Blog Image

Blogaroundtheworld

Japanese Garden en zonnebrandcreme

Reisverslag Thailand Posted on Sat, August 11, 2018 10:45:51

’S Ochtends vroeg trek ik de gordijnen open van onze bungalow “the Touch Green†in Phuket, Naiyang Beach. De lucht is strakblauw. Ik kijk nog eens goed. Echt strakblauw. We zijn nu al ruim 2,5 week in Thailand, maar niet eerder hebben we zo’n strakblauwe lucht gezien. Welkom strand. Dat belooft wat voor het laatste deel van onze vakantie bij de stranden van Phuket en Koh Tao. Eindelijk kunnen we onze Nivea zonnebrand factor 50 weer gebruiken. The Touch Green is een mooi hotel gelegen in het groen, wat verder van het strand af. We hebben een ruime bungalow met twee slaapkamers, twee badkamers, twee buitendouches en een eigen zwembadje. Handig gelegen vlakbij het vliegveld, waar we gisteren na een lange reisdag vanuit Mae Ai in het donker aankwamen. Met Grab a Taxi waren we snel in ons hotel. In de ontbijtzaal staat een twinkelend muziekje op de repeat. Na 7 keer worden we iets nerveus en haalt Andre ‘m van de repeat af. We verhuizen deze dag meteen door naar Naiyang Park resort. Een prachtig resort gelegen in Sirinat nationaal park en pal aan het strand. We hebben ook hier een mooie en schone bungalow met twee zachte queensize bedden. Een groot en helblauw zwembad met bedjes ernaast. Een gezellig restaurant met pool tafel. Leuk plekje!

Op naar het strand dan maar. We zien kite vliegers bezig en dat lijkt Luna wel wat. Bij een kite school boeken we een beginnersles van twee uur. Ergens anders regel ik twee bodyboards met dolfijnen erop, zodat Dille en ik ondertussen in de golven kunnen spelen. Bodyboarden is echt wachten op die ene goede golf. Maar als je dan meegenomen wordt naar het strand… heerlijk. Ondertussen heeft Luna haar kite uitrusting zelf opgebouwd en oefent ze veel met de kite en de wind. Ze mag nog niet de zee op. Ook houdt de instructeur haar aan haar gordel vast voor als ze door de wind opgetild wordt. Het worden twee heerlijke ontspannende dagen van zwemmen, boarden, lekker eten en poolen in het restaurant.

De volgende stop is Koh Tao, een klein eilandje van 10 vierkante kilometer in de Golf van Thailand. In de Lonely Planet aangeprezen als “The Diving Capitalâ€. Vanuit Nederland hebben we al een reservering gemaakt bij Impian Divers, een Nederlandse duikschool. De bedoeling is dat de meiden hun (junior) Open Water gaan halen. We vliegen naar het bekende Koh Samui en pakken daar een Ferry van Seatran naar Koh Tao. In de schemering komen we aan. De pier van Mae Haad staat vol schreeuwende mannetjes met bordjes van hotels of taxi nummers. Al snel leren we dat de standaard begroeting op dit eiland niet “hello sir†of “goodmorning madam†is maar “Taxi hello†of als je eruit ziet dat je met een boot wilt “Boat helloâ€. En als je langs een massagesalon loopt of hinkt of pijnlijke schouders lijkt te hebben, klinkt vaak “massage helloâ€. Maar verder is het een super chill groen jungle eiland met maar enkele wegen, veel brommertjes, pick-ups als taxi, gezellige restaurants met schommels en zitzakken, opvallend veel Tatoo shops, maar vooral ontzettend veel duikscholen. Ze ploppen overal op als paddestoelen. In de Lonely Planet lees ik dat op Koh Tao de meeste duikcertificaten van de hele wereld worden uitgegeven! Werkelijk overal zie je duikscholen. Brommertjes met zijspan vervoeren de duikflessen. Welkom op Het Duikeiland. We slapen in Coral View apartment. Zo’n 5 minuten lopen van de pier door een smal straatje met veel winkeltjes, restaurants, touroperators en natuurlijk duikscholen. Het ligt pal aan het strand. Het is een smal appartement met een zacht twee persoonsbed en twee extra en helaas harde bedden en een kleine badkamer. Onze slechtste prijs-kwaliteits verhouding tot nu toe in Thailand. Maar een prachtig uitzicht op de baai vooral als je naar links kijkt. We eten heerlijk in Café del Sol en zoeken al even de duikschool op waar de meiden zich zaterdag ochtend 8:30 moeten melden.

