Blog Image

Blogaroundtheworld

De geur van zeewier

Reisverslag Bali Posted on Tue, August 02, 2011 23:55:09

De meiden stormen naar de koelkast. Eindelijk optimel. Teleurgesteld kijken ze naar het pak. “Maar dit is toch niet onze optimel?”, vragen ze. Optimel blijkt tijdens onze vakantie de verpakking (en de smaak) aangepast te hebben. Kleine tegenvaller smiley

We zijn dus weer thuis. Bali was heerlijk. Ook de laatste week hebben we zo genoten van dit land. Vanuit Amed zijn we naar Sanur gereden om onze auto in te leveren. Onderweg hebben we Tenganan bezocht, een oud Bali Aga dorpje, waar nog afstammelingen wonen van de oorspronkelijke Balinese bevolking die er woonde voor de Majapahit in de 11e eeuw arriveerde. Eigenlijk was het meer een soort openluchtmuseum, waar de koeien door het dorp heen liepen en oude ambachten als”double ikad weaving” and “lontar writing” te bewonderen waren. Zonder schade leverden we onze auto in en stapten we op de boot naar Nusa Lembongan. Gewend aan de jetty bij Gili vroegen we ons af waar de boot precies zou aanmeren? Nergens dus. Je moest door het water heen waden en aan boord klimmen! De overtocht was maar een half uurtje en toen waren we op het zeewier eiland. Nusa Lembongan staat namelijk bekend om zijn zeewier productie. Bijna 90% van de inkomsten van het eiland komen daar vandaan, de rest uit toerisme. Dertig jaar geleden is de zeewierteelt geintroduceerd op het eiland dat verder ongeschikt is voor rijstteelt of akkerbouw. De omstandigheden hier zijn zeer geschikt: de temperatuur van het zeewater is goed en het verschil tussen eb en vloed niet te groot. Elke zes weken kan er geoogst worden. Zeewier wordt gebruikt als ingredient voor cosmetica en als bindmiddel voor verwerking in voedsel en geneesmiddelen. De bevolking heeft hierdoor een redelijk inkomen.

We zitten hier in het Playgrounds hotel, vernoemd naar één van de belangrijkste surfplekken op het eiland. De kamer is de minste tot zover, maar ons balkon van vier bij tien meter met uitzicht op zee maakt heel veel goed. We slenteren ‘s avonds langs de boulevard en zien en ruiken het zeewier dat te drogen is gelegd. Kinderen vliegeren op het strand. De zon zakt in de zee omringd door roze strepen. Is dit nu het echt Bali? De volgende ochtend horen we gezang en gebeden in de verte. Het blijkt de jaarlijkse ceremonie in de villagetemple te zijn. Dille en ik gaan samen op stap terwijl papa en Luna het zwembad verkennen. We zien gezinnen die prachtig aangekleed zijn met volle offerschalen naar de tempel lopen. Daar moeten ze even wachten tot ze mogen gaan bidden. Wij mogen op gepaste afstand kijken.

‘s Middags gaan we op een snorkelexcursie mee. Bij de oversteek naar Nusa Penida beleven we tien angstige minuten. Door de tide change is de zee erg wild. De golven zijn hoog en onze boot klein. Water slaat keer op keer de boot in en de vier Nieuw-Zeelanders, de twee Portugese vrouwen en wij zijn allemaal zeiknat. Er wordt gegild en Luna en Dille huilen van angst. Als we er voorbij zijn, probeert de Balinese stuurman ons gerust te stellen. Dat lukt maar matig. We varen langs de kust van Nusa Penida op zoek naar manta rays. Op een gegeven moment zien we een groep dolfijnen. De Nieuw-Zeelander vraagt of hij in zee mag duiken en gaat. Luna wil dat ook wel. Ze springt erachter aan en flippert snel richting de dolfijnen. Ik ga er ook achter aan en even later zwemmen we op zo’n 5 meter afstand van 10 (wilde) dolfijnen in zee. Wat een ervaring! Dit maakt de hachelijke overtocht gelukkig weer enigzins goed. Bij Coral Bay gaan we aan land. Luna en Dille lijken de wilde boottocht alweer vergeten en spelen in het zand. Hier gaan we ook snorkelen. Er zijn niet veel vissen, maar de koralen zijn prachtig en wat bijzonder is: helemaal intact en gaaf. Prachtige kleuren en heel veel soorten. Bij de terugtocht is de zee verder heel rustig. Godzijdank.

