Blog Image

Blogaroundtheworld

Eieren in de nacht

Reisverslag Nicaragua Posted on Fri, August 04, 2017 21:38:20

In Nicaragua zijn er twee plekken waar de schildpadden eieren leggen op het strand en Popoyo is 17 kilometer verwijderd van een van deze plekken, genaamd Reserva Rio Chacocente. Dit hebben we in Costa Rica al eens eerder gezien, maar toen waren de meiden nog klein. De zeeschildpad is Dille haar favoriete dier (ze heeft haar spreekbeurt er al een keer over gehouden en heeft er een geluksketting van), dus we willen dit graag nog een keer zien. In de middag gaan Andre en ik proefrijden naar dit reservaat. Ik heb telefonisch (mijn Spaans wordt steeds beter) een reservering gemaakt om ’s avonds/’s nachts een excursie te doen op het strand waar schildpadden hun eieren leggen in de periode juli-oktober. Straks is het pikkedonker, dus we willen het even voorrijden met licht. Dat blijkt verstandig, want na 12 km is het een kleine afslag naar links met een echte 4×4 dirt road. Een grote tak blokkeert het pad, die ik moet weghalen. We moeten door een droge rivierbedding met veel koeien. We komen aan bij het “kantoor†van de natuurbeschermingsorganisatie en worden daar heel vriendelijk ontvangen. We lopen het pad naar de zee van 500 meter ook alvast voor. Helaas nog geen schildpad te zien. Dit strand is bekend om de massale aankomst van de olive ridley turtle.

Soms kunnen er per nacht 2000-3000 het strand op kruipen om hun eieren te leggen. Dat is helaas pas in september of oktober. De kans dat je nu een schildpad ziet, is mede afhankelijk van de stand van de maan. Krimpende en wassende maan zijn het best. We zijn er net in een redelijk gunstige periode. Terug in het hotel proberen we zo laat mogelijk te eten en nog wat spelletjes te spelen. Rond 20:30 gaat het licht uit in het restaurant. Omdat het hier vroeg donker is, gaan wij ook vaak vroeger op bed. Maar nu moeten we dus wakker blijven. Om 21:30 vertrekken we. Fijn dat we het hebben voorgereden. 22:15 komen we weer aan bij het “kantoorâ€. Het is een drukte van jewelste met vrijwilligers. Ze lopen elke nacht shifts van twee uur om het strand te bewaken. We betalen 12 euro entree voor het park en mogen zelf met onze zaklamp naar het strand lopen. Het is behoorlijk donker. Op het strand zouden we de wachters moeten treffen, maar we zien niemand. We lopen nog 10 minuten naar links en besluiten terug te keren, omdat we helemaal niets en niemand zien op het donkere strand. De tweede keer loopt er een vrijwilliger met ons mee over een andere route. Het bleek nog veel verder naar links te zijn. Zo krijgen we wat nachtelijke kilometers in de benen. We worden overgedragen aan de 22-24 uur wacht van studenten en vrijwilligers. Ook lopen er twee militairen standaard rond. Dit alles om te voorkomen dat de geliefde eieren gestolen worden. Er gebeurt nog weinig, behalve dat er veel krabben rondlopen. Om 24 uur is de wisseling van de wacht. We besluiten nog maximaal een uur te blijven. We liggen op het strand onder een prachtige sterrenhemel en tollen een beetje om van de slaap. Om 0:30 worden we door een studente gewenkt met een knipperende zaklamp. Er zijn twee schildpadden gespot. Snel rennen we naar haar toe. Als de schildpad het strand opkruipt, mag ze niet gestoord worden, anders keert ze weer om de zee in. Lichten uit dus. De studente ziet scherp in het donker en vertelt dat er eentje helemaal naar boven geklommen is en een gat aan het graven is. De ander is teruggekeerd. Zodra de schildpad eieren gaat leggen, komt ze in een trance. Dan mag de zaklamp aan. We zien een 70 cm grote schildpad boven een ongeveer 50 cm diepe kuil. De studente graaft wat zand weg zodat we kunnen zien hoe de eieren eruit vallen. Ze leggen er 80-100 per keer. Ze pakt er ook eentje uit om ons te laten voelen.

We mogen ook het schild aanraken en dat licht fluorescerend op. Dat komt door de algen. Wat magisch om hier getuige van te zijn. We blijven kijken. Na afloop dekt de schildpad het gat helemaal toe. Dit is heel veel werk voor d’r en ze moet vaak even uitrusten om op adem te komen. Daarna kruipt ze terug naar zee. Ook dit gaat langzaam. Ze moet een paar keer stoppen om uit te rusten. We lopen langzaam met haar mee. Dit was een onvergetelijke ervaring. Ook helemaal niet toeristisch. Wij waren de enigen samen met de lokale bevolking. Dat maakte het extra bijzonder. In San Juan verder naar het zuiden, kun je deze excursie ook doen en kost het minimaal 40 dollar per persoon en zijn er meerdere tours tegelijkertijd. Om 1:30 uur (dit hele proces duurt dus wel een uur) lopen we weer terug. Luna heeft nu ook scherpe ogen en ziet in de verte een andere schildpad het strand opkruipen. Weer werk voor de vrijwilligers want zij maskeren het gat na afloop of verstoppen de eieren elders om het zo moeilijker te maken voor de stropers. Wij vinden het wel genoeg zo en een vrijwilliger brengt ons terug naar de auto. Om 2:30 liggen we met een grote glimlach in ons bed.

De volgende dag slapen we natuurlijk uit. Heerlijk dagje weer op het strand. Bodyboarden terwijl de pelikanen boven je hoofd vliegen bij de brekende golven op zoek naar vis. Kleine wandeling gemaakt over de rotsen naar een volgende baai met tidal pools. Een natuurlijk zwembad met water gevangen in de rotsen. Hier hebben we even gezwommen en tropische kleine visjes gezien. We moesten wel snel weer terug want de vloed kwam opzetten en dan wordt de route terug over de rotsen een stuk lastiger of gevaarlijker.

Lekker lunchen, lekker eten, in het zwembad, in de hangmat. Onze laatste dag in Popoyo is lekker chill. De volgende dag reizen we terug naar Managua om de auto in te leveren. We nemen eerst de kortere dirt road van 40 kilometer met flink wat ondiepe rivier crossings. Onze 4×4 hebben we erg goed gebruikt deze vakantie. We maken nog een tussenstop in Masaya bij de souvenir markt. We waren nog wat vergeten;-) Op het vliegveld leveren we de auto in bij Alamo. Een super professioneel en vriendelijk verhuur bedrijf. Sinds onze aanrijding in Swaziland kopen we het eigen risico af. Dus zowel de lekke band als de deuk achterop toen Andre te hard achteruit reed, wordt niet in rekening gebracht. We gaan naar de terminal voor de nationale vluchten die grenst aan de internationale terminal. Alles gaat hier meer houtje touwtje. We vliegen met La Costena naar Big Corn Island, een eiland in de Caribische zee waar we onze vakantie gaan eindigen. Het is een klein vliegtuig voor circa 35 personen. Je mag 15 kilo ruimbagage mee, dus we moeten nog wat herpakken omdat we normaal 2 tassen van 20 kilo hebben. We checken twee dagrugzakken dus ook in. De vlucht is een beetje onrustig. Met zo’n klein vliegtuig voelt het ook anders. Na een uurtje zijn we er. We dachten eigenlijk dat het eiland (6 vierkante kilometer) autovrij was, maar er blijken kleine Ford KIA taxi’s te rijden. Daar passen vier personen en bagage alleen in als je de achterklep openlaat. dus zo rijden alle taxi’s weg vanaf het vliegveld. We worden afgezet in Casa Canada. Een heerlijk hotel aan de kust met een infinity pool en mooie palmbomen. Geen zandstrand voor, maar een koraalrif. We hebben een mooie Cabana met een kingsize bed (altijd lekker), een bedbank voor de meiden en een warme douche. Na vier dagen koud douchen in Popoyo is dat toch wel weer fijn.De meiden duiken nog even het zwembad in.

