scheiding in veeteelt en akkerbouw gebieden tussen de verschillende dalen. Vroeger werden de grassen van de Paramo als brandstof gebruikt en voor dakbedekking. Dille vraagt of ze op de terugweg in draf en galop mag. Dat kan. Ze vindt het super leuk. Dille rijdt op een roodbruin paard, Rojito genaamd. Ik zit op een zwarte, Negrito genaamd. In Ecuador zijn ze dol op verkleinwoorden (ito). Francisco noemt Andre ook consequent ‘Andresito’. Bovenop de berg waait er een koude augustus wind, gelukkig dalen we snel af. Terug in ons huisje genieten we van het mooie uitzicht en de rust. Fabiola neemt ons nog mee op een korte wandeling naar een kleine waterval (Cascadito). Vroeger gebruikte de mensen uit het dorp deze als douche. Terug in het huisje bleek er een tweede Nederlands gezin aangekomen in het tweede huisje. We wisselen reisverhalen uit. In de late middag gaan we naar het basketbal veld van de school. Daar gaan we onze pennen en stiften uitdelen aan de kinderen. Fabiola heeft gevraagd of de kinderen daar naar toe kwamen. Een paar jongens hebben een bal mee. We beginnen samen te voetballen. Daarna krijgt Luna het idee om te gaan lummelen. We leggen het even uit en ze begrijpen het snel. Samen met het andere Nederlandse gezin en een hoop kleine kinderen uit het dorp lummelen we tot het donker wordt.

De tweede nacht zijn we al een stuk beter aan de hoogte gewend en slapen we goed. Rosa en Sandra hebben weer een heerlijk ontbijt klaar gemaakt. Deze ochtend gaan we wandelen met Francisco van 45 jaar oud. Hij vertelt trots over het “vida Antiguaâ€, hoe het leven vroeger was in het dorp. Pas in 1988 had het hele dorp water en elektriciteit. Hij kent alle planten en bomen en hun medicinale krachten. Hij doet voor hoe je speciale grassen heel stevig kunt vlechten. En hij vertelt aandoenlijk hoe er een grote aardverschuiving was toen hij een klein jongetje was. Er gingen koeien en schapen verloren en zijn nieuwe schoentjes die zijn vader net voor hem gekocht had. Deze communidad leeft van de veeteelt (koeien, schapen, varkens, kippen) en beperkte inkomsten uit toerisme. We zijn niet kortademig tijdens de wandeling en dus al goed geacclimatiseerd. Na de lunch (almuerzo) gaan we met de auto naar de Laguna de Colta, een half uurtje verderop. Hier gaan we kort mountainbiken. Bij dit meer groeit hetzelfde riet als bij het beroemde Titicacameer in Peru. We rijden door naar Guamote, een klein dorpje verder op. Hier is een organisatie Inti Sisa actief om de bevolking te helpen met oa taallessen en computerlessen. Ook organiseren ze een jaarlijks schoolreisje voor de kinderen van het dorp. Ze hebben ook een hostel, maar dat zat helaas volgeboekt. Maar eigenlijk zijn we nu blijer met La Esperanza. Je zit daar zo midden in de natuur en leeft echt samen met de super vriendelijke en behulpzame mensen uit het dorp. Echt een topervaring en een 10 in de review op booking.com waard. We hebben wel nog een kookworkshop geboekt bij Inti Sisa. We gaan empanadas maken met kaas en banaan samen met een Française. En dat is nog best lastig. Andre heeft snel de slag te maken en krijgt “muy bien†te horen van de kok. Samen smikkelen we ze op en geven de laatste paar aan het Nederlandse gezin die nu hier slaapt. De dag ervoor hebben we samen ge-ezeld in La Esperanza, nu gaan we voor een potje yahtzee en eten we daarna gezellig samen nog het driegangenmenu van Inti Sisa. Net zoals bij Llullu llama eten alle gasten samen. In het donker rijden we terug naar ons dorpje. Dan is het de volgende ochtend echt tijd om afscheid te nemen van dit lieve dorpje. Het is helder weer. In de verte zie ik vulkanen. Onze twee buurkinderen komen nog even buurten. We maken een foto en printen deze meteen met onze Sprocket uit. Het meisje van 5 jaar kijkt ademloos hoe het papier eruit komt en wijst op zichzelf. Zo leuk om te zien. We hebben deze twee kinderen toen we aankwamen een plastic diertje gegeven van de Hema. Ze hebben er al drie dagen mee lopen spelen. Ook hoorden we ze in de ochtend altijd zingen. Echt heel schattig.