De volgende drie dagen kennen een ijzeren ritme. 7:15 de wekker. Ontbijten voor onze kamer op het strand met muesli en yoghurt en brood met Nutella. 8:30 melden bij de duikschool. De meiden beginnen elke dag met theorieles tot 11:00 uur. Andre en ik zitten relaxed in de koffietent met de toepasselijke naam Cappucini wat te lezen en te drinken. Dan hebben we een uurtje de tijd om te lunchen, vaak een panini. Om 12:00 uur weer melden bij de duikschool, want dan gaan we de zee op. De uitrusting (wetsuit, vinnen, trimvest en ademapparaat) is dan al uitgezocht en zit in een grote tas met een nummer erop dat je moet onthouden. Dan lopen we gezamenlijk naar de pier en komt het extra onderdeel “obstacle run boat climbingâ€. Afhankelijk van als hoeveelste de boot van Impian Divers is aangelegd, moeten we met de tassen dwars over 2 tot 4 boten heen klimmen. Zoals Andre vrolijk opmerkte. Op zijn werk zijn zulke klauterpartijen al 20 jaar verboden vanuit veiligheidsoogpunt. Maar hier is nog nooit iemand tussen de boten ingevallen, verzekeren de instructeurs ons. In de boot blijven alle duikspullen beneden en zitten alle duikers boven op het dek. We varen naar de duiklocatie Japanese Garden die geschikt is voor beginners. Wout is de instructeur van onze meiden. Wij gaan met Maurice mee een fundive doen. Zwemmen van Red Rock (een pinnacle met diepte tot circa 18-20 meter) naar Japanese Garden. Het is weer even wennen. Het zicht valt wat tegen. Maximaal 10 meter, maar het middenstuk van de duik is erg mooi. Veel harde koralen, veel (kleine) vissen die erg brutaal gewoon vlak voor je masker langs zwemmen, de blue spotted rog en ook een grote (en soms gevaarlijke) triggerfish. Na 45 minuten komen we bij de boot aan en springen onze meiden net het water in. Wij rusten wat uit voor onze volgende duik bij Twin Peaks. De meiden doen deze eerste dag de eerste “skills†in open water op een diepte van 2-3 meter. Onze tweede duik is wat ondieper rond de 14 meter, met een kleine slim through en weer vele mooie kleine vissen en koralen. Ook nog een zeeslang. Moe en zout komen we rond 17:30 weer terug bij de pier. Duik loggen in de duikschool en stempel erin. De meiden komen verontwaardigd met een dik boek aanzetten. Ze hebben huiswerk. Drie hoofdstukken lezen en opgaven maken. En dat terwijl ze vakantie hebben. Dat is niet de bedoeling. Na wat gemor, zijn ze tot 20:00 uur bezig met het huiswerk en kunnen we daarna gaan eten. Naast ons appartement bij de Monkey Bar. En daarna slapen.