’s Nachts word ik wakker van het onweer. Het gaat te keer en ik hoor de stortregens op ons dak. Het blijft de hele nacht door gaan. Sterker nog: pas tegen 12 uur in de ochtend wordt het iets droger. Wat een weer. Het is hier echt regenseizoen. Hier hadden we niet helemaal op gerekend. Opeens maak ik mij licht zorgen over onze terugvlucht. Die is in de ochtend met op dezelfde dag om 14:30 de vlucht naar Amsterdam. Wat als het dan zo’n slecht weer is en de vlucht misschien niet gaat? We lopen met onze (nog niet echt eerder gebruikte) goretex jassen aan naar het ontbijt. Ik vraag de obers, maar die stellen mij gerust. Ze vliegen heus wel. We doen spelletjes, lezen voor aan de meiden (het vijfde boek deze vakantie al en de tweede van Carry Slee) en er is WiFi in het restaurant. In de middag is het droger en huren we vier fietsen en gaan we naar de duikshop Dos Tuberones, 2,5 km verderop. Want natuurlijk zijn we hier gekomen om te duiken. Ik volg Dos Tuberones al een poosje op Facebook en de onderwaterwereld is hier prachtig. Tonya denkt goed mee hoe we het kunnen doen. Luna wil graag weer een ondiepe duik in zee en Dille een bubblemaker in het zwembad. Shawn een vrolijke Zuid-Afrikaan komt erbij en stelt voor de om de bubblemaker in de ondiepe zee bij de duikshop te doen. Dan kan Dille daarna ook mee naar de duik naar het koraalrif (kantduik/shoredive). Prima plan, als we maar niet te diep gaan. De volgende ochtend zijn we er om 7:30. We hebben Dille al wat YouTube filmpje laten zien over de duikuitrusting want het is voor haar de allereerste keer. Eerst moeten we allemaal in een wetsuit worden gehesen. Dat is altijd het zwaarste werk. Met volle bepakking lopen we de zee in. Shawn doet onder water drie oefeningen met de meiden. Ademautomaat uitdoen en weer in. Ademautomaat weggooien en weer indoen. En masker klaren. Luna is ervaren en doet meteen full mask clearing onder water (masker in je hand houden en onder water opzetten). Shawn is onder de indruk van de meiden. Samen met Kathy zijn assistent zwemmen we met zijn allen langzaam naar het rif. Wat bijzonder. Dit is onze allereerste familie duik! Shawn houdt Dille bij de fles vast. Ze kan haar eigen drijfvermogen nog niet goed regelen natuurlijk. Luna kan al vrij snel weer los. Dille gaat daarna met Andre en dan maakt Shawn nog een mooie familie foto van ons. Het wordt een duik van ongeveer 40 minuten met een maximale diepte van 5,8 meter. Koraal is mooi en we zien veel visjes en een spotted eagle ray. Dille komt helemaal enthousiast boven. We reserveren ook alvast onze duiken voor morgen. Dat worden bootduiken dus nog iets te moeilijk voor Dille en misschien te diep voor Luna.

In de middag huren we bij het hotel twee scooters. Het is nog steeds bewolkt maar gelukkig wel droog. Onze zonnebrandcreme gaat absoluut niet op hier. Die kan mee terug naar Nederland. We toeren het hele eiland rond. Ik heb nooit brommer gereden, alleen tijdens onze vakantie op Bali. Dus ik moet weer even wennen. Net zoals met de auto, nemen we met de brommer ook steile dirt & stone roads en rijden een stukje op het strand. De kust is hier prachtig. Corn Island voelt heel anders dan het vaste land van Nicaragua. Mensen spreken hier meer Engels (creools) en hebben een meer Caribisch uiterlijk. We zien veel kleine gekleurde huisjes met golfplaten op het dak. Wegen zijn modderig door alle regenbuien. Ook hier zijn paarden. Zonder zadel en met zwembroek op worden ze bereden. Er zijn kleine winkeltjes met een grappige voorraad van spullen. Ze zijn natuurlijk heel erg afhankelijk van wat er binnen komt. En verkeerstechnisch zijn er heel veel drempels… Sinds twee weken is er hier ook een ziekenhuis. Dat is ook erg fijn voor de lokale bevolking, want vroeger moesten zwangere vrouwen een maand van te voren naar het vaste land om daar te bevallen. Nu kan het gewoon hier. Ook voor de kreeftenduikers is het fijn, want er is een decompressie kamer. In het verleden gingen veel kreeftenduikers dood door gevaarlijk duiken. En voor de toeristen is het natuurlijk ook goed. Want ondanks het regenseizoen zijn er veel toeristen op de Corn Islands.

De volgende dag gaan we lunchen bij de duikshop. Ze hebben de lekkerste koffie van het eiland en donuts. Shawn vertelt dat de eerste bootduik om 13 uur wat dieper is, circa 10 meter. Dat is te diep voor Luna. Maar ze hebben nog niemand anders voor de boot van 15 uur. Hij zou dan met ons naar een ondiepe duiksite kunnen varen en dan zouden de meiden ook meekunnen. Dille en Luna roepen meteen JAAA. Andre en ik hebben eigenlijk nog wel zin in die 13 uur duik. Vroeger doken we altijd samen, maar na de geboorte van de meiden altijd apart, zodat er altijd een iemand bij de meiden blijft. Inmiddels zijn ze oud genoeg om even alleen te blijven. Zij gaan even zwemmen en snorkelen vanaf de kant en wij gaan mee op de boot. Wat bijzonder weer. Onze eerste duik weer samen als buddy’s sinds lange tijd. Het was een prachtige duik bij Long reef. We zien heel veel vissen, super grote kreeften en een nurse shark. Het koraal is ook erg mooi. We eten even wat banenenchips voordat we met zijn vieren weer de boot opgaan. We gaan naar the Drift. Volgens Shawn de mooiste duiksite en ondiep (7 meter). Luna gaat er met een backwards flip vanaf de boot in. Shawn doet bij Dille de duikuitrusting aan in het water. De zee is enorm kalm. Dat is echt superfijn voor deze eerste bootduik voor Dille. Langs de ankerlijn dalen we af naar 5 meter en beginnen dan aan een prachtige duik. Shawn heeft niets te veel gezegd. De koralen zijn adembenemend mooi. Zoveel vissen. En weer een nurse shark vlak onder ons. Ik fotografeer ‘m met onze gopro. Dan zwemt hij omhoog naar mij toe. Heel even moet ik aan het verhaal van Freek Vonk denken.

Maar dan is ie gelukkig alweer weg. Dille heeft de smaak te pakken en wil niet meer vastgehouden worden. Op een gegeven moment zwemt ze los naast Luna voor ons. Andre en ik kijken elkaar onder water aan en we denken hetzelfde. Wat is dit bijzonder mooi om zo samen als gezin te duiken. Laaiend enthousiast komen de meiden boven na 45 minuten boven. We praten na in het duikcafe en loggen onze dives. Shawn geeft de meiden een grote knuffel en complimenten. Mooie dag!