De volgende dag huren we twee brommers en gaan we het eiland verkennen. De meiden genieten enorm van het brommertje zeker als ze af en toe gas mogen geven. Het is eb en de mensen zijn druk in de weer met het oogsten, zaaien en drogen van de zeewier. We gaan over de hangbrug naar Nusa Ceningan. Hier zien we opeens heel veel brommers bij elkaar staan. Nieuwsgierig geworden lopen we naar boven waar het geluid vandaan komt. Het blijkt een hanengevecht te zijn. Dit is het meest geliefde volksvermaak op Bali. Het is zowel sport als een gokspel, waar veel geld in blijkt om te gaan (inzet 5-10 euro per persoon!). Aan de poten van de hanen worden vlijmscherpe mesjes gebonden waarmee de tegenstander vaak dodelijk verwond wordt. Het publiek bestaat enkel uit mannen. We kijken heel even, maar vinden het niet prettig om te zien. Luna had eerder besloten in de vakantie, na het zien van een geslachte kip, om vegetarisch te worden. Dat besluit wordt alleen maar sterker na het zien van vijf dode hanen. Haar vraag waarom ze dit doen, kunnen we niet bevredigender beantwoorden dan met “dat is een gewoonte hier”. We tuffen verder langs de kust. Zien de mooiste infinity pool die we ooit gezien hebben. We lunchen bij een plek waar je kunt cliffjumpen. Van tien meter hoogte kun je in een azuurblauwe lagoon in zee springen. Luna heeft er wel zin in, onze dappere meid zonder hoogtevrees. Gelukkig hebben we niet genoeg geld bij ons voor de sprong…

Onderweg delen we onze laatste glitterpennen, viltstiften, ballonnen, schetsboek uit. De kinderen zijn enorm blij. Al snel gaat het vuurtje rond en moeten we andere kinderen teleurstellen. Volgende keer maar nog meer pennen en viltstiften inslaan bij de Hema.

‘s Middags zwemmen en spelen we nog bij zee. We zoeken kleine schelpjes om een ketting te maken. Het zit er nu bijna op. ‘s Avonds lezen we het laatste hoofdstuk van het spannende voorleesboek “De schat van inktviseiland” (Reggie Naus).

De volgende ochtend doen we rustig aan. Met de geur van zeewier in ons neus nemen we de boot van 12:00 terug naar Sanur. We gaan terug naar ons allereerste hotelletje en mogen daar onze bagage stallen. Het is vertrouwd om terug te zijn. De lunch is heerlijk en we nemen een taxi naar Hardy’s, een soort V&D. Hier slaan we laatste souvenirs in en kopen we nog een paar leuke jurkjes voor de meiden. Tenslotte hebben we nog een Balinese massage en bloemenbad geregeld voor ons allevier in één van de vele spa’s. Zodat we totaal ontspannen ‘s avonds laat het vliegtuig in kunnen stappen. Precies 28 uur later stappen we ons eigen huisje weer binnen. De meiden hebben nog lekker twee weken vrij voordat ze weer naar school moeten. Ze waren onder de indruk van het schooltje dat we in Bali bezocht hebben. Alle kinderen zijn in uniform en marcheren alsof ze in het leger zitten. Ook op zaterdag gaan de kinderen daar naar school. Groep 3 is daar grade 1. Kinderen gaan pas naar school als ze 6 jaar oud zijn. Luna merkte op dat ze daar geen digibord hadden. We hebben allevier mooie indrukken opgedaan in dit prachtige land. Veel geleerd en ons verwonderd. We hopen dit gevoel nog even vast te houden!



Kruidnagels en nootmuskaat

Reisverslag Bali Posted on Sun, July 24, 2011 17:31:14

Zittend op de veranda van onze bungalow hoor ik de golven van de zee ruisen op de achtergrond. Er klinken krekels en af en toe een brommer (dit is wel Bali natuurlijk). We zijn in hotel Santai in Amed. De geluiden zijn rustgevend. We hebben nog vijf dagen te gaan in Bali. In Lovina hebben we rustig aangedaan. André was niet zo lekker en het hotel was leuk voor de kinderen. Ik ben ook nog samen met Luna gaan snorkelen bij Menjangan island, een dagexcursie vanaf Lovina. De onderwaterwereld was prachtig. Luna, die inmiddels weet hoe ze met een snorkel kan duiken, was meer onder water te vinden dan boven water. We lunchen op het eiland, waar vele boten arriveren vol met prachtig wit aangeklede Balinezen die gaan bidden bij de eilandtempel ter ere van de volle maan. Luna gaat met zo’n gezelschap op de foto.

Lovina staat ook bekend om de dolfijnen. Je kunt ’s ochtends om 6 uur met een bootje op zee op zoek gaan naar dolfijnen (samen met tientallen andere toeristenboten) of je kunt met dolfijnen zwemmen in het Melka hotel. Gezien de laatste bootervaringen van de meiden, kiezen we voor het laatste. Bovendien heeft Luna twee jaar geleden in Cuba al met de dolfijnen gezwommen en wil Dille nu ook wel. We vragen ons af de Partij voor de Dieren de activiteiten van dit hotel wel zou goedkeuren, maar besluiten er toch gewoon van te genieten. De dolfijn geeft Dille talrijke kusjes (ze heeft natuurlijk ook wel erg zachte wangetjes) en met zijn drieën hebben we een half uurtje de tijd om de dolfijn te aaien.