Dag 2 lijkt erg veel op dag 1. Behalve dat we de fun dives met een ander duikstel erbij doen, waarbij de jongen zijn loodgordel vergeet om te doen terwijl de boot ons er al bij Red Rock uit heeft gegooid. Ehhh. Buddy check vergeten? Ik leen hem 2 kilo van mij. Daarna kan de instructeur de pinncale niet meer vinden en doen we een alternatieve route. Maar voor de rest hetzelfde schema. Met weer nieuw huiswerk voor de meiden. Ik besef dat we nog niet veel meer van dit eiland gezien hebben dan de straat tussen ons appartement en de duikschool. Deze keer eten we bij Lollipop. Een hippe tent op het strand met vier plateaus gebouwd in een boom op het strand, waar je heerlijk kunt wegzakken in vier grote gele zitzakken. Op het strand zijn vier JBL boxen van een halve meter hoog neergezet en de muziek is relaxed. Heerlijk. We hebben spelletjes mee, geen telefoons. Maar de kaarten waaien weg door de heerlijke verfrissende zeebries. Zelfs de menukaart waait weg. Heerlijk hier. Opeens valt rond 21:30 de muziek uit en het licht. Een stroomstoring op het eiland. Die wel even blijkt te duren. Zonder zaklamp van onze telefoon vinden we toch de weg goed terug.

Dag 3 is de laatste dag. In de ochtend krijgen de meiden nog extra uitleg over de duiktabellen en decompressietijden. Best lastige sommen. Daarna hun theorie examen. 66 vragen. Trots komen ze om 11:00 uur naar buiten. Luna had er 66 goed en Dille 63. Wauw! Nu nog het praktijk examen. Twee duiken tot max 10-12 meter waarbij je de (moeilijke) skills zoals masker afzetten, stukje zwemmen en masker weer opzetten op minimaal 6 meter diepte moet doen. Best spannend voor Dille. We zijn weer bij Japanese Garden en gaan deze keer mee met de duiken van de meiden. Ik zie ze onder water op 7,5 meter diepte de oefeningen doen en ben super trots op ze. Na alle verplichte oefeningen, kunnen we nog rustig duiken met zijn vieren. Prachtig! Dille heeft een lichtere 7,5 L fles, dus haar lucht is als eerste op en dan gaan we met zijn allen naar boven. In de duikschool het verlossende woord van Wout. Ze zijn geslaagd. Hoera! Ze hebben nu een prachtig logboek met al vier duiken erin en het duikpasje wordt naar ons thuisadres opgestuurd.

Nu zijn we even klaar met duiken. Andre en ik hebben er door deze zes duiken op Koh Tao inmiddels al 72 en 69 in onze log boeken staan. De onderwaterwereld blijft toch bijzonder mooi. Het is nog steeds prachtig zonnig weer en dat lijkt nog een dag zo te blijven, dus boeken we de volgende dag een privé snorkeltoer met een longtail boot om ook de andere kant van het eiland te zien. Pun heet onze ervaren kapitein , die ons zeer rustig naar de locaties vaart. Veiligheid staat bij hem voorop. Dat zien we graag. Alle duikstekken (Mango Bay, Lighthouse en Hun Wong) zijn prachtig. Met witte strandjes, grote kiezels en boulders en een groene jungle die doorloopt tot aan het strand. Echt goed zicht aan deze kant van het eiland. Turquoise water en heel veel vissen. Vooral mooie bannerfish en butterfly fish. Luna ziet zelfs nog een kleine rif haai. Voor de laatste twee nachten verhuizen we nog naar Dusit Buncha resort met iets meer luxe. Een bungalow met eigen terras met seaview. Prachtige infinity pool met uitzicht op de zee en een restaurant aan het water. Enige nadeel is de steile klim naar onze bungalow omhoog. Plus de onverwachte gast in onze hotelkamer… een schorpioen. Een kleintje. Maar als je op Thaise schorpioen googlet, zijn de kleintjes het meest vervelend (en giftig). Andre wil ‘m zelf weghalen, maar ik stel voor de receptie te bellen. Wel heeft Andre er alvast een glas over heen gezet. De man van het hotel haalt ‘m weg en vraagt ons doodleuk. “Is this the only one?â€