Onze laatste dag kunnen we niet meer duiken vanwege de vlucht de volgende ochtend. We besluiten een snorkelexcursie naar Little Corn Island te doen, het kleine broertje van Big Corn op 6 zeemijl. Dit eiland is nog kleiner en alleen begaanbaar te voet. Binnen een uur heb je het rondgewandeld. We gaan met de boot van Charles de volgende ochtend om 9:00 uur. Wijs geworden door ons enge avontuur op Bali vragen we eerst om zwemvesten. Die zijn er. Zodra we wegvaren krijgen we een hoosbui over ons heen. De zee is best wat wilder, dus we vliegen soms van de houten bankjes omhoog. Niet een ideale overtocht. Charles doet zijn best om ons te ontzien. In het enige dorpje van Little Corn komen we als verzopen katten aan. We wandelen even rond maar er komt nog een onweersbui aan. We hebben het echt koud. Even de zee in. Die blijkt lekker warm te zijn. Beter dan boven water. We lunchen bij de beach bar en gaan dan met de boot en een snorkel gids naar het rif. We gaan met de stroming mee snorkelen van diep naar ondiep. In het begin is wat saai en hard werken met de deining en golven, maar het wordt steeds mooier. Halverwege is een kleine zandvlakte waar zo’n vijf grote nurse sharks liggen. Imposant. Luna en ik zien ook nog twee grote spotted eagle rays voorbij zwemmen. Hoe ondieper hoe mooier de kleuren en vormen van de koralen en heel veel vissen. Echt prachtig. Ook is er een grote school blauwe vissen waar je heel dichtbij kan komen. De gids ziet echter al weer een onweersbui komen dus we moeten eruit en richting strand. Bij Yemaya beach en resort gaan we schuilen. Dit is een mega duur resort bij een heel idyllisch strand met palmbomen. De bui gaat weer snel over. Er liggen hier ook SUP’s. De meiden willen dit al de hele vakantie doen, dus een mooie kans om het hier te doen. Rond een uur of drie gaan we weer terug. Deze overtocht is rustiger en binnen 20 minuten zijn we terug bij de duikshop. De vakantie zit er nu echt bijna op. Wat een heerlijk land. Als ik het met Costa Rica vergelijk, vind ik Nicaragua echt mooier. Het is afwisselender. Veel natuur en actieve vulkanen, maar ook leuke stadjes en cultuur. En niet onbelangrijk: het is hier echt droger dan in Costa Rica, ook in het regenseizoen. We hebben hier echt enorm genoten!



Ondersteboven door de jungle

Reisverslag Nicaragua Posted on Fri, August 04, 2017 19:11:39

Nicaragua is echt het land van schommelstoelen en paarden. Volgens een lokale gids, koop je voor 100 dollar een paard. Deze eet alleen gras en water, dus lekker goedkoop. Een prima vervoermiddel. Als je meer geld hebt, koop je een motorfiets. En de nog rijkeren kunnen zich een auto veroorloven. Op Isla Ometepe zien we ook weer veel mannen, vrouwen en kinderen te paard langs de rand van de weg. Het is 23 juli en er is een feestweek ter ere van de beschermheilige Santa Ana. In de middag is er een paardenoptocht (hipico) in het grootste dorp Moyogalpa.

In de ochtend hebben we zelf al met zijn vieren langs het strand paard gereden. Dat was echt mooi. Harder dan draf wilden deze paarden niet. Maar nu staan we dus samen met de lokale bevolking te wachten in de brandende zon totdat de optocht langs komt. Officieel zou het 14 uur starten, maar dit is natuurlijk Nicaragua. Rond 16 uur horen we optocht er aan komen met kleine disco auto’s voorop en een Tona (lokaal biermerk) praalwagen met dansende schaars geklede vrouwen. Verschillende groepen van mooi aangeklede ruiters komen langs. Ze zijn met dressuur bezig en de paarden dansen echt langs. Heel knap. De zweetdruppels komen zowel van de ruiter als van het paard af. Na diverse professionele groepen, volgt de lokale bevolking met vaak een tona in de hand, die ze soms ook over het paard gieten. Dille, die thuis paard rijdt, is helemaal verontwaardigd over deze dierenmishandeling.

Isla Ometepe is een eiland in het meer van Nicaragua en bestaat uit twee vulkanen. Precies zoals een kind een vulkaan zou tekenen. Wij zitten op het deel met de vulkaan Concepcion van 1610 meter hoog. Luna en ik staan de volgende ochtend vroeg op. We gaan om 6:30 met een gids een wandeling maken door de jungle. Het is al warm en vochtig. Meteen in het begin horen en zien we al een groep papegaaien. Daarna horen we veel geritsel hoog boven ons. Het is een groep van de white spider monkeys aapjes. Ze slingeren snel door de bomen heen. Opeens horen we weer het kenmerkend blaffende gebrul. De brulapen. Ze gaan flink te keer, want er zit een andere groep in de buurt. Ze brullen om hun territorium af te bakenen. De jungle is dicht begroeid. We voelen de hete zon niet, maar het is erg klam. Douglas, onze gids wijst ons aan dat we sommige bladeren niet mogen aanraken, omdat deze huidirritatie veroorzaken. Opeens is er een open plek. Een 150 jaar oude ceiba boom is hier twee weken geleden gesneuveld door een storm. Waarschijnlijk van binnen aangevreten door termieten. Wat een licht geeft dat opeens. Onze gids vertelt verder nog over 3 meter grote slangen die hier leven en soms zijn kat aanvallen. En onderweg wijst hij ons nog een onder de steen weg gevluchte tarantula aan. We vinden het dus wel fijn dat we samen met een gids zijn.

De volgende dag gaan we met onze auto sightseen bij de andere vulkaan Maderas. Dit deel van het eiland is minder ontwikkeld en de wegen zijn erg slecht. Een leuke uitdaging voor onze 4×4 dus! Onze eerste toevallige stop is bij Merida. Hier blijkt een klein tweetalig schooltje te zijn opgericht. We krijgen een rondleiding langs de groepen 1-6 en de eigenaar vertelt trots over het project om samen met de bevolking het plastic afval op te ruimen. Voor elke 1,5 liter fles vol met plastic afval krijgt men 50 dollarcent. Van alle flessen bij elkaar maken ze bouwwerken en kunstobjecten. De kindjes zijn schattig om te zien. Het zijn kleine klassen en ze krijgen dus ook Engelse les. De klassen zien er vrolijk uit met leuke zelfgemaakte posters, knutselwerkjes en een grappige verjaardagskalender met kleurrijke cupcakes. We hebben een grote pot met 100 stiften mee. Dit is een prima plek om deze te doneren. Na afloop drinken we er een heerlijke verse passievrucht sap en gaan weer verder.

De weg wordt af en toe behoorlijk slecht. Het is een weg rondom dit deel van het eiland, dus we hopen dat het niet al te erg wordt en we de hele weg weer terug moeten. Op dit deel komen minder toeristen. Des te meer zien we koeien op de weg, die stoïcijns blijven doorlopen en ons er amper doorlaten. Ook ossenwagens zie je hier meer. Het is de plek waar Luna en Dille wat playmobil zakjes uitdelen en met de kinderen in elkaar zetten en wat kleurboekjes en kleurpotloden. De mensen en kinderen zijn heel open en uitnodigend.