Behalve dolfijnen, zijn er ook andere dieren in het hotel. Twee otters doen een soort circusvoorstelling: over een ton lopen, basketballen en andere kunstjes. De meiden genieten ervan. Verder zijn er nog herten, kangeroes, apen, paarden, reptielen en slangen. Met de laatste kun je op de foto. Luna laat zich niet kennen en krijgt er drie (!) omgehangen……

Onze volgende bestemming ligt op een koele 1000 meter hoogte, Munduk. In een prachtige jungleforest ligt ons hotel Munduk Sari. Onze bungalow is een zo’n 200 treden naar beneden vanaf de receptie…. Maar het uitzicht is fantastisch. De kamer heef aan twee kanten helemaal glas, dus vanaf het hemelbed kijk je naar de bergen, bossen, rijstvelden en zee in de verte. Toch hebben we last van een dipje in dit hotel. De diarree van André houdt nu toch wel te lang aan, ik verlies een deel van mijn vulling van mijn kies en de meiden beginnen hun klaagzang dat ze de optimel zoooooo missen in Nederland. Na een bezoek aan de lokale dokter zijn we 6 (!) verschillende soorten medicijnen rijker (en 5 euro armer). Gelukkig knapt André nu snel op. We besluiten wat avontuurlijks te doen. In de botanical garden bij Lake Dunau Bratan is een Treetop adventure park. Hier kun je met klimgordel om 2,5 uur lang klimmen tussen de bomen. Op 2, 5, of 8 meter hoogte zijn verschillende parcours uitgezet, waarbij je bijvoorbeeld op een staaldraad moet balanceren, op een net moet klimmen. Het parcours eindigt met een lange kabelbaan waar je af kunt glijden en dan kom je terecht in een groot trapeze. Dille’s limiet ligt bij het 2 meter circuit, mijne bij 5 meter, maar papa en Luna durven ook het circuit op 8 meter hoogte. In de middag lunchen we weer bij een restaurant met een speeltuintje (en een super stoere schommel) en smikkelen de meiden weer van de aardbeien, die ze hier in deze koelere streken kweken. We besluiten nog op zoek te gaan naar de rijstvelden van Jatiluwah, genomineerd voor Unesco status. Bij elke splitsing vragen we de weg en uiteindelijk komen we goed aan. De rijstvelden zijn prachtig, heuvelachtig en rijk geschakeerd in kleuren groen.

De andere dag is meer educatief van aard. We lopen met een gids naar de waterval toe die we vanaf onze bungalow al goed kunnen horen. De tocht gaat langs koffie, nootmuskaat, kruidnagel en vanille plantages. Bananen en papayabomen staan aan de kant van de weg. De gids laat aardappelplanten zien met grote bladeren (elephant ears). De meiden hebben de grootste schik met deze bladeren. Luna verzamelt van alles in een klein plastic zakje. “Waarom groeien al deze mooie bloemen en al deze lekkere kruiden niet in Nederland?â€, vraagt ze. We leggen haar uit dat het Nederlandse klimaat hier niet geschikt voor is. Eerder hadden we bij een mini plantage ook al een kleine rondleiding gehad. Hier lieten ze ons een slapende kat zien. Deze kat bleek hele bijzondere koffie te maken, door onze dochters nu steeds “poepkoffie†genoemd. “s Middags gaan we wat touren en parkeren de auto bij een uitzichtsplek over de rijstvelden. Een jongen biedt ons tapioca chips aan (gefrituurde zoete aardappel schijfjes). Hij vertelt dat er vandaag rijst geoogst wordt in zijn dorp en vraagt of we dat willen zien. Dat lijkt ons wel wat. We rijden hem achterna. Te voet lopen we door kleine steegjes in zijn dorp. Hij laat zijn huis zien waar zijn moeder, oma, broer en schoonzus ook wonen. In Bali is de familie heel belangrijk. Hele generaties wonen bij elkaar in huis. Hij pakt zijn sikkel en we volgen hem naar de rijstvelden. Het is midden op de dag en bloedheet, maar er zijn mensen aan het werk, vaak onder een paraplu om dekking te zoeken voor de brandende zon. De mensen in de rijstvelden gaan enthousiast roepen als we langslopen. Met onze meiden hebben we natuurlijk veel bekijks. Luna en Dille mogen ook even helpen om een afgesneden rijstbundel af te slaan op een soort “scherp wasbordâ€, waardoor de rijstkorrels eruit vallen op een groot zeil. Ze vinden het heel interessant. We lopen verder en zien grote groepen eenden op zoek naar achtergebleven rijstkorrels in de geoogste velden. Het verbouwen van rijst vormt nog steeds een belangrijke basis voor de Balinezen. Elk gezin verbouwt voldoende voor eigen gebruik, om te offeren aan de goden (en dan met name aan Dewi Sri, de godin van de landbouw) en soms nog wat om te verkopen op de markt. De irrigatie van de rijstvelden in bergachtig gebied vraagt een ingenieus systeem waarbij de zogenaamde subaks (soort waterschappen) het water verdelen. De gemeenschapszin is in Bali erg groot. Elke getrouwde man is lid van de zogenaamde banjar (een deelraad van een dorp) waar religieuze, politieke en economische beslissingen worden genomen.