Voordat we doorgaan naar ons nieuwe bestemming, gaan we eerst naar de markt in Guamote. Deze is elke donderdag en de grootste van Ecuador. Er is een fruitmarkt, vleesmarkt, aardappelmarkt, kledingmarkt en een kleine (cavia’s, kippen, schapen) en grote dierenmarkt (ezels, koeien, paarden, varkens). We beginnen vlakbij het station. Op de sporen zijn kraampjes neergezet en het krioelt van de kleurrijke mensen. Het is echt een markt voor de hele omgeving. Vrouwen hebben mooie rokken en vesten aan en hoeden op. De mannen dragen vaak een poncho. We verwonderen ons en slenteren over de markt. Luna koopt een mooie reep stof om als boekenlegger te gebruiken. De kleine dierenmarkt is indrukwekkend. Het krioelt hier van de manden met cavia’s, de nationale delicatesse. Er wordt flink gehandeld en de gekochte cavia’s verdwijnen in een oude witte meelzak en worden meegedragen. Varkens en schapen worden aan een touw meegesleept, vaak stribbelen ze tegen. Na 2,5 uur moeten we helaas weer verder gaan. We willen namelijk vandaag nog een detour maken via Volcan Chimborazo (6300 m) nu we in de buurt zijn. Een leuk weetje: deze vulkaan is het dichtst bij de sterren of het verst van het middelpunt van de aarde verwijderd. Dit komt doordat de aarde niet rond is, maar een uitstulping heeft bij de evenaar.

We moeten nog ergens lunchen, maar er is geen dorpje meer. Gelukkig is daar een benzinestation. Daar blijkt zo maar een crêperia bij te zitten, die echt superlekkere crêpes maakt, met bv aardbeien en Nutella. We eten er ieder twee en zijn klaar voor de vulkaan. Langs de weg staat een vrolijk zwaaiend oud mannetje die graag een lift wil hebben. Hij stapt achterin bij de meiden. Zijn naam is Juan en hij is heel vrolijk. Hij vraagt van alles en vertelt van alles. Super leuk. Hij woont in een dorpje vlak onder de vulkaan. De begroeiing verdwijnt langzaam aan. We zitten alweer op 4000 m hoogte. Opeens zie ik de eerste Vicuna. Dit is familie van de lama, maar een vicuna heeft een veel fijnere vacht en leeft in het wild. In Ecuador waren ze uitgestorven, maar Chili heeft ze eind vorig eeuw duizend nieuwe vicuna’s geschonken. In denk terug aan mijn reis naar Chili in 1997. Ik heb daar in Patagonië ook heel veel vicuna’s gezien. Dit vraagt natuurlijk om een photoshoot. We hebben zoveel mazzel met het weer. Het is strakblauw en de vulkaan is zo mooi te zien. We rijden langzaam door naar 4800 m hoogte. Daar is een refugio. Dille blijft daar even wachten, want ze is niet zo lekker. Andre, Luna en ik “willen de 5000 aantikken†en lopen in een rustig tempo omhoog naar 5025 m, de volgende refugio. Onze conditie/acclimatisatie is best goed. We zijn er binnen een half uur, terwijl er 45 minuten voor staat. Gave ervaring!