In de middag hebben we op het toeristischer deel van het eiland een zipline tour geboekt. Volgens tripadvisor de leukste van Midden-Amerika. Eerst nemen we nog twee Argentijnse lifters mee in de achterbak. Deze zijn bezig met een wereldreis. De start van de zipline tour is ergens in de middel of nowhere bij een houten overkapping. Twee mannen zitten onderuitgezakt. Als we aan komen rijden, springen ze overeind. Het is laagseizoen en we zijn pas de tweede klant vandaag. 11 ziplines van 2 km lang, een mini Tarzan swing en twee keer abseilen staat er op het programma. Maar what goes down must go up. Dus eerst lopen we een half uur omhoog. Samen met drie honden. De ziplines zijn erg lang en hoog boven in de jungle. Heerlijk! De derde zipline vraagt de gids of Luna als superman wil. Dan ga je op je buik met je armen los en je benen leg je op degene achter je. Niet erg comfortabel maar wel gaaf. Dille en Andre doen het ook. Bij elke stop waar ze kunnen komen, staan de drie honden ons trouw op te wachten. Ze kennen het parcours als geen ander. Halverwege vraagt de gids of we het erg vinden als er twee anderen bijkomen. Geen probleem zeggen we. Dat blijkt een lokaal gezin van 9 personen te zijn, waar we een half uur eerst op moeten wachten. Dat maakt onze zipline tour meteen een stuk langer. Bij elke zipline wachten we op elkaar. Het zijn twee broers met hun gezin. Een vader heeft hoogtevrees en doet alle ziplines met de gids en met zijn ogen dicht. Erg grappig. We staan dus steeds met zijn 16en op een platform. Andre merkt op dat de veiligheidslijnen van het platform niet aan de bomen vastzitten maar aan het platform zelf. We hopen dus maar dat ze het houden. De een na laatste zipline is niet zo heel steil. Deze mag je op zijn kop doen. Dit doen we alle vier. Best eng en rare gewaarwording om ondersteboven door de jungle heen te tokkelen en (hardhandig) opgevangen te worden door de gids. De laatste zipline is prachtig. De zon gaat inmiddels onder en we hebben een prachtig uitzicht over de jungle en het meer. Bijzonder mooi.

Het nagenieten van onze mooie zipline tour duurt niet zo heel lang. Kort na het avondeten wordt Luna beroerd en braakt ze alles eruit. Ook onze darmen voelen onrustig. Alleen Dille heeft nergens last van, die heeft alleen maar blanke spaghetti gegeten. Het wordt een onrustige nacht. De volgende dag moeten we weer verhuizen naar ons volgende hotel en dus terug met de ferry. Niet fijn als je koortsig, beroerd en misselijk bent. In mijn hoofd is er nu even geen ruimte om nieuwe plannen voor leuke uitstapjes te maken. Eerst moet Luna beter worden. Op zulke momenten bekruipt ons soms het gevoel waarom we deze verre reizen maken. De zorg dat de kinderen ziek worden is toch latent aanwezig. We besluiten wel door te gaan, ondanks de wiebelige overtocht, omdat we het ook fijner vinden om weer op het vaste land te zijn met betere (medische) voorzieningen. De overtocht van ruim een uur is geen pretje. Daarna nog een autorit van ruim 2 uur voordat we in ons nieuwe hotel aan het strand in Popoyo zijn. Nica Vida is echt prachtig gelegen! Popoyo is een surfdorp. De golven zijn hier perfect. Het hotel is netjes onderhouden met een mooi zwembad, restaurant en veel hangmatten en ligstoelen op een (eigen) zandstrand. De kamer is netjes, maar wel wat krap. Luna en Andre hebben daar nu geen oog voor. Die duiken meteen hun bed in. Ik informeer al vast bij de eigenaar waar een goede arts is voor het geval dat. Dat blijkt op 20 minuten rijden te zijn. We eten allemaal wat simpele rijst met groente op de kamer en duiken vroeg ons bed in. De volgende ochtend zijn de “patiënten†ietsje opgeknapt. We besluiten het nog even aan te kijken tot 12:00 uur. Gelukkig is het braken eindelijk gestopt bij Luna en houdt ze weer wat binnen. Dille en ik zijn in het dorp bodyboards gaan huren en gaan samen de zee in. Heerlijk warm en heerlijke golven. Luna en Andre zijn ’s avonds wel weer flink opgeknapt en samen genieten we van de mooiste zonsondergang die ik in lange tijd gezien heb.

De volgende dag staat in het teken van zee zee zee. Luna krijgt surfles van Taylor de surf dude die nu even tijdelijk het hotel runt, omdat de manager met vakantie is. Al na een paar keer staat Luna al weer op het board. Elke keer steekt Taylor zijn armen enthousiast in de lucht als het lukt. Hij gaat wat dieper en laat Luna op hogere golven beginnen. Dat is kicken, maar wel lastig. Luna krijgt flink wat slokken zeewater binnen, maar is erg blij dat ze weer fit is en dat het surfen zo goed ging. Terwijl Luna even aan het uitrusten is en de foto’s aan het bekijken is, gaat Dille op de rug bij Andre bodyboarden en ik op mijn eigen board. De golven zijn echt perfect. Als je de goede golf uitkiest, wordt je met hoge snelheid zo’n 150 meter meegenomen naar het stand. Als het echt goed gaat, eindig je echt op het droge. We kunnen er geen genoeg van krijgen en genieten enorm.



Peddelen in de vulkaan

Reisverslag Nicaragua Posted on Tue, July 25, 2017 06:50:45

Granada is een kleurrijk stadje. Mensen mogen zelf weten welke kleur ze hun huis schilderen. Elk jaar schilderen ze het weer over. Na een lekker ontbijt in de patio met de grote schommel en het schaakspel, besluiten we het stadje met de mountainbike te gaan verkennen. Zonder plan fietsen we kris kras door het centrum heen. We komen terecht op een marktje waar we met de fiets aan de hand doorheen proberen te lopen. Dat is al een avontuur op zich. We zien de verschillende kerken en het centrale plein. Het verkeer is best druk. Voorrangsregels zijn op zich helder. Als er een stopbord staat, moet je stoppen, maar er lijken geen voorrangswegen te zijn. Elke straat opnieuw moet je dus weer goed uitkijken. Voor de lunch gaan we naar Kathy’s waffle house met heerlijke zoete Belgische wafels met chocola. Dat is smullen.

In de middag gaan de meiden een workshop pinata maken doen. In een werkplaats waar geestelijk gehandicapten honderden pinata’s maken voor de verkoop, mogen Luna en Dille er samen met een begeleider ook eentje maken. Dat is best leuk werk met alle kleuren crêpe papier. Luna wil wat creatiever zijn en niet de geijkte patroontjes doen. De jongen die haar begeleidt, raakt daardoor een beetje in de war, maar dat komt gelukkig goed. Wel controleert hij nauwkeurig of Luna niet een wit plekje overlaat. Dille haar begeleider helpt goed met het lijmen. Het is goedkope lijm, gemaakt van meel. Kleine pinata’s worden verkocht voor circa 2 euro. Grotere pinata’s kunnen wel tot 5 euro kosten. Pas als ze klaar zijn, worden ze van de bovenkant gevuld met snoepjes. In Midden-Amerika is het gebruikelijk dat kinderen tot hun tiende verjaardag een pinata krijgen om vervolgens met een blinddoek om stuk te slaan. De mensen waren verbaasd te horen dat wij deze traditie niet hadden in Nederland. We laten de pinata’s achter en zeggen iedereen gedag. We hebben nog een heerlijke full body massage op het programma staan bij PURE. Minder qua entourage dan in Azië, maar toch erg lekker.