De reisdag van Munduk naar Amed is de langste van de vakantie. Zo’n 130 kilometer en 4 uur rijden. Onderweg stoppen we natuurlijk bij een aantal tempels. Er zijn wel duizenden tempels in Bali. Een hele belangrijke is de familietempel, waar de sterke familiebanden weer goed zichtbaar worden. Dan heeft elk huis een tempel binnen en in de tuin. Er is een dorpstempel, een districtstempel. Er zijn speciale zeetempels en negen hele belangrijke en grote tempels die een functie voor het hele land vervullen. Elke tempel kent zijn eigen data voor ceremonies. Volle en halve maan wordt altijd gevierd, er zijn nationale feestdagen zoals Guningan. Balinezen hebben dagelijks hun verplichtingen en de vrouwen zetten elke dag een bamboe gevlochten bakje met bloemen, fruit en wierook neer om de goden gunstig te stemmen. Bakjes op de grond zijn voor de demonen, bakjes op een verhoging voor de goede goden. De bakjes mogen niet hergebruikt worden, dus het maken van offerbakjes is een levendige handel. Naast deze religeuze ceremonies waar de Balinezen bij moeten zijn en altijd piekfijn zijn aangekleed zijn er ook belangrijke rituelen bij bijvoorbeeld zwangerschap, geboorte, trouwen, overlijden. Kortom: een Balinees is dagelijks met zijn geloof bezig. In een tempel aan de kust zien we hoge bouwwerken die gemaakt zijn voor zo’n tempelviering. Bijzonder is dat de decoraties van varkensvlees zijn gemaakt. Aan de voorkant is de varkenskop gehangen en aan de achterkant zijn staart. Ook is er een bouwwerk met meer zoetigheden. Dit alles om de goden gunstig te stemmen. Tijdens een tour naar Sideman gisteren hebben we een aantal werkplaatsen bezocht waar ze dit soort grote kunstwerken maken voor al deze vieringen. Ook passeren we dorpjes waar veel bamboe geweven wordt (en de meiden natuurlijk een basket willen en krijgen). We zien kraampjes met lontar versieringen. Dit is materiaal dat gemaakt is uit speciaal geprepareerde palmbladeren. De dagelijkse offerbakjes worden van verse palmbladeren gemaakt, maar de “knutselwerken†die wat langer mee moeten zijn van dit materiaal gemaakt. Het blijft bijzonder om te zien hoe het Hindoeïsme het land doordrenkt heeft. Luna en Dille vinden het allemaal prachtige knutselwerken!

Vandaag was weer een duik- en snorkeldag. In Tulamben hier vlakbij ligt namelijk een groot wrak uit de Tweede Wereldoorlog (US Liberty). Het wrak ligt erg ondiep. Nadat het getorpedeerd was, is het op het strand gelegd en vervolgens tijdens de vulkaanuitbarsting in 1963 in zee gegleden. Het is uitbundig begroeid met koralen. Wij doen om de beurt een duik “in†en rondom het wrak. Luna en Dille bekijken het wrak snorkelend van de bovenkant. Dit is Dille’s eerste snorkeltrip en ze heeft er veel plezier in. Ze werd wel een beetje bang van die grote school vissen vlak onder haar…

’s Middags krijgt Luna haar tweede bubblemaker in het zwembad. Met Sidharta doet ze hele leuke oefeningen als balletjes naar een krat brengen onder water, lucht in omgekeerde waterflessen blazen zodat ze opstijgen. Ze kan zelfs al haar regulator (waar ze door ademt) onder water uit doen en weer in doen (dit is een vaardigheid die je als volwassene voor je “openwater†ook moet kunnen). Ondertussen snorkelt Dille er boven. Luna krijgt een mooi certificaat na afloop en is beretrots!

Morgen vertrekken we richting Nusa Lembongan, een klein eiland en onze laatste stek op Bali. We hebben er alle vier weer veel zin in!



