Na vier dagen Banos is het tijd voor de jungle. De weg ernaar toe is prachtig. We passeren een dozijn watervallen rijdend door een ravijn. Opeens opent het ravijn zich en zien we voor ons de Amazone liggen. Wat een prachtig gezicht. Het is warm tegen de 25 graden. Wat een verademing na de kou van de hoogvlakte. Via Puyo rijden we door naar Tena, een basis voor jungeltochten. Met een tussenstop bij Amazoonica. Dit is een tip van de Franse Laurie die we in Llullu Llama ontmoet hadden. Zij had drie maanden als vrijwilliger in dit opvangcentrum voor wilde dieren gewerkt. Het blijkt nog niet zo eenvoudig om er te komen. We nemen een smalle dirt road richting Puerto Barantillo. Google Maps geeft het al snel op, dus doen we het op de “Donde es la strada a Puerto Barantillo†manier. Na 45 minuten komen we bij welgeteld 1 huisje aan de rivier terecht. Is dit “de havenâ€? Ik spreek twee mannen aan of ze ons naar Amazoonica kunnen brengen. Hun boot ligt klaar, dus ja. En daar varen we in een motorkano over de prachtige brede Rio Napo. Genieten! Onze “kapitein†vertelt dat hij hier woont en 8 kinderen heeft. Hij zet ons na 10 minuten af en belooft over 1,5 uur weer terug te komen. Amazoonica is dus een opvangcentrum voor zo’n 350 dieren die mishandeld zijn door mensen of gewond geraakt. Er zijn veel vogels (papegaaien), tapirs, anaconda’s en diverse soorten apen. Een Spaanse vrijwilliger geeft ons een rondleiding. Hun streven is dat de dieren weer teruggezet worden in de natuur. Hiervoor hebben ze goedkeuring nodig van het ministerie. Sommige dieren, zoals gekortwiekte papegaaien kunnen niet teruggezet worden. Leuk was ook de “walking treeâ€, een boom die zich 8 cm per jaar kan verplaatsen.

We slapen in Tena in Hotel Yutzos, op zich een ruime kamer met uitzicht op de rivier en met airco, maar zeker het minst sfeervol van onze overnachtingsplekjes tot nu toe. De volgende dag gaan we met de organisatie Akangau, geleid door lokale Kicwha mensen, een (jungle)tour doen bij Misahualli.

Iwan is onze gids. We beginnen met een kanotocht in een lagune. Heel langzaam peddelen we langs de dichtbegroeide jungle. Onze gids is erg goed. Hij spot twee bijzonder vogels (Grijze en vale reuzennachtzwaluw) die een camouflagekleur hebben en eigenlijk op een boomstronk lijken. Ook zien we een grote hagedis, kaaiman en apen in de verte. Dan stappen we uit en met onze jungle kaplaarzen gaan we achter Iwan met zijn grote “machete†(kapmes) de jungle in. We snappen al vrij snel het nut van de kaplaarzen. De grond is modderig, we balanceren over takken en boomstammen en soms zak je een flink stuk weg. Iwan vindt het leuk om de weg vrij te hakken van lianen, struiken, bladeren en spinnenwebben. Iwan weet echt heel veel. Hij wil ons survivaltips geven. Dus laat hij ons zien hoe je termieten kunt eten (en Andre doet dat, de held), hoe je wit sap uit een boom als lijm kunt gebruiken om wonden te hechten (bijvoorbeeld als je jezelf met je kapmes verwond hebt), hoe je rood sap uit een andere boom kunt gebruiken als zonnebrandcrème en hoe je van de “palmata boom†van alles kunt vlechten. Hier wordt de beroemde Panamahoed (die dus eigenlijk uit Ecuador komt) van gevlochten, maar ook de daken van huizen en die gaan 7 jaar mee. Tenslotte komen we bij een imposante 700 jaar oude boom uit. Hier laat hij zien dat als je hier hard met een stok tegen slaat, dit de functie heeft van een mobiele telefoon (alarmslaan) want het geluid draagt heel ver. Er hangt ook een liaan en Luna klimt een stuk omhoog en komt dan oog in oog met twee vleermuizen die zich daar nestelen. Ook wijst Iwan ons erop dat er een grote tarantula zich verborgen houdt aan de zijkant. Teruglopend naar de kano, zien we nog een groep van tamarin apen. Wat een mooie ervaring. We lunchen in Misahualli en nemen dan een andere boot naar Comunidad Shiripuno. Hier krijgen we uitleg over een 15 meter hoge heilige rots en laten de vrouwen een traditionele dans zien.