De volgende dag is 19 juli, een nationale feestdag, de 38e verjaardag van de revolutie. In de hoofdstad Managua zijn de festiviteiten. Vanuit het hele land gaan er overvolle en luid toeterende bussen naar toe. Echt overvol, want de mensen zitten op het dak. De president zal gaan speechen en er zou hoog bezoek vanuit Cuba en Venezuela zijn. Musea maar ook de vulkaan Masaya (echt waar!) zijn gesloten vandaag. We besluiten te gaan sightseen naar de Pueblo’s Blancos (de witte dorpjes). Deze dorpjes heten zo omdat de huizen vroeger gemaakt waren van wit puimsteen van de vulkaan. Inmiddels zijn de huizen gewoon geverfd en zijn we geen een wit huis tegen gekomen. We bezoeken het wel erg toeristische mirador (uitzichtpunt) van Catarina met een mooi uitzicht over Laguna Apoyo. Veel verkopers en veel muziek hier. We gaan snel weer weg. De verschillende dorpjes kennen allemaal hun eigen specialiteit. Het ene dorpje is gespecialiseerd in houten meubels maken, het andere in planten en een ander weer in weven. Best bijzonder. We kopen nog geen souvenirs, dat gaan we later doen in de grootste markt van het land in Masaya. ’S Avonds eten we een heerlijke pizza en pasta in Mona Lisa. De obers zijn bijzonder vriendelijk en eentje helpt ons zelf met Yahtzee. Hij heeft voor Dille een grote straat gegooid. De volgende dag bezoeken we eerst nog het klooster met daarin 5 musea. Het meest indrukwekkend is die met voorwerpen uit de pre-columbian tijd (voor en na Christus). Mooie ceramiek en stenen beelden. We checken uit dit bijzondere hotel in Granada en hebben een kort reisdagje van 22 kilometer naar ons volgende hotel bij Laguna Apoyo. We zitten hier in San Simian, een ecolodge met maar 5 cabanas in de “jungleâ€. Echt weer in de natuur dus. Dat merken we meteen tijdens de lunch daar. Ik dacht honden te horen, maar het waren brulapen heel dichtbij. Luna en ik gingen op zoek en konden te apen tot circa 30 meter naderen. Echt heel imposant.

Laguna Apoyo is een kratermeer. Het is 200 meter diep. Het water is zeer helder en lekker warm (25 graden). Dit komt omdat het van onder gevoed worden door zogenaamde fumaroles vanuit de slapende vulkaan. Helaas geen zandstrand maar met (pijnlijke) vulkaanrotsen, dus voorzichtig het water in. De eigenaar van onze lodge heeft 50 meter vanaf het strand een vlonder vastgelegd. Het is heerlijk om verfrissend om daar naar toe te zwemmen en daar vanaf te duiken. Al snel gaat het regenen en onweren dus het water uit. Onze kleine cabana heeft een buiten badkamer en douche. En dus staan we in de regenbui heerlijk warm af te douchen. En dat tussen gele duizendpoten en andere kleine insecten. ’S Avonds lukt het Andre om een 8 cm grote sprinkhaan die vlak bij de hoogslaper zat van de meiden uit de cabana te werken. Dat slaapt toch iets rustiger. De volgende ochtend beginnen we weer met heerlijk zwemmen en ook kayakken. De Lodge heeft kayaks en tubes beschikbaar. We kayakken een stuk het meer op en blijven daar lekker dobberen midden in het kratermeer. Echt super relaxed.

Na de lunch vertrekken we naar Masaya om daar naar een grote souvenir markt te gaan. We hebben twee uur de tijd om inkopen te doen voor familie en vrienden. En we scoren een super mooi tweepersoons fijn geweven hangmat in diverse kleuren blauw en turquoise. Erg blij mee. Om vier uur vertrekken we weer want we willen op tijd bij de ingang staan voor Volcan Masaya. Dit is weer een van de zes actieve vulkanen in Nicaragua. En deze is zo actief dat je vaak magma kunt zien vanaf de kraterrand. Het is een bijzonder toeristisch gebeuren, want je kunt -serieus- met je auto naar de kraterrand toe rijden. We gaan de night tour doen omdat je dan de magma beter zou kunnen zien. Er staat vaak een hele file voor de ingang, maar wij zijn op tijd vertrokken want ze zijn de eersten. Na ruim 1,5 uur wachten, mogen we als eerste het park in. We “racen†naar boven, want het gaat in groepen van 70 personen en die groepen mogen 15 minuten boven zijn. Dus hoe eerder we boven zijn, hoe meer tijd we hebben. Zenuwachtig komen we aan. Zal de magma zichtbaar zijn of niet? Je kunt ook pech hebben door regen of door alle gassen uit de vulkaan. Maar we hebben geluk.in de diepte zien we het magma. Het is zo mooi en bijzonder om te zien. We blijven zo lang mogelijk staan en genieten totdat de parkwachters steeds bozer op hun fluitje blazen dat we weer weg moeten.

De volgende dag moeten we deze idyllische plek alweer verlaten, maar niet na weer een heerlijke duik vanaf de vlonder in het meer. Onze volgende bestemming is Isla Ometepe. Een groot eiland dat uit twee vulkanen bestaat gelegen in een binnenlands meer (Lago Nicaragua). De twee conische vulkanen, de een actief, de ander slapend, zijn imposant te zien van veraf. Ontdekkingsreizigers in de middeleeuwen waren ook onder de indruk van het aanzicht. We rijden naar San Jorge om de Ferry te nemen. Deze hadden we gereserveerd voor 14:30. Helaas is dit natuurlijk Nicaragua. Ons plekje is al aan een ander gegeven. Er blijkt een feestweek op het eiland te zijn ter ere van de beschermheilige Santa Ana. Vandaar de drukte. We stappen over naar een andere maatschappij Che Guevara. Deze heeft een Ferry voor 14 auto’s. Om 16:00 uur kunnen we mee. Andre moet de auto strak tegen de zijkant aan parkeren. De overtocht is ongeveer een uur. We komen aan in Moyogalpa, het grootste dorp met 10.000 inwoners. Onze lokale mobiel met de waze app is leeg. Ik gebruik de kaart en stuur Andre via de noordkant. Een foute keuze achteraf, want dit was de dirt road van 20 km naar ons hotel, andersom was asfalt geweest. Afijn, net voor het donker komen we aan in Villa Paraiso. Een mooi groot hotel aan het strand met ruime cabanas. We hebben de familie cabana met twee slaapkamers. En gelukkig weer airco, dat is toch wel fijn in deze hitte. Rondom ons hotel wemelt het van de mooie blauwe vogels, de white throated magpie jay (ekstergaai). De brulapen brullen weer. We zitten weer midden in de natuur. Genoeg te doen hier!