Oase

Reisverslag Bali Posted on Sat, July 16, 2011 14:24:36

Brommers en scooters zijn er op Bali meer dan auto’s. Links en rechts passeren ze onze Daihatsu Xenia. Autorijden is een vak apart hier. Maar na alle (verkeers)drukte is er altijd een verborgen oase: ons hotel. In Ubud was dat het Honeymoon guesthouse en hier in Lovina is dat het Rambutan hotel. In een zijstraat van de hoofdstraat is alles heerlijk rustig. Stilte, vogels en af en toe een plons in het zwembad. De meiden zijn steeds enorm onder de indruk van onze zeer sfeervol en traditioneel ingerichte kamers met veranda en kolossale badkamers. We zijn nu in Lovina aan de noordkust. Onze auto hebben we gekregen na onze trip naar de Gili eilanden (Lombok). Op de Gili eilanden heb je namelijk geen auto nodig, daar rijden alleen maar paard en wagen rond. Dus zeiden we tegen Luna en Dille voordat ze de hoofdstraat (eigenlijk de enige straat van het dorp) zouden oversteken naar het strand “kijk goed links en rechts en pas op voor de paarden!â€. Naast paarden wemelt het van de katten op Gili Trawangan. Staat Bali bekend om de vele zwerfhonden, op dit eiland zitten in elk restaurant een paar katten. Een voor de kinderen ander opvallend verschil is dat Lombok islamitisch is. Pal achter ons hotel (Manta dive) staat een moskee. Luna heeft het helemaal gehad met “dat zingende jongetje†om 6 uur ’s ochtends en 6 uur ’s avonds…. Voor haar dus liever het hindoeïsme. Op Gili schijnt (in tegenstelling tot Bali) ook een kleine kans op malaria te zijn. Dus trekken wij rond de schemering netjes lange broeken, lange mouwen, sokken en schoenen aan. We zijn de enige op het hele eiland! Resultaat is wel dat onze muggenbulten die vier dagen op één hand te tellen zijn.

De Gili eilanden zijn echte bounty eilanden. Voor ons hotel is een koraalrif waar je de prachtigste vissen kunt zien. Ons hotel is gekoppeld aan een duikschool. Hier heeft Luna haar eerste bubblemaker course: een echte duikles in het zwembad. Gelukkig moest mama nog een opfrisduik doen, dus kon zij in het zwembad Luna’s eerste avonturen onder water gade slaan. Met een wetsuit, stabjack, duikfles, vinnen en masker heeft ze 1,5 uur les gehad van Laura, haar duikjuf. Onder water heeft ze door een hoepel gezwommen, salto’s voor en achterover gemaakt en gezwommen. Ze kon zelfs al haar masker klaren. Misschien in Nederland maar eens informeren naar een duikvereniging?

Wij hebben natuurlijk ook een paar duiken gedaan. Met de boot ben je binnen 10 minuten op de mooiste duikstekken, waar we o.a. schildpadden, haaien, inktvissen en heel veel gekleurde vissen hebben gezien. Foto’s volgen later, die krijgen we nog van onze duikbuddy’s. Naast paarden en katten, werden we ook weer eens geconfronteerd met anderen dieren… kakkerlakken. Je weet dat ze er zijn, maar wilt ze liever niet zien, zeker niet als ze 3 cm groot zijn en naast je tafel lopen waar je aan het eten bent of langs de wastafel als je je tanden aan het poetsen bent…

De terugreis van de Gili eilanden naar Bali met de speedboat was iets minder: de meiden waren behoorlijk zeeziek en de kotszakjes werden niet alleen door hun gebruikt. Luna’s statement toen we na 1,5 uur van boord mochten: “ik ga nooit, helemaal nooit meer in mijn leven op een bootâ€. De mannen van Bali car rental stonden ons al op te wachten op de pier. Na wat geharrewar over de betaling en de koers (ze wisselden een dollarprijs om in euro’s toen naar roepiah en weer naar dollars, behoorlijk ongunstig voor ons) reed André netjes links van de weg Padangbai uit, op weg naar Ubud.

Onderweg bezochten we de zogenaamde Bat Cave, een hindu tempel met een grot die werkelijk vol vleermuizen hangt. Indrukwekkend. Onze goede stemming sloeg enigszins om toen we in een dorpje gesneden werden door een inhalende vrachtwagen die daarmee de rechterbuitenspiegel eraf reed. Toch wel overrompelend door zulke maniakale weggebruikers, stopten we wat verder en ging ik terug om de spiegel te zoeken. Die lag zowaar nog heel en blinkend in de zon in het midden van de weg. Voordat ik ‘m echter had kunnen pakken, reed een vrachtwagen er precies over heen…. Zonder verdere brokken bereikte we Ubud, het culturele en artistieke hart van Bali.

Ons hotel in Ubud is van dezelfde eigenaar als van Casa Luna, een restaurant/bakkerij met overheerlijke brownies, cakes en appeltaart. Wat is dat dan weer even genieten. De meiden kunnen volop op avontuur in ons hotel. Overal zijn kruip-sluip door weggetjes langs offeraltaartjes, beelden. De kamers zelf zijn weer net een minitempel met een grote veranda en mooi houtsnijwerk. De badkamer was ongeveer 30 m 2qua oppervlak! De infinity pool is bijzonder stijlvol, maar ook heel geschikt voor een bommetje. Tegenover ons hotel zit spa Lily, dat adverteert met één uur Balinese massage voor slechts 60.000 roepiah (ongeveer 5 euro!). We zijn hier 4 nachten gebleven en dat had eigenlijk nog wel langer gekund.