De afdaling naar Banos op 1800 meter is weer erg mooi. Ecuador is echt heel veelzijdig. Het is zo leuk om steeds door alle klimaat- en vegetatiezones heen te rijden. Banos is het centrum van Ecuador voor avontuurlijke sporten, zoals raften, canyoing, mountainbiken en tokkelen. We zitten hier 4 nachten in Posada del Arte. Een door de Lonely Planet aanbevolen Posada. Heerlijk rustig achter in het dorp naast een waterval. Sfeervolle kamers met schilderijen en een mooie binnenplaats. En een heerlijk ontbijt met pannenkoeken, ook belangrijk! ’S Avonds is het gezellig druk in het stadje. Het blijkt bijna Dia de Indipendencia te zijn (10 aug 1809) en dit is een nationale feestdag. Dus veel Ecuadoriaanse families. Voor de Posada staat een vrachtwagen en daar slaapt een hele grote familie in van 20 personen. De eerste dag doen we heel rustig aan. Lekker chillen in onze Posada en in de middag gaan we tokkelen bij Puntzan canopy. Zes prachtige lange ziplines in de jungle en over een groot ravijn heen. We gaan met een Zuid-Afrikaans gezin die nu in Quito wonen en een Duits gezin. Onze gidsen zijn heel ervaren. De tweede zipline mogen we ondersteboven, wat Luna en ik doen. Echt genieten van de omgeving kun je dan niet trouwens. De derde zipline is heel gaaf. We mogen dan als superman horizontaal gaan. Je voelt je dan net een vogel en kunt nog meer genieten. De Zuid-Afrikaanse vader kwam wat geschrokken binnen. “It was fun untill I realised I was above a deep gorgeâ€. De vijfde wordt nog leuker, want dan mag je met zijn tweeën naast elkaar als superman en dan scheer je rakelings langs de rivier. Ik ga hand in hand met Andre. Echt super gaaf. De zesde tenslotte is een extra lange van 550 meter. Hele leuke excursie. Daarna rijden we door naar “Vuelo del Condorâ€, een hele grote swing die begint met een vrije val. Ze hebben ‘m heel toepasselijk de naam “La Bestia†(het beest) gegeven. Luna en Dille durven het, maar worden toch wel wat zenuwachtig in de rij door al het gegil voor hen. Ze zwaaien echt enorm hoog boven het dal. Wauw! ’S Avonds eten we heerlijk bij een kleine Spaanse tapasbar die we van te voren hadden gereserveerd. Heerlijke dag.

De volgende dag gaan we mountainbiken. Een pick-up brengt ons naar 3000 m hoogte nabij Volcan Tungarahua. Helaas is het mistig en kunnen we ‘m niet zien. En dan gaat het dus 1200 m bergafwaarts. Over een dirt road, klinkers en asfalt. Gelukkig zijn de remmen goed. Alleen was Dille haar voorvork wat losgetrild, maar gelukkig kwam ze daar op tijd achter. Prachtige afdaling en heel weinig auto’s gezien hier. Na deze inspanning hebben we wel wat ontspanning verdiend. Gelukkig is Banos naast een avonturendorp ook een dorp van spa’s en hete baden. We hebben bij Spa Jade een massage voor ons vieren geboekt en een gezichtsbehandeling voor de meiden en pedicure voor mij. Een mooie woning, met gekeurde muren en rustige muziek. Dit is echt heerlijk ontspannen. De laatste dag rijden we naar Paillon del Diablo. We rijden door lekkende tunnels heen zonder nooduitgang. Die voldoen sowieso niet aan de Nederlandse tunnelwetgeving. Hier moet een imposante waterval zijn. We parkeren ergens en lopen een steil pad naar beneden met vele anderen. Dan moeten we 2 dollar betalen en vraagt de man ons “you want shower?â€. Waarom hij dat vroeg, bleek al snel. We naderen de waterval van de “verkeerde†kant. Al het water sprayt onze kant op en iedereen wordt al behoorlijk nat. Het is nog mogelijk om verder te gaan en door smalle tunnels te lopen/kruipen om tot naast de waterval te komen. Andre en Luna doen dit en komen volledig doorweekt terug. Niets is meer droog. Terug omhoog. Dan blijk je ook nog aan de andere kant van waterval over een hangbrug boven de waterval te kunnen lopen. Dat willen we ook. We zoeken de ingang en komen uit bij een andere “nueva entradaâ€. Daar lopen we weer naar beneden tot de hangbruggen. Imposant om hierboven de waterval te lopen. Dan blijkt het pad nog verder naar beneden te gaan tot echt naast de waterval. Maar dit is de goede kant, hier blijf je wel droog. De waterval dendert echt met enorme kracht naar beneden. Het spat tientallen meters hoog op en een witte mist van waterval druppels maakt het sprookjesachtig. Echt de meest imposante waterval die we ooit hebben gezien. In de avond gaan we nog een keer naar Vuelo del Condor. Luna en Dille gaan voor de tweede keer en ondanks mijn hoogtevrees, waag ik ook de sprong. Machtig mooi!