Lavagruis in ons haar

Reisverslag Nicaragua Posted on Thu, July 20, 2017 05:58:21

Zeg je Leon, zeg je vulkaansurfen op de Cerro Negro, de jongste vulkaan van Nicaragua. Thuis had ik al YouTube filmpjes gezien. Dat ging super hard en eindigde soms in een harde val op de zwarte lavastenen. Maar aangekomen in Leon, boek ik toch maar de vulkaan surftour voor 8:00 uur ’s ochtends de volgende ochtend. Henry is onze vrolijke gids. In een jeep met twee andere Nederlanders, gaan we op weg. De weg wordt al snel een dirt road en al hobbelend rijden we omhoog. In de verte zien we twee vulkanen opdoemen. In Nicaragua zijn de meeste actieve vulkanen ter wereld. Ze liggen in een mooie rechte lijn veroorzaakt door subductie van de Cocos plaat onder de Caribische plaat. Deze subductie zorgt voor grote vulkanische activiteit. Als afgestudeerd geoloog voor mij natuurlijk het walhalla. Ik vertel de meiden enthousiast over plaattektoniek en vulkanen. We betalen entree voor dit nationaal park en krijgen een rood rugzakje met een overall, handschoenen en een bril. Er is een drager die voor een paar dollar onze sleeën naar boven draagt. Alleen Andre draagt hem zelf. Cerro Negro is pas in 1850 ontstaan. Het is de jongste vulkaan van Nicaragua. Er zijn totaal 23 vulkanen, waarvan 6 actieve en 4 in de omgeving van Leon. Wetenschappers over de hele wereld komen hier naar toe om de vulkanen bestuderen. Het is ongeveer 500 meter omhoog lopen naar de 730 m hoge Cerro Negro. Het is 35 graden, maar gelukkig staat er een windje. Over de zwarte lavastenen vinden we onze weg naar de bovenkant van de krater. Hier leggen we onze spullen even neer en lopen een stukje naar beneden de krater in. Stoom komt door de gele (sulfaat), rode (ijzer) en witte (magnesium) stenen naar boven. De stenen voelen super heet aan. Henry vertelt dat als je een klein gat graaft, je er een eitje op kunt koken. Indrukwekkend! Vervolgens gaan we ons klaar maken. We trekken de rode overall aan, die voor de meiden echt veel te groot is. Ze lijken wel een Michelin mannetje. Bril op, handschoenen aan en rugzak op de buik. Henry geeft instructie: balans houden en remmen doe je met je voeten. Als je naar achterleunt, ga je harder omdat de slee dan loskomt. Als je dus langzamer wilt gaan, moet je naar voren leunen. Vervolgens moeten we even op onze beurt wachten, want er zijn maar een paar sporen naar beneden. De andere Nederlanders gaan eerst. Henry gaat iets naar beneden om een filmpje te maken. Daarna is Luna als eerste aan de beurt. Voorzichtig vindt ze haar balans en gaat dan steeds harder. Binnen een minuutje ofzo is ze beneden en krijgt Dille het teken dat ze mag. Ook zij komt veilig beneden. Daarna Andre met de gopro camera. Hij start stoer met zijn voeten op de slee, maar dat is lastig voor de balans, dus haalt hij ze er weer af. Als laatste mag ik. Het gaat best lekker. Halverwege de berg zit een klein knikje, daar verandert het lavazand meer in lavagruis en kleine lavastenen (1-3 cm groot). Ik voel een bombardement van steentjes tegen mij aan komen en ben erg blij met de bril. Remmen gaat steeds slechter, dus ik laat ‘m maar lopen en houd ‘m recht. Ik schijn met een behoorlijke stofwolk de berg afgesleed te zijn. Beneden wordt het vlakker en kom ik tot stilstand. Dit was erg stoer en leuk! Wat een ervaring. Dit hadden we niet willen missen. Een uur omhoog lopen en dan in een minuutje naar beneden over een lavahelling van 45 graden steil. Ondanks de overall is er toch wat lavagruis naar binnen gekomen en zitten er heel veel kleine lavasteentjes in ons haar, behalve bij Andre;-)

Terug in ons heerlijke hotel Flor de Sarta douchen we ons af en duiken we het zwembad in dat voor onze kamer ligt. Het is echt een super hotel. Een oase vlakbij het centrum van Leon. Een mooie groene patio met een zwarte loslopende kip, Coq au Vin genaamd en een Beagle hond, Bruno genaamd. Het hotel is van een Franse eigenaar. De familiekamer is ruim en de kingsize bedden slapen echt heerlijk. Het ontbijt is erg lekker en het personeel super vriendelijk en behulpzaam. ’s Middags gaan we het stadje verkennen en lunchen we heerlijk bij Paz de Luna. Op het centrale plein is het een gezellige drukte. De meiden gaan nog even trampoline springen. We beklimmen de kathedraal (basilica de asuncion), de grootste van Midden-Amerika. Bovenop is er een prachtig uitzicht en lopen we langs alle witte kleine torentjes.

De volgende dag gaan we met de auto op weg naar de ruïnes van Leon Viejo (een soort Pompei) . Leon is gesticht op een andere plek nabij de actieve vulkaan Momotombo. Het stadje heeft daar 86 jaar gelegen tot het in 1610 onder de as bedolven werd. Er waren niet veel gewonden omdat het stadje door economisch verval al wat verlaten was. We krijgen een rondleiding van een vrouw die vertelt over alle gruwelijkheden door de Spaanse overheersers in die tijd. De lokale Indiaanse bevolking moest tegen honden vechten en werd door centrale straat heen gesleept om vermoord te worden op het centrale plein. Niet erg opbeurend dus. Ook vloog de kleurrijke nationale vogel van Nicaragua er rond. We kijken nog bij het meertje met uitzicht op de vulkaan. Bijzonder om te beseffen dat deze het stadje verwoest heeft. Door met de auto naar de actieve Telica vulkaan. Hier pikken we onze gids Augusto op, die bij ons in de auto stapt. We gaan 1,5 uur omhoog rijden naar de schouder van deze vulkaan. Het is eigenlijk geen weg, eerder een breed wandelpad van zand en stenen. De Suzuki heeft het zwaar te verduren. Augusto vertelt dat wij de tweede zijn in vijf jaar tijd die hier met hun eigen auto omhoog willen rijden. Hij vindt het nog al bijzonder. Rond een uur of vier zetten we de auto bij een kleine boerderij neer. Deze familie woont hier al 200 jaar en wil hier niet weg ondanks de dreiging van een vulkaanuitbarsting. Vanaf hier is het zo’n 450 meter omhoog lopen naar de 1061 meter hoge vulkaan Telica. Halverwege hebben we een betoverend uitzicht op de krater. Grote rookpluimen komen omhoog uit de krater. De magma zal waarschijnlijk moeilijk te zien zijn. We lopen verder langs de kraterrand om de zonsondergang te zien. Onderweg zien we koeien van de boerderij. Die vinden het lekker om het ijzer van de vulkanische stenen af te likken. Dat is een soort snoepje voor hun. Overal zijn diepe canyon -achtige lavagangen. We dalen er in eentje af en zien honderden vleermuizen. De wind staat helaas verkeerd waardoor er flink wat zwaveldampen onze kant opkomen. Nadat we alle vier aan het hoesten zijn geslagen, besluiten we terug te keren. We kijken nog een keer in de krater naar beneden en dalen – net voor het donker wordt- af naar de boerderij. Daar krijgen we een lokale maaltijd voorgeschoteld met rijst en bonen. In het pikkedonker stappen we weer in de auto. Stapvoets rijden we terug. Op een gegeven moment horen we een raar tikkend geluid rechtsachter. Op een wat vlakker deel stappen we uit om te kijken… oh, nee, het is een lekke band…. Andre en Augusto gaan aan het werk. Helaas is de bodem hier best zacht en krikt de krik niet echt de auto op maar zakt ie weg in de ondergrond. Tot ons geluk komt er nog een auto achterop. Er stappen twee mannen uit en een vrouw. Ze willen graag helpen. Ze halen een stuk hout uit de auto om onder de krik te leggen en een groot hakmes om het wiel vrij te krijgen. De man zegt: “ ik ben een boer, laat mij maar evenâ€. De meiden en ik schijnen bij met onze mobiele telefoon en een half uur later zit het thuiskomertje erom. Wat een avontuur. We danken onze vriendelijke helpers en rijden rustig verder.

De volgende ochtend na dit avontuur in het donker slapen we lekker uit. De band blijkt echt kapot te zijn. Er zit een spijker in en een grote scheur. Met het verhuurbedrijf spreken we af de band in Managua om te wisselen. In de middag rijden we naar Penitas aan de kust. Hier zien we veel lokale families in het water liggen, gewoon met hun kleding aan. Zwemkleding is niet gebruikelijk in Nicaragua. Hier is het nationaal park Isla de Juan Veneda, een 22 km lang mangrove bos. We gaan een boottochtje maken. Miguelito (kleine Michel) wordt onze kapitein en gids. Miguelito is een reus van een vent en een al spierbundel. Hij blijkt nog twee jaar getrouwd geweest te zijn met een Nederlandse. Hij heeft echt haviksogen want als we op volle snelheid door de mangrove varen, spot hij groene leguanen tussen de groene bladeren, die wij geen eens zien als we stoppen en Miguelito ze ons aanwijst. We zien honderden of duizenden krabben op de waterrand. We zien rode, gele en zwarte mangrove en mooie vogels. De mangrove wordt twee maal per jaar opengekapt omdat hij snel dichtgroeit. Dan maken ze de rivier ook schoon. We eindigen op een meer open plek met tientallen vogels, o.a. De boat-billed heron. Er zijn ook veel pluizige baby vogels, echt heel schattig. Terug heeft Miguelito de vaart erin. Hij kent de bochten van de mangrove en manoeuvreert er vakkundig doorheen.