Op dinsdag hebben we een wandeling gemaakt van ongeveer 10 kilometer. Eerst langs het monkey forest. Hier zijn een drietal tempels in een jungle setting. Maar waar de kinderen natuurlijk voor komen, zijn de apen. Overal nieuwsgierige apen en opdringerige apen als je bananen bij je hebt. Wij blijven op gepaste afstand en krijgen dus geen aap op ons hoofd of in onze broekzakken graaiend. Dille geniet van alle kleine baby aapjes die nog vastgeklemd aan hun moeder lekker aan het drinken zijn.

De wandeling gaat verder langs kleine dorpjes buiten Ubud, dwars door rijstvelden, waar mannen de grond aan het omploegen zijn. Luna en Dille kijken verbaasd waar de rijst nu vandaan blijkt te komen die thuis in een pak zit. We zien kinderen vliegeren, één van de belangrijkste sporten/activiteiten voor Balinezen. We lopen over zandpaden omringd door de penjors van Guningan.

Aan het einde werden de meiden toch wel wat moe (en wij ook met die hitte), dus nemen we voor de laatste kilometer een taxi. Als beloning voor de lange wandeling krijgen de meiden mooie nagellak op door vier giechelende Balinese meisjes en een overheerlijk ijsje. Luna wil graag nog voetenvisje doen, d.w.z. met je voeten in een aquarium waar er honderden visjes aan je huid gaan knabbelen. Ze giert het uit. Na het eten zien we in Ubud Palace het ballet van Ramayan, een belangrijk Hindu verhaal. De typisch Balinese legong muziek gecombineerd met mooie kostuums en maskers en een spannend verhaal boeit de meiden boven verwachting.

De woensdag start ik met een yogales om acht uur ’s ochtends. Het is een hele rustige vorm, iets heel anders dan de poweryoga die ik in Nederland doe. Onze yogaleraar met een leuk Balinees accent is de rust zelve. Pas na een tijdje heb ik door dat hij exhale zegt J De dag gaat spiritueel verder, want we zijn we met de auto gaan rondtouren naar drie bijzondere tempels: de olifantentempel, de oudste tempel van Bali (Gunung Kawi) en de tempel waar je in mag baden (Tirta Empul). Dat laatste leek Luna bijzonder leuk. Dus stonden wij daar tussen de Balinezen ons op te frissen aan de heilige bronnen, die duizend jaar geleden ontdekt zijn. Mannen, vrouwen en kinderen gaan hier met kleding aan in en offeren en bidden en wassen zich zelf. Bijzonder om de beleving van de mensen te zien.

In Ubud zien we voor het eerst bedelaars. Luna en Dille vragen waarom die kinderen aan het bedelen zijn. Ik suggereer dat Luna haar sponge bob tasje uit het vliegtuig met knuffel wel weg kan geven. Dat doet ze. Het bedelende jongetje is immens blij, springt op, rent naar zijn moeder en pakt enthousiast het rugzakje uit. Luna en Dille zijn onder de indruk van de blijdschap van het jongetje. Het inspireert beide meiden om nog meer van hun spullen weg te gaan geven. ’s Avonds hebben we een behandeling bij Spa Lili met ons viertjes. Eerst één uur massage, daarna een scrub met honing en tenslotte ontspannen in een warm melk bloemenbad. We wisten niet dat Luna en Dille anderhalf uur zo rustig konden zijn. De Balinese meisjes vinden het bijzonder om Dille (met haar blonde haartjes in Bali een attractie) te masseren. We zijn nog nooit zo ontspannen geweest.

Op donderdag besluiten we om speciaal iets voor de kinderen te doen. Alle taxichauffeurs hebben het over het Bali bird park. De Lonely Planet schrijft dat het “great for kids†is. Het leuke is dat je hier met veel dieren op de foto kunt. Dus hebben we foto’s van Luna met een witte kaketoe op haar arm (“he mama, daar heb ik een superdieren plaatje vanâ€) en een papegaai op haar hoofd, Dille met een papegaai en beiden meiden met een uil en arend. In het reptielenpark wordt het nog avontuurlijker als we leguanen mogen vasthouden. Papa een mannetjes leguaan van 22 kilo en Luna het kleinere broertje van 10 kilo. Dille en ik houden een schildpad vast. Een geslaagd uitje!

Dan moet er natuurlijk nog even geshopt worden. Op zoek naar kadootjes voor onze bloemen- en vissenverzorgers, voor de opa’s en naar ons traditionele fotolijstje voor de familiefoto. En natuurlijk willen de meiden zelf ook wat kopen. In Bali moet je afdingen. Een gemiddelde transactie gaat vaak als volgt. Je kijkt net even te lang naar een bepaald voorwerp. Er komt een verkoper op je af die een absurd hoge prijs noemt. Dan lach je erom en doe je alsof je wegloopt, dan zegt de verkoper “I give you good priceâ€. Vervolgens hoop je in de buurt van je gewenste bedrag uit te komen. Wat onderhandelingstechnisch niet goed helpt, is als Luna en Dille al heel enthousiast allebei met een knuffelgekko om je heen staan te springen. Die Balinezen zijn ook niet achterlijk. Wat ook niet helpt, is als je nog geen referentiebedragen hebt. Zo wisten we in Sanur nog niet dat de sarong die we daar gekocht hadden voor 80.000 roepiah eigenlijk gewoon 30.000 moet kosten. Au.