De laatste dag op het eiland huren we nadat de tropische regenbui gepasseerd is een brommertje. Nou ja brommertje. Het zijn eigenlijk 125 cc motoren. Als ik erop stap, zie ik dat de maximale snelheid 160 km/uur is. Oeps. Natuurlijk rijden we heel langzaam en voorzichtig en met helm op. Koh Tao is een heuvelachtig jungle eiland met steile wegen. Gelukkig doen de remmen van onze brommer eh motor het goed. Eerste stop is bij het Hammock café met prachtig gekleurde handgemaakte hangmatten. We willen er graag nog eentje hebben voor onder onze pergola. We rijden daarna door naar Sain Daeng Beach met uitzicht op Shark Island. Een super steil betonplaten weg naar beneden met prachtig uitzicht op zee. Een heerlijke plek om te lunchen, een grote leguaan te spotten en nog even te snorkelen. Als ik er induik, zie ik meteen 50 cm onder mij een zwarte octopus griezelig heen en weer bewegen. Dat is mij even iets te dichtbij. Snel verder zwemmen. Onze volgende stop is een massage salon voor een voet en rug/nek massage. Het is weer heerlijk ontspannend. In Thailand zijn echt zoveel massage salons. Voor slechts 7,50-10,00 euro krijg je een heerlijke massage van een uur. Het valt mij op dat veel Aaziaten tijdens de voetmassages druk bezig zijn met hun mobiele telefoon. Voor ons is het zo bijzonder en ontspannend dat wij vaak met ogen dicht aan het genieten zijn. Een heerlijke ijsje op Sairee beach gaat er ook goed in. Het gaat al schemeren dus we gaan terug naar ons hotel. Na het avondeten is er wat rumoer bij de lobby. Er blijkt een groene slang van 1 meter lang op het pad te liggen. Ook deze wordt door dapper hotel personeel weggejaagd onder het mom van “no poison snake on Koh Taoâ€.

De volgende ochtend trekken we de gordijnen een beetje gespannen open. Hoe zal de zee zijn. Gelukkig kalm. Bij te grote golven vaart de Ferry namelijk niet en bestond de kans dat we onze vlucht zouden missen. Deze keer zitten we op de Catamaran Ferry die ons snel maar wel volledig verwaaid en half doof van de klapperende wind in onze oren naar Koh Samui brengt. Via het schattige vliegveld (soort Batavia stad) terug naar Bangkok voor een laatste nachtje Thailand. We hebben nu hotel Sukosol geboekt. Erg sjiek, maar met 70% korting via agoda. Grote plus is dat het hotel direct aan de Skytrain van het vliegveld ligt en ook dichtbij het centrum (halte Phaya Thai). We zijn er dus zo en kijken onze ogen uit. Wat een luxe en service. We willen graag nog een beetje Thailand proeven. Dille gaat met Andre nieuwe gel nagels laten maken in een shopping mall en ik ga met Luna alvast naar Wat Suthat. Het schemert al. We rijden met een tuktuk. Zoals Luna zegt “pas in een tuktuk ervaar je de stad echt met zijn geluiden, hitte en geurâ€. De tempel is prachtig verlicht en het avondgebed van 19:00 uur is begonnen. Met zijn viertjes gaan we daarna verder gepropt in 1 tuktuk naar Khao San, de bekende backpackers straat van Bangkok. Wel enorm veranderd sinds 15 jaar geleden. Super toeristisch en druk met aaneengeschakeld restaurants, mooie gekleurde lampionnen en veel marktkraampjes. We eten in een straat verder op bij Mango, een veganistisch en vegetarisch restaurant. Het eten is echt heerlijk en de vitaminen spatten uit de verse smoothie. Een laatste tuktuk rit terug naar ons hotel en dan zit onze vakantie in Thailand er toch echt bijna op. Veelzijdig Thailand. Strand, jungle, bergen, ruïnes, steden en cultuur. Zo veel kleuren groen. De mensen zo vriendelijk. Het geloof zo aanwezig in de vele tempels en huisaltaren. We hebben weer genoten!