Helaas onze laatste ochtend in dit heerlijke hotel. We nemen afscheid van iedereen en rijden rustig aan naar Managua naar Alamo, het verhuurbedrijf. Men dacht daar optimistisch dat de band nog te plakken was, maar dat was kansloos. Ze bleken geen zelfde type band meer te hebben, dus stelden ze voor dat wij met een pick-up naar Granada zou rijden. Dan zouden ze de volgende dag onze auto nabrengen met twee nieuwe achterbanden. Nu was er net een wolkbreuk boven Managua dus ik vroeg hoe dat met onze bagage moest. Ze hadden geen zeiltje voor de pick-up dus is een jongen met een andere auto achter ons aan gereden naar Managua. Wat een service. Of niet, we weten nog niet of we een rekening ervoor krijgen. Dat merken we wel aan het einde. Dille roept de hele vakantie al dat ze graag achter in een pick-up wil zitten. Dit is de kans. Aangekomen in Granada gaan we dus na het inchecken nog een rondje maken. Meiden achterin staand in de laadbak. Wat een plezier. Iets wat in Nederland niet mag, maar hier heel normaal is. Iedereen zit hier los in de laadbak. We toeren een half uurtje rond en nemen nog twee lokale vrouwen mee die klaar waren met hun werk. Terug naar ons hotel Con Corazon. Een bijzonder hotel, begonnen door Nederlanders. Alle opbrengsten uit het hotel en het restaurant wordt gestoken in de educatie van kinderen in de omgeving. Op deze manier bieden ze kinderen een kans op ontwikkeling en een beter leven. Ook dit hotel heeft weer een groene patio met avocado bomen (mmmmmm…), bananenplanten en een zwembad. En er zijn hier ook leuke excursies te doen. Op naar nieuwe avonturen!



Brulapen in de nacht

Reisverslag Nicaragua Posted on Sun, July 16, 2017 20:13:44

5:15 geeft de wekker aan. We zitten nog niet helemaal in het Nicaraguaanse ritme. Selva Negra zijn we: midden in het tropisch regenwoud. Dichtbij horen we oorverdovend gebrul. Het zijn de brulapen die hier in het woud leven. Ze zijn nu wel heel dichtbij. Het is onze tweede nacht in Nicaragua. De reis was best vermoeiend met een lange overstap van 5 uur in Panama-city. Aangekomen in Managua en de laatste 24 uur amper geslapen, moesten we ons nog door een vaag formulier heen worstelen, een lichaamstemperatuur controle en zowaar een check van onze bagage, terwijl we al in het land waren. Tot overmaat van ramp, stond er geen taxi chauffeur klaar met een bordje “familie Zimnik†erop. We probeerden ons gereserveerde hotel te bellen, maar de verbinding werd verbroken en daarna niet meer opgenomen. We namen een taxi vanaf het vliegveld die ons om elf uur ’s avonds lokale tijd naar een donkere en stille wijk bracht. De deur van ons hotel Xolotlan bleek gesloten. Toen werd ik toch een beetje zenuwachtig….. Na lang bellen, deed er een oudere vrouw open die ons zeer hartelijk welkom heette. Moe ploften we 10 minuten later in ons bed…. De volgende ochtend bleek Luisa (60+) de vrouw des huizes een echte schat. Ze deed er alles aan om het ons naar de zin te maken. Ondanks dat het ontbijt van rijst met bonen een kleine tegenvaller was voor de meiden 😉 Ze gaf veel tips voor het land en vereeuwigde ons voor haar facebookpagina in vier schommelstoelen.

Om 10:00 uur kwam onze huurauto: een stoere witte 4×4 Suzuki vitara. De vakantie ging nu echt beginnen! Het was 2,5 uur rijden naar ons volgende hotel in de bergen: Selva Negra. Onderweg zijn we nog gestopt voor een benzinestation lunch (doen we in NL nooit..) en een korte wandeling op zoek naar Petroglyphen in een rivierbedding bij Chaguitillo. Ons hotel Selva Negra bleek in een groot park te liggen. Het was weekend en duidelijk dat de Nicaraguaanse bevolking de verkoeling had opgezocht in de bergen. Het was een drukte van jewelste. Na 10 minuten barstte er een tropische regenbui los. Welkom in het regenseizoen. Onze cabana lag midden in het woud, het dak volbegroeid met planten en binnen was het vochtig en klam. ’S Avonds speelden we spelletjes in het restaurant en gingen vroeg slapen. Te vroeg dus want om 5:15 waren we dus al wakker. Klokslag 7:00 uur dus aan het ontbijt en om 8:00 uur al klaar voor een wandeling door het tropisch regenwoud. Er is nog weinig tropisch regenwoud in Nicaragua, dit is een van de laatste plekken. Met een schematische plattegrond stippel ik een wandeling van ongeveer 1,5 uur uit (denk ik..). Het weggetje is smal, glad en blubberig. Af en toe liggen er omgevallen bomen op het pad en gaat het steil omhoog. Alles is zo groen, wel 50 tinten groen. We horen opeens lawaai en brekende takken. Er passeert een kudde zwijnen voor ons het pad. Na een uur klimmen, klauteren en zweten kijk ik nog eens goed op de plattegrond. Die 1,5 uur bleek maar een deel van de wandeling te zijn. We zijn nu bezig met een route van ongeveer 4 uur en 450 m hoogteverschil…oef. Dat is best zwaar in vochtige hitte. Er zijn niet echt plekken om stil te staan, te zitten of uit te rusten, dus dapper buffelen we door. We horen heel veel vogelgeluiden om ons heen, maar zien niets. De jungle is hier zo dichtbegroeid. Ook horen we de brulapen in de verte. Na ruim 2,5 uur komen we weer in de buurt van de lodge. Tot onze verbazing horen we de brulapen nu heel dichtbij en blijken ze op 150 meter afstand van onze cabana in de bomen te zitten. We zien meerdere brulapen en ook een baby’tje op de rug. Machtig mooi.

Behalve een park en beschermd tropisch regenwoud, is dit ook een koffieplantage in 1880 gesticht door Duitse immigranten. In de middag hebben we dus een koffie tour geboekt. Helaas is de oogsttijd van november- februari, maar we krijgen toch een goed idee van het hele proces. De koffiebonen zijn nu nog groen, pas als ze rood zijn, zijn ze rijp. De koffieplukkers verdienen zo’n 7-12 dollar per dag. In de fabriek worden de slechte bonen er eerst uitgehaald, daarna worden ze gewassen, gedroogd, nog langer gedroogd en gebrand. Hier wordt het type Arabische koffie verbouwd. De smaak en kwaliteit hangt af van de bodem, klimaat en andere factoren. Belangrijk is of het baja sol is (100 % koffieplantage in de volle zon = lagere kwaliteit, maar hogere opbrengst) of baja sombre (koffieplantage gemengd met andere planten, zoals bananenbomen die gedeeltelijk schaduw geven = minder opbrengst, maar hogere kwaliteit). Na afloop zien we nog een filmpje van het hele proces en mogen we de koffie proeven. Ook Luna en Dille doen vrolijk mee, maar trekken wel vieze gezichten. Deze plantage exporteert veel van de bonen naar de VS. De volgende dag zijn we 5:30 wakker, het gaat langzaam aan beter. Deze dag staat er paardrijden op het programma. We rijden op Baio, Morro, Prego en Palimero. Het is een rit van een uur dwars door de plantage en de heuvels samen met de gids. De paarden gaan vaak in draf. De paadjes zijn soms steil en stenig. We rijden naar een uitzichtpunt over de stad Matagalpa beneden. Een prachtige tocht. Op de terugweg ruiken de paarden duidelijk hun stal en gaan ze alle vier in galop. Wat een ervaring!