Nu dus in Lovina, bekend om de dolfijnen. De afstand vanaf Ubud was nog geen 100 kilomter, maar met een gemiddelde snelheid van 30-40 km per uur op Bali, doe je daar toch drie uur over. Onderweg hebben we nog een mooi uitzicht gehad op een vulkaan met kratermeer en oude lavavelden. In 1917 is de Gunung Batur uitgebarsten en het dorpje Batur bedolven onder de lava. Het is op de kraterrand weer opnieuw opgebouwd. In de Batur tempel is een feest aan de gang vanwege de volle maan en Kuningan. Mannen spelen de legong, andere mannen verkleed en met masker dansen een langzame dans. Vrouwen lopen heen en weer met manden met offers op hun hoofd. De wierook hangt in de lucht. Luna en Dille zijn al gewend aan al deze religieuze uitingen. Op hun manier helpen ze mee. Ze zoeken bloemetjes op om bij de beelden neer te leggen en proberen de houdingen van de beelden na te doen.



Sponge bob in the air

Reisverslag Bali Posted on Wed, July 06, 2011 17:43:42

Papa heeft een jurkje. De meiden komen niet meer bij. We zijn in Bali en als we hier tempels willen bezoeken, is het gebruikelijk dat mannen een zogenaamde sarong dragen (een tempeljurk aldus Dille). Dus kopen we een mooie blauwe sarong voor papa. Bali dus. Het land van rijstvelden, mooie stranden en ontelbaar veel hindoeïstische tempels en altaartjes.

De reis hiernaar toe was onze verste vliegreis ooit met de meiden. Gelukkig hadden we een goede maatschappij: Qatar airlines, die – héél belangrijk – een eigen beeldschermpje ingebouwd heeft in de stoel voor je, inclusief een keuzeprogramma voor kinderen. Van Brussel naar Doha (5,5 uur vliegen) hebben de meiden zich dus vermaakt met diverse spelletjes en filmpjes en natuurlijk met hun Sponge Bob rugzak met inhoud, speciaal aangeboden door Qatar airlines. Zelf vermaakte ik me ook met een film en andere gadgets die in het onboard entertainment system te vinden waren, zoals de redelijke nutteloze informatie als “How to fold a lotus napkin†door Luigi Spotorno, een Italiaanse servettenvouwer. Naast een goede maatschappij hadden we ook een redelijke overstap. Weliswaar moesten we tussen 22:30 – 01:30 (Nederlandse tijd) wachten op Doha, maar na een klein beetje knikkebollen in de luchthavenbus, boorden beide meiden weer een nieuwe duracel batterij aan toen ze binnen een speelpaleis zagen. Dus waren ze om “vuurwerktijd†druk in touwen aan het klimmen en van glijbanen af te glijden. De volgende etappe naar Singapore (7,5 uur) werd grotendeels slapend doorgebracht. Een uur voor de landing hebben we ze maar wakker gemaakt. Daarna nog maar 2 uurtjes tot Denpasar (Bali). Na alle schrikverhalen op internet over lange wachtrijen voor de visa, viel dat best mee. De controle van de bagage was streng, het bordje “Death Penalty when carrying drugs†afschrikwekkend. Een goed uur later stonden we – met bagage – al buiten, waar we tussen de tientallen bordjes die omhoog gehouden werden gelukkig er ook één zagen met Senta&André. “Waarom staan wij er niet bij?â€, vroeg Luna verontwaardigd…

Door een zeer drukke avondspits bracht de man ons naar Hotel Stana Puri Gopa in Sanur. Precies 28 uur nadat we de deur in Linschoten achter ons dicht hadden getrokken, ploften we neer op een heerlijk Balinees bed. Het hotel is net een tempelcomplex. Overal staan beelden van Hindoegoden, zoals Ganesha, de olifantengod, omringd door veel groene planten en mooie bloemen. Het zwembad begint 3 meter voor onze voordeur! De hotelkamer zelf ziet er aan de buitenkant ook net uit als een tempel met een rijkgedecoreerde deur.