1862 bochten

Reisverslag Thailand Posted on Sun, August 05, 2018 05:18:56

Op elke markt in Noord-Thailand zijn ze te koop. Kleurige T-shirts met daarop de schreeuwende tekst “I did the 1862 curves of the Mae Hong Son loop. In Nederland hadden we er al mooie verhalen over gelezen. Rijden door bergachtig gebied langs de grens met Myanmar. Dat leek ons wel wat. We hebben vijf verschillende hotels en guesthouses langs de route geboekt. We doen de ronde met de klok mee en eindigen in Chiang Rai. Vanuit Chiang Mai rijden we eerst een stuk naar het zuiden en nemen dan de weg langs het Doi Inthanon national park. De moesson is helaas flink begonnen in Thailand. Het leuke is dat de watervallen denderend met een ACDC lawaai door de jungle naar beneden storten. Het nadeel is dat wij in een drie uur durende moesson regenbui terecht gekomen zijn. Alleen de eerste twee watervallen hebben we nog kunnen bekijken. Onderweg zouden er allemaal “scenisch viewpoints†moeten zijn, door ons al snel omgedoopt in “zie-niks viewpoints†vanwege de mist en regen. Op het hoogste punt (bijna 2500 m) hebben we bibberend van de kou in onze korte broek en T-shirt de twin pagoda’s bekeken (15 graden met regen en wind).

Na vijf uur rijden, komen we aan in Khun Yuam. We hebben hier een guesthouse geboekt voor 25 euro inclusief ontbijt. Het blijkt echt een super leuk huisje met veel ramen op palen te zijn met een eigen terras en uitzicht over de bergen. En inmiddels droog geworden. Echt prachtig. De eigenaar is super aardig en behulpzaam en klaagt over de weinige toeristen dit jaar. ’S Avonds eten we ‘vegetable fried rice met cashewnuts’. Rondom ons heen lopen 25 (jonge) poesjes. De vrouw van de eigenaar is dol op poezen. De man zelf heeft ze inmiddels laten steriliseren, want zoals hij zegt “there are too many and it is not good for the businessâ€. De tocht gaat door, nu wel langs echte viewpoints en leuke kleine koffiehuisjes. We komen aan in Mae Hong Son, een dorpje van 7000 inwoners omringd door bergen. Lang geografisch, cultureel en politiek afgezonderd geweest van Thailand. Oorspronkelijk gesticht als een trainingscentrum voor olifanten (tbv de houtindustrie). Er zijn hier veel Birmese invloeden zichtbaar, oa in de tempels. We slapen hier in Fern Resort (een aanrader volgens de Lonely Planet). Het grenst aan het Mae Surin Nationaal Park. Prachtige bungalows in een groene setting. Zelfs Brad Pitt en Angela Jolie hebben hier een keer geslapen getuige de trotse foto’s van de receptioniste op de incheckbalie. Er zijn ook bungalows tussen de rijstvelden, maar aangezien ze nog niet ingeplant zijn, is dat nu minder mooi. We besluiten naar de Mud Spa te gaan. Er zijn hier namelijk geothermische heetwaterbronnen en geneeskrachtige modder. De Mud Spa zit bij de Cottage Club. De naam klinkt sjiek, maar het blijkt een redelijk gedateerde (en overprijsde) plek te zijn. Maar wel grappig. We nemen alle vier de volledige modderpakking, scrub en heetwaterbad. Vier potige Thaise dames gebaren ons naar een kleedhokje. Ze geven ons een wegwerp onderbroek met gaatjes en omslagdoek. Een voor een gaan de dames ons insmeren. Halverwege klinkt een hard “Turn†als teken dat we ons om moeten draaien. We komen lacherig naar buiten. We zien er niet uit. No pictures in deze blog 😉 Na het drogen van de modderpakking worden we afgespoeld en gescrubd. Heerlijk voor als je jeukende muggenbulten hebt. Hierna mogen we in de heetwaterbron dobberen. Heerlijk! We eindigen met een body lotion. Helemaal opgefrist en met zachte huid.