Dit is de eerste keer deze vakantie dat we flink bezweet zijn. We hebben zin in een zwembad. Er is een lokale pool ergens buiten Tena. Na 7 keer de weg vragen, vinden we ‘m. We betalen 2 dollar entree en de we duiken erin. Ons eerste zwembad deze zomervakantie! Er is zelfs een glijbaan bij. Dat is wel een beetje gammele en roestige constructie. Maar toch gaat ie nog best hard. Na een uurtje steekt er opeens een storm op als we boven bij de glijbaan staan. Het wordt donker en bladeren waaien uit de bomen. Het zwembad is opeens bezaaid met bladeren. We drogen ons snel af en gaan naar huis. ’S Avonds is de elektriciteit in de helft van de stad uitgevallen en ‘s nachts regent het hard. Tena staat ook bekend voor raften, dus boeken we de tweede dag een raftour bij Raftamazonia, ook geleid door lokale Kicwha mensen. Om 8:00 worden we opgehaald door Fausto (onze gids) en Nixon, die mee peddelt in zijn kayak om ons te redden als we eruit vallen. Ook gaan twee Ecuadoriaanse studentes toerisme mee. Zij moeten voor hun studie deze excursies ook zelf doen. Na 45 minuten rijden in een busje met de Raft op het dak komen we bij ons beginpunt uit bij de Rio Yatuhyacu naam. Fausto kijkt naar de snel en wildstromende rivier en zegt dat ie wel erg hoog staat. Wat wil je na een nacht regenval. Normaal is dit een class III rafting rivier, maar door de hoge waterstand neigen sommige trajecten nu naar class IV (gevorderden). We beginnen met een zwemvest en helm aan te trekken en op te zetten en dan komt de uitgebreide uitleg van Fausto. Het lijkt wel alsof we in het leger zitten. Forward. Backward. Un dos. Stop. Fausto neemt alle commando’s en wat te doen in noodsituaties (omslaan/eruit vallen) op het land en daarna oefenen we ook in het water. We schreeuwen met zijn allen keihard “ Un..dos…†om zo gelijk te roeien. Na een kwartier oefenen is Fausto tevreden. We mogen weg. Ik moet eerlijk zeggen dat ik ‘m wel een beetje knijp als ik die rivier zo snel zie gaan.

Al snel slaan de eerste golven de boot in. Brrr koud. Fausto schreeuwt hard tegen ons en op sommige plekken slaat zijn stem soms over en schreeuwt hij: “SNELLER”. Doordat we zo hard moeten werken, heb ik weinig tijd om echt bang te zijn. Dit is best leuk en ik heb veel vertrouwen in Fausto die de rivier goed kent en weet waar de rotsen zijn die we moeten ontwijken. Nixon verkent soms vooruit en gebaart dan naar Fausto. Nixon is trouwens echt een held in zijn kayak. Hij zoekt de gevaarlijke stukken op en laat zich steeds omdraaien onder water. En hij maakt foto’s van ons. De Ecuadoriaanse studente achter mij roeit niet goed. Fausto wijst naar Luna en Dille en zegt dat zij wel goed roeien terwijl ze het voor het eerst doen. Het meisje kijkt bang en we hebben met haar te doen. Na een goed uur, stoppen we langs de rivier om te gaan lunchen. De koelbox zat vastgesjord midden in de boot. Ze leggen een groot bananenblad neer als “tafellaken†en we krijgen heerlijke vegetarische Ecuadoriaanse burrito’s met tomaat, bonen, kaas, komkommer en dorito’s. Echt een superlunch! Omdat de rivier nu zo snel stroomt, zijn we een half uur later al weer terug in Napo. Jammer dat het alweer voorbij is!