We vallen trouwens met onze neus in de boter. Woensdag 6 juli is de belangrijkste feestdag op Bali: Galungan Day. De voorbereidingen zijn al in volle gang. Iedereen plaats een zogenaamde penjor voor zijn huis. Dit is een hoge en gebogen bamboestok die uitbundig versierd is en de overwinning op het kwaad symboliseert. Bij alle tempels en huisaltaartjes worden kleine offers gebracht: veelal bloemen, fruit en andere etenswaren in met bamboe gevlochten bakjes. Luna en Dille vinden het allemaal heel bijzonder. In Nederland hebben we al uit ons kinderboek over wereldreligies het hoofdstuk over het hindoeïsme voorgelezen. Enthousiast proberen ze alle poses van de goden na te doen. In Bali hebben ze naast onze kalender nog twee andere kalenders. Op basis van één van deze Balinese kalender is het eenmaal per 210 dagen Galungan. Op die dag worden alle goden (en dat zijn er heel veel in het Hindoeïsme) en overleden voorvaderen uitgenodigd om terug te keren naar aarde en in alle tempels en huisaltaren te gaan wonen (vandaar al dat fruit en andere eten en soms een sigaret). Tien dagen later met Kuningan worden ze weer gedag gezegd. Galungan en Kuningan zijn echte familiefeesten, een beetje vergelijkbaar met Kerstmis bij ons. Hele families bezoeken – gekleed in sarong en witte blouse – een tempel om hun offers daar neer te leggen en bij elkaar te komen. We leggen Luna en Dille uit wat religieus is, wat dat is wat de mensen in Bali zeker zijn.

De eerste twee dagen hebben we rustig aan gedaan. Elke ochtend moet er natuurlijk eerst een bommetje gemaakt worden in het zwembad. ’s Middags verkennen we Sanur. De eerste dag te voet en vandaag met de fiets. Wat wel opvalt, is dat hier goede aandacht besteed wordt aan evacuatieroutes in het geval van een mogelijk tsunami. Bij elke straat van het strand af, zijn opvallende oranje evacuatiebordjes geplaatst.

Het is wel even wennen om links te fietsen. Dille heeft wel bekijks achterop bij papa in het kinderzitje én met haar blonde haartjes.

Luna fietst zelf op een mooie roze (net iets te grote) fiets. Vandaag fietsten we van pura naar pura (tempel). We zijn onder de indruk van de vriendelijkheid van de mensen. We fietsen kris kras door allerlei avontuurlijke steegjes en vangen een glimp op van het echt Bali.

Onze eerste Balinese dansvoorstelling hebben we er ook al op zitten. Dille vond het een beetje saai en Luna’s dansvoorstelling (van Femke) leuker. Maar daarna samen met de mooie danseressen op de foto, dat willen ze allebei wel. De tassen zijn al weer gepakt, morgenochtend komt een transfer naar Padangbai waar we met een speedboat naar de Gili eilanden zullen gaan. Luna en Dille zijn al erg benieuwd naar het volgende hotelletje!



Het aftellen is begonnen….

Reisverslag Bali Posted on Sat, June 04, 2011 16:57:49

Opeens slaat de schrik me om het hart. Het is nog maar vier weken voor vertrek en we moeten nog een afspraak met de GGD maken. En waar zijn onze vaccinatieboekjes toch gebleven?

Straks zitten we in het vliegtuig naar Bali. Gelukkig heeft GGD Midden Nederland onze gegevens in het bestand. We blijken nog een buiktyfus prik nodig te hebben. Zaterdag 18 juni is er een plek vrij voor ons viertjes, dus dat komt helemaal goed.

In oktober zaten we te dromen over een volgende bestemming. Deze keer wilden we graag weer duiken. Dat was helaas in Costa Rica afgelopen jaar niet gelukt vanwege de vele neerslag en slechte zicht onder water. Al snel komt Bali in beeld. Mooie stranden, prachtige rijstvelden, aardige mensen, festivals en rituelen. Alleen die reis… zo ver zijn we nog niet geweest met het vliegtuig. De meiden zijn gelukkig nu wel wat groter. En misschien moeten we onze principes maar een keer laten varen en wel de nintendo meenemen. Als we een vlucht met goede tijden en zeer schappelijke prijs tegenkomen, is de keus snel gemaakt. Bali, here we come.

Twee maanden geleden hebben we de route al uitgestippeld, gemaild met hotels met exotisch klinkende namen als Stana Puri Gopa. Een auto en bootovertochten geregeld en zelfs al een zogenaamde bubblemaker cursus voor Luna in het zwembad (met een duikfles op onder water). Bali is klein. Toch vinden we het leuk om op verschillende plekken te overnachten. Op Zappelin is ’s ochtends een keer een filmpje over Nusa Lembongan en hoe de mensen daar leven van de teelt van zeewier. “Kijk, daar gaan we in de zomer naar toeâ€, vertellen we Luna en Dille.

Inmiddels is het alweer juni. Deze maand lijkt altijd heel druk te zijn. Op school is er nog van alles: avondvierdaagse, sponsorloop en lustrumfeest. Daarnaast nog dans- en toneelvoorstellingen, zwemles, een familiereunie. We kijken in onze agenda wanneer we tijd hebben om te pakken. Slik. Hebben de meiden nog passende palladiums en teva slippers? En passen de bikini’s nog wel? Niet te geloven dat we over een maand al in Bali zitten.. in een hangmat onder een palmboom….het aftellen is nu echt begonnen!