De volgende morgen bezoeken we de prachtige Wat Phra That Doi Kong Mu. Deze staat boven op de berg met een prachtig uitzicht op Mae Hong Son. Twee witte tempels. Weinig tot geen toeristen. Een serene rust. Op de hoek worden de monniken kaal geschoren door elkaar. We kopen wat kaarsen en wierook (3 voud) en steken die voor aan. Er hangen oranje kleden om wensen op te schrijven. Vlakbij de rand staan drie grote klokken, waar je met een houten paal tegen aan kunt slaan. Ook weer driemaal. De mystieke gong galmt lang na het dal in. Echt een van de mooiste tempels die we gezien en ervaren hebben in Thailand. De volgende stop is bij het “Long-Neck Karen villageâ€. Het dorp met vrouwen die kettingen om hun nek draaien. Helaas in de categorie overschatte attractie en erg toeristisch met 25 euro entrée en vervolgens een soort markt. Andre leest een wetenschappelijk artikel dat de nek niet verlengd is, maar de hoek met je schouder naar beneden gaat. Dille is inmiddels steeds zieker geworden, dus we houden ons bezoek kort.

Onze volgende stop is de zogenaamde Friendship Bridge. Een brug van bamboe aangelegd over de rijstvelden heen zodat de monniken van de ene kant naar de andere kant van de vallei konden komen. Echt super mooi en rustig. Terwijl Dille uitrust, lopen wij met een houten parasol over de brug en over de groene rijstvelden. Onderweg zien we mensen aan het werk en kleine tempels. En een beeld van een monnik met een smartphone. Echt humor.

Daarna gaat route weer verder met heel veel haarspeldbochten (niet fijn als je ziek bent) naar Pai. Dit is echt een hip backpackersdorp. Ons via booking.com geboekte familiekamer in E-outfitting Pai resort bleek al weggegeven te zijn en toen zijn we naar Shambave resort gegaan met een Nederlandse eigenaar. Luna duikt lekker het zwembad in. Er is hier een gezellige evening markt/walking street. Dille koopt squishies, Luna een avocado masker en ik eet hier mijn lekkerste Sweet&Sour tot dan toe in een gezellige kleine bistro. De volgende dag gaan we naar Pai Canyon. Een soort van klein broertje van de Bryce Canyon. Het is gelukkig droog, maar je merkt wel dat het zand best verzadigd is met water. Je moet niet naast het pad stappen. We lopen en klauteren een kleine route naar beneden (en weer omhoog) over smalle en steile paadjes. Echt bijzonder mooi. Net zoals bij de Friendship bridge geldt hier weer. De mooiste ervaringen zijn gewoon gratis. Helemaal bezweet van de inspanning door de hitte, besluiten we bij de toeristische Strawberry Farm bij te komen met een heerlijke koude aardbeien shake. Perfect!