Omdat Tena en ons hotel een beetje tegenvalt, checken we een dag eerder uit en hebben we een nachtje in Termas Papallacta geboekt. Een mooi viersterrenresort op 3300 meter hoogte in een gebied met hete termale bronnen. Doordat de rafting zo snel ging, kunnen we – na een frozen yoghurt- al om 14:00 uur op weg naar Papallacta. De reis gaat voorspoedig en ik verheug me al op de hete baden. Onderweg valt het Andre op dat de weg op veel plaatsen instabiel is. We zien veel aardverschuivingen en scheuren in de weg. Ook zien we een grote harige spin de weg oversteken. Opeens staat het stil. Echt stil. Ik stap uit en loop naar voren om te kijken wat er aan de hand is. Iedereen staat stil. Ik vraag een man langs de kant van de weg wat er aan de hand is. De weg is afgesloten tot 18 uur zegt hij doodleuk. Er is twee maanden geleden een grote aardverschuiving geweest. Overdag wordt hier aan gewerkt en is de weg afgesloten. Na 6 uur en ’s nachts mag het verkeer erdoor. Dit is dus een hele belangrijke verkeersader van de jungle naar Quito. Omrijden kost zeker 8 tot 10 uur. En zit dus niets anders op dan te wachten en te hopen dat de weg daadwerkelijk open gaat. Het is een klein gehucht met toevallig een “banos†(WC) en een klein supermarktje, waar ik twee zakken chips en icetea koop. Dus lezen we, luisteren we muziek, kijken de meisjes films, schrijf ik mijn blog. Het is 18 uur en nog steeds niets. Wat als de weg niet open gaat. In de auto slapen? Ik loop weer langs de lange rij naar voren en spreek een politieagent aan. Hij zegt dat er weer een kleine aardverschuiving is geweest en dat ze hard aan het werk zijn. Terwijl hij dat zegt rijdt er een ambulance met gillende sirenes voorbij. Echt fijn dit. De politieagent kijkt hoopvol en verwacht dat de weg 19 uur wel open gaat. Geduld dus. En jawel, om vijf minuten voor zeven komt er – na 3,5 uur wachten- beweging in de rij. We kruisen onze vingers en rijden in een kolonne door. We zien aan de zijkant van de weg verkeersborden met Zona de Derumbes (aardverschuivingen). In het donker passeren we drie plekken waar de vangrail weggeslagen is en we een klein beekje moeten oversteken. We hebben mazzel dat onze richting eerst mag. Honderden autolampen schitteren ons tegemoet. Soms stapvoets rijden we door. Ik ben blij als we om 20:15 ons hotel bereiken. We zien mensen met donsjassen en mutsen op en Luna stapt vrolijk in haar Tena jurkje uit de auto. We eten snel in het restaurant en duiken dan in de hete pools drie stappen verwijderd van ons huisje. Wat een heerlijk hotel. Luxe kamers, vriendelijk personeel en dan die hete baden onder een mooie sterrenhemel. We genieten ervan tot 23 uur terwijl het buiten erg koud is en hard waait.

De volgende dag slapen we wat uit en ontbijten we rustig. De dokter van het hotel kijkt nog naar mijn teen die ik tijdens het raften onder water aan een steen gestoten heb. De teen doet veel pijn en is pimpelaars. Gelukkig zegt ze dat ie niet gebroken is. Bij de receptie hoor ik dat de pass naar Quito (van 4100 meter) afgesloten is vanwege de sneeuwval vannacht. We zitten dus eigenlijk klem nu. De verwachting is wel dat de pass rond het middaguur weer open is. We gaan voor de late checkuit en gaan naar de Spa naast het hotel. Het is rustig en we hebben de zes grote en fraai aangelegde hete baden bijna voor onszelf. Omringd door bergen, waar op de top verse sneeuw ligt. Op en top genieten.

Rond een uur of twee vertrekken we richting onze laatste bestemming Otavalo. We klimmen langzaam. Langs de weg zie ik weer de Polyepsis. De vrij spooky boom die zich als een van de weinigen bomen boven de 3500 meter hoogte weet te handhaven. Verkeersborden waarschuwen voor overstekende beren, huh? Op de Papallacta pass zien we sneeuw liggen. We zien veel, met name Ecuadorianen, uitstappen en foto’s maken met de sneeuw. Wij rijden door en dalen snel af. Na ongeveer een half uur zie ik alweer cactussen. Dit is echt Ecuador. Zo veelzijdig, zo veel verschillende klimaatzones en vegetatie bij elkaar. Tijdens deze route gaan we de evenaar passeren. Bij Quito is hiervoor een vrij toeristisch punt, dat bovendien 270 m van de echte evenaar afligt. Wij gaan voor het -niet toeristische- Quitsato, een grote zonneklok, het enige monument ter wereld die precies op de evenaar ligt. We worden hier vriendelijk ontvangen door een jonge student. Hij vertelt vol trots over het project http://www.quitsato.org/?lang=en en natuurlijk maken we daar de foto met het ene been op het noordelijk en het andere been op het zuidelijke halfrond. In Otavalo slapen we bij Hostal Dona Esther. Een lieflijk hostal in het centrum vlakbij Plaza Bolivar. Wij krijgen de familiekamer met klein keukentje erbij op het dak naast het dakterras. Wat een andere locatie weer zo midden in de stad met prachtig uitzicht De kamer is ruim, maar kan wel een likje verf gebruiken en helaas stinkt de badkamer enorm en is het vrij stoffig getuige de vele niesbuien van Luna en mijzelf binnen. Het personeel is wel behulpzaam en probeert dit te verhelpen.