In de middag rijden we naar Matagalpa, op zoek naar een supermarkt. We willen wat chips, ice tea en Nutella kopen. Vooral Nutella zoeken is voor ons een sport. Tot nu toe is het – behalve in Cuba – in alle verre landen gelukt om Nutella te vinden (in Vietnam weliswaar aan het einde van de vakantie), maar nu dus al op dag 3. We kopen meteen twee potten en wat “pan integral†erbij. We gaan sightseeing doen in het landelijke gebied rondom San Ramon. Het voordeel van een eigen auto. Het is lunchtijd dus bij een mooi uitzicht stoppen we om wat brood te smeren. Al snel komt er een klein jongetje aanlopen. Hij gaat nieuwsgierig bij onze auto staan en komt naast mij in de achterbak zitten. Hij heet Juan Carlos en is 6 jaar oud. Hij is niet verlegen en vertelt trots over school en in welke klas hij zit. Hij smult van de de appel die we hem geven. We zien hem ook kijken naar onze broodjes met Nutella. Dus als de appel op is, geven we hem een broodje Nutella. Halverwege zijn broodje glimlacht hij van oor tot oor en zegt “esta ricoâ€. Dat betekent dat hij het erg lekker vindt, wat leuk om te zien. We rijden door en komen aan bij een natuurcentrum met vlindertuin, kikkertuin en orchideeën tuin. De laatste bloeien niet, dus dat is wat saai. Maar in de kikkertuin maakt de gids een roodoogboomkikker voor ons wakker (ze slapen overdag). Wat een prachtige beesten zijn dit toch om te fotograferen! Ook de vlindertuin is mooi. Na afloop geven we 200 cordoba’s (ongeveer 6 euro), maar de gids geeft er 100 terug. We hadden hem verkeerd verstaan, het was maar 25 per persoon. Fijn dat de mensen in Nicaragua niet zo op je geld uit zijn. Echt beter dan in Azië. We zoeken nog verder naar een dorpje waar je met lokale kunstenaars “knutselwerkjes†kan maken, maar door wat misverstanden lukt dit helaas niet. Dus op de terugweg dan maar. Bij CLARO (de Vodafone van Nicaragua) kopen we een lokaal sim kaartje met 3G en 3 gigabyte om te internetten voor 15 euro. Facebook en what’sapp is gratis en kun je onbeperkt gebruiken. Dat is nog eens een goede aanbieding. Voor een duurder “abonnement†krijg je er ook onbeperkt instagram, pinterest en waze bij. We eten pizza bij La vita e bella en rijden in het donker terug naar onze cabana. Het is hier namelijk al om 18:15 donker. Tijd voor een warme douche om op te warmen. Behalve dat onze cabana klam is, is hij ook insectenrijk. Er klinkt een gil uit de douche. Gisteren zat er een kikker, vandaag springt er een grote krekel richting de meiden. We zitten echt midden in de natuur 😉

Onze laatste dag in de bergen is een regenachtige. Eerst kopen we in de supermarkt dus maar twee paraplu’s. Daarna gaan we op weg naar Dalia, verder in de bergen. We willen graag naar de Cascada de Luna (watervallen van Luna). Het is leuk als je een “Spaanse†naam hebt, dan kom je in Latijns Amerika altijd wel iets tegen met de naam Luna. We hadden gelezen dat je hier kunt tokkelen boven de waterval. Het filmpje op Youtube zag er veelbelovend (en ook wat spannend) uit. Het is even zoeken, want slecht aangegeven, maar na 1,5 uur zijn we er. De waterval is 60 meter hoog en de zip-line gaat voorlangs naar de overkant. Dille en ik durven nog niet zo goed, dus papa en Luna gaan het eerst proberen. Drie ziplines van 300 meter per stuk heen weer over de rivier en dan terug omhoog lopen. Het kost maar 4,50 euro per persoon. Na een half uurtje zijn ze terug. Doorweekt, want er barstte weer een bui los. Het was superleuk en niet zo eng. Dus besluiten Dille en ik het ook te doen. Gelukkig breekt dan de zon even door. Met zijn vieren en Dille samen met de gids zweven we voor de waterval (met regenboog) langs. Wat is dit bijzonder mooi! De laatste zipline is vochtig en ik kan moeilijk remmen en wordt met een stopper gestopt op het eind. Dille aan de overkant vroeg zich af of ik tegen de boom aangeknald was, maar dat was niet zo 😉 Super leuke en stoere ervaring. We rijden naar Dalia en shoppen daar wat in de regen, zoeken het enige barretje van dit bergdorpje op en drinken wat en eten chips. De man vraagt waar we vandaan komen. We blijken zijn 21e nationaliteit te zijn. Dit houdt hij bij op een lijstje. Hij vertelt dat hier heel weinig toeristen komen. Iedereen gaat naar Leon en Granada. Dat is toch echt het leuke van een eigen auto. Je kunt op alle afgelegen plekken komen en ontmoet leuke mensen die niet zo vaak toeristen zien. Terug in Matagalpa eten we in restaurant Lunaflor (vernoemd naar de twee dochters van de eigenaar), een super lekker restaurant met quesadillas en gaan we terug naar Selva Negra voor ons vierde en laatste nachtje hier. Voor vertrek naar Leon de volgende ochtend maken we nog een kleine jungle wandeling om de Quetzal te spotten. Die zou hier moeten zitten, maar hoe vind je hem? We hebben ook een klein Quetzal trauma omdat het ons in Costa Rica (ook) niet gelukt is om ‘m te vinden. De koffiegids heeft het Quetzal geluid eerder laten horen dus dat proberen we te volgen. We gaan zelfs het pad af. Ik zie een vogel en heb er een zwarte onscherpe foto van. Of het een echte Quetzal was, zullen we niet weten…. In Matagalpa maken we nog een korte stop bij Castillo del Cacao. Een kleine chocolade fabriek twaalf jaar geleden gestart door een Nederland echtpaar. Superleuk rondleiding met een proeverij na afloop. En natuurlijk kopen we een paar repen voor onderweg naar Leon, onze volgende stop. We zijn wel toe aan meer warmte en minder vochtigheid.



Stefpacking achterna

Reisverslag Nicaragua Posted on Sun, July 02, 2017 22:46:47

Nog 6 nachtjes dan gaat het avontuur weer beginnen. Op weg naar Nicaragua, een bestemming die we eigenlijk gekozen hebben vanwege het kinderprogramma Stefpacking op televisie. Hierin reist Stef Biemans (getrouwd met een vrouw uit Nicaragua) met een verhuiswagen door Amerika om aan Amerikanen spullen te vragen voor kinderen in Nicaragua. Beelden in Amerika worden afgewisseld met beelden in Nicaragua als hij de spullen uitdeelt. Prachtige televisie! Daar is toen een klein vlammetje aangewakkerd voor Nicaragua. En nu is het bijna zover.

Deze keer hebben we de route en de hotelletjes redelijk vroeg vastgelegd. We hebben dus – voor ons belangrijk – mooie familiekamers kunnen boeken voor ons vieren. Het is een leuke combinatie van natuur, cultuur en strand geworden. Het boarden of sleeën door de as vanaf een vulkaan naar beneden klinkt nu al erg avontuurlijk. En vijf dagen eindigen op een tropisch eilandje is ook niet verkeerd 😉 Andre gaat weer zelf rijden en heeft een stoere 4×4 uitgekozen. De voorleesboeken en familiespelletjes zijn ingepakt. We zijn er dus klaar voor. De route is als volgt:

Managua

Matagalpa

Leon

Granada

Laguna Apoyo

Isla Ometepe

Popoyo

Corn Islands

De drukke junimaand met voorstellingen en sportwedstrijden en de laatste loodjes op school zit er weer op. Nu aftellen en… vamos a Nicaragua!