Via de memorial bridge uit de Tweede Wereldoorlog, rijden we door naar Chiang Dao onze volgende bestemming. Een mooi dorpje in de bergen. We verblijven hier weer in een aanrader van de Lonely Planet. Nest 2 in het natuurpark vlak naast de beroemde grot. Een heerlijk resort met erg ruime en fijne bungalows in een groene omgeving. Je kunt hier perfect Thai eten (nest 2) of Europees (nest 1). Beetje jammer dat zowel Luna en ik per ongeluk aan onze neus wrijven terwijl we net een rode peper van ons bord hadden verwijderd. Je raadt het al. Onze neusgaten staan in brand. Dat duurt best even voordat het weg is…..We blijven hier gelukkig twee nachten. Het elke dag weer doortrekken, wordt op een gegeven moment wel vervelend. Dille is aan de beterende hand, maar moet nog even aansterken. Dus Luna en ik gaan samen op pad. Ik mag ook in onze huurauto rijden, dus samen met google maps gaan wij op zoek naar de Sticky waterfalls 45 minuten rijden. We vinden ze snel. Entree is maar 2,50 euro. De sticky waterfalls hebben een soort ruwe afzetting waardoor je erop naar boven kunt klauteren. Het is echt supergaaf. Er zijn alleen maar drie Amerikaanse meisjes. We klimmen en klauteren naar beneden en naar boven, gaan in de waterval zitten en staan. Het is echt heerlijk. Na 1,5 uur gaan we door naar de Public Hot Springs. Samen met een grote Thaise groep komen we daar aan. Het is de verjaardag van de Koning en een boeddhistische vrije dag. De Thai gaan met kleding en al de Hot Spring in. Luna en ik doen een stranddoek om. Het water is heerlijk heet. Wederom herboren rijden we terug naar Chiang Dao. Dille is al wat beter en we gaan met zijn vieren nog de grottempel bezoeken. Wat Tham Chiang Dao. En ook al had ik mij in Nederland nog zo voorgenomen niet in een Thaise grot in te gaan na het avontuur van de Thaise voetbal jongens. Even later lopen wij toch met een gids en een petroleum gaslamp een route van 750 meter door de grot. Inclusief een paar nauwe openingen waar je door heen moest kruipen. Niet helemaal mijn ding, maar vooruit. Heel veel toeristen schijnen het wel te doen. Onderweg zien we allerlei stalagmiet formaties, waar de lokale bevolking allemaal dieren in zien. “Elephant sir, rhino sir, hippo sirâ€, zingt onze Thaise gids, die verder geen Engels kent en op mijn vraag hoe ver we nog moeten heel schaapachtig lacht. 20 minuten later en net na sluitingstijd komen we weer naar buiten. Het schemert al. Toch best bijzonder.

De volgende dag reizen we door naar Mae Ai/Thaton echt vlakbij de grens met Myanmar. We slapen hier Saranya River house resort. De naam zegt het al, mooi aan de Kok rivier gelegen die doorloopt naar Chiang Rai. We doen hier voor het eerst een massage op onze kamer. Vier Thaise dames komen onze kamer binnen. Andre krijgt de echte Thaise massage, maar na een paar pijnlijke kreten van mijn kant, besluit mijn masseuse over te gaan tot de zachtere olie massage. De meiden worden sowieso al rustiger met olie gemasseerd. Heerlijk ontspannend. We eten in een gezellig restaurant aan het water. We hebben een etui mee met allemaal (mini) spelletjes: koehandel, twix, kaarten, kangoeroe, yahtzee, kolonisten. Elke avond bij het eten spelen we tijdens het wachten een spelletje. Erg gezellig! De volgende dag rijden we off the beaten track naar Mae Salong. Dit is een meer Chinees achtig dorpje in de bergen tussen de thee plantages. Onderweg vinden we toevallig zelf nog een stomend en naar zwavel ruikend geothermisch bron. Iets hoger dan de rivier vallei liggen de maisvelden. Bovenin komt de thee. Hier zijn ook kleine dorpjes met hill tribes, vaak afkomstig uit Myanmar. Om half twee moeten we onze auto inleveren op het vliegveld van Chiang Rai. Op een gegeven moment wijst Google Maps ons de kortste route aan. Dit blijkt zowat loodrecht naar beneden te zijn. We hangen serieus in onze gordel en rijden over betonnen platen (en zonder tegenliggers) de kortste weg terug naar de hoofdweg. Bij AVIS (7 man personeel op 4 m2, niet volgens ARBO normen) leveren we onze auto in en gaat ons avontuur verder richting het zuiden: Phuket en Koh Tao.