Onze laatste volle dag. We rijden richting Laguna de Mojanda. Drie mooie meertjes gelegen op 3800T meter hoogte. Het is weer een hobbelweg, maar de beloning is goed. Hoog in de bergen liggen drie prachtige meren. Er staan ook twee (school) bussen. Het lijkt wel een schooluitje. Luna heeft al snel door dat ze via een ondiep deel naar een eilandje kan lopen. Haar voeten vriezen er wel bijna af. Later zien we de Ecuadorianen het voorbeeld van Luna volgen. We rijden nog wat verder en maken een korte wandeling naar het tweede meertje. Op de terugweg zien we iets lopen in de verte, is het een hond? Nee, het is een vos. Wat gaaf zeg! Met mijn telelens lukt het ‘m redelijk goed te fotograferen. We rijden terug via Otavalo en lunchen bij Bar Cosecha met lekkere cappuccino voor Andre en verse bagels. In de middag gaan we naar Peguche, een traditioneel weaving village. Ik heb Tahuantinsuyo gebeld voor een korte workshop. Een vriendelijke vrouw in klederdracht van Otavalo wijst ons naar een ruimte. Haar gerimpelde en kleine vader van 85 lacht ons vriendelijk toe. De workshop is echt super interessant. Dit gezin is al met de 5e generatie bezig met weven. Alles gebeurt met de hand behalve het spinnen op een wiel gemaakt van een oude fiets. Ze weven met alpacawol, schaapswol en katoen. We mogen alles aanraken en ze laat alles stap voor stap zien, ook alle kleurstoffen die uit de natuur komen van vruchten of insecten of een rasp gemaakt van een stekelboom. Haar man zit ondertussen een groot tapijt te weven. Het blijkt dat hij hier twee maanden over doet. Een warme poncho kost 250 dollar en is een maand werk. Na afloop koop ik een tas van zachte alpacawol en geven we een donatie.

’S Avonds zien we dat de beroemde artensania markt op de Plaza de Ponchos al opgebouwd is. Wat een walhalla aan souvenirs. Oneindig veel mooie kleurige kleden en sjaals. Hier word je hebberig van. Op zaterdag schijnt de markt nog groter te zijn. Dan breekt onze laatste dag aan. We rijden na het ontbijt naar een dorpje boven Peguche naar de Mercado de los Animalos. De markt sluit bijna en we zien pick up trucks vol met koeien, schapen of varkens al volgeladen worden. Op een grote betonnen plaat, staan nog twee lama,s, een enorm groot varken, wat geiten en schapen. Drukker is het op de kleine dierenmarkt. Eendenkuikens horen we al van ver. Veel kippen, kozijnen en cavia’s. Kippen zijn vastgebonden aan hun poten. Eenden en kippen zitten in een krappe ruimte met kippengaas. De gekochte dieren worden in oude meelzakken gestopt. De meiden vinden het niet zo leuk om te zien. Ik ga er maar van uit dat de dieren thuis straks wel lekker kunnen rondscharrelen.

We stoppen nog bij Cascada de Peguche, een kleine waterval. Het is een korte wandeling en de waterval stort zich in een met tientallen kleuren groen mos begroeide omgeving naar beneden. Veel toeristen hier. Je kunt merken dat we dichtbij Quito zitten. Op toeristische plekken staat ook vaak een aangeklede lama klaar waar je voor 1 dollar mee op de foto kan. Dat doen we niet. In Otavalo lunchen we nog een keer in het bagel café. Het hele centrum staat nu vol kraampjes, dus we gaan nog een laatste keer shoppen. Al met enige heimwee rijden we terug naar het vliegveld, een mooie route langs en door een canyon met in de verte een besneeuwde Cayambe vulkaan van 5800 meter zichtbaar tegen een blauwe lucht. Ecuador is echt een geweldig land om te (be)reizen. Klein, heel erg gevarieerd (vulkanen, strand, jungle, bergen en steden) en hele vriendelijke mensen. Zeker een aanrader!