Monniken en massage

Reisverslag Thailand Posted on Sat, July 28, 2018 15:53:43

Half brak van te weinig slaap, bestuderen we de openbaar vervoer kaart van Bangkok. Waar moeten we nu precies overstappen op de metro? Lag ons hotel nu ten zuiden of noorden van het park? We pakken onze gegevens erbij en met een beetje Thaise hulp hebben we het gevonden. Vriendelijk Thais personeel staat bij de uitgangen van de metrostellen en begeleiden de in- en uitgaande stromen. Zoiets zie ik niet bij de nieuwe Noord-Zuidlijn in Amsterdam gebeuren. Het OV kost hier geen drol. Voor slechts 100 baht (2,50 euro) komen we met de trein en metro met zijn vieren naar ons hotel. De laatste 15 minuten moeten we nog door de hitte heen sjokken met onze bagage. Het nadeel van een nachtvlucht is dat je vaak nog niet kunt inchecken. Dan eerst maar even lunchen. Siri Sathorn zitten we in een wijk buiten het centrum. Mooi en modern hotel met (en dit blijkt belangrijk te zijn voor de rest van onze reis) heerlijke zachte bedden. Bijgekomen van de jetlag door een duik in het frisse zwembad te nemen, besluiten we een tuk tuk naar het centrum te nemen. Dat geeft natuurlijk weer veel tuktuk plezier. De meiden blijven dol op deze leuke kleurige en open tuk tuks. We gaan naar Wat Pho. Een “Wat†is een boeddhistische tempel in Thailand. Voor Andre en mij de tweede keer, want voor de kinderen er waren, zijn we samen al door Thailand en Laos gereisd. De tempel is weer indrukwekkend. We vallen met onze neus in de boter, want het is 18 uur en het avondgebed van de monniken begint net. Echt super sereen en mooi om te horen. Ik word er altijd rustig en stil van.

De volgende dag gaan we onze auto ophalen. Een stoere (en hoge) Isuzu 4×4. We kopen bij de MAKRO een goedkope Moto smartphone met Thais sim card en voor 2,30 euro een maand lang onbeperkt internet. Een stuk goedkoper dan navigatie huren bij de AVIS. Google maps brengt ons perfect naar Kanchanaburi en Tubtim Siam Riverkwai resort. We krijgen een appelgroene en zeer ruime villa pal aan de rivier. Ernaast hangt een schommel in een hoge boom. Iets verderop hangen boven de rivier netten van trampoline materiaal om lekker te chillen. Wat een prachtige plek! Op booking.com stonden alleen maar recensies van Thaise mensen. De Europeanen moeten dit leuke hotel nog ontdekken.

Kanchanaburi is natuurlijk bekend vanwege de Tweede Wereldoorlog en de “Bridge on the rivier Kwaiâ€. Indrukwekkend om hier te zijn. We lopen over de dodenspoorlijn heen en bezoeken het Dead Railway museum om over de geschiedenis te leren. Een zeer educatief museum, waar we ook verhalen lezen van Nederlanders van vroeger.

Daarna is het tijd voor traditiegetrouwe nail art voor de meiden. Deze keer worden het mooie gel nagels. ‘S Avonds eten we heerlijk in ons hotel. En dat voor maar 10 euro totaal voor ons vieren. Dat blijft toch wel leuk aan Azië. De volgende dag gaan we verder met de geschiedenis. We rijden naar de Hellfire pas. Hier autorijden valt erg mee. Van al onze Aziatische bestemmingen, rijden de Thai het voorzichtigst en langzaamst. Behalve die ene rare vrachtwagen dan die inhaalde en bijna te lang op onze weghelft bleef hangen. Dat ziet er dan wel een beetje eng uit. Bij Hellfire pas zijn in de laatste periode van de bouw van de dodenspoorlijn heel veel doden gevallen vanwege de zware omstandigheden tijdens de moesson, de vele ziektes en het feit dat de Japanners de bouw wilden versnellen en men nog harder moest werken. Tijdens de wandeling naar de kloof, kregen we een Nederlandse audio tour met verhalen van overlevenden die de rotsen daar met simpel materiaal moesten uithakken. Echt verhalen om heel stil van te worden. We eindigden de dag met een overschatte attractie. Sai Yok National Park met een entree van 1000 baht (25 euro) stelde niet veel voor met een paar kleine watervallen. Wel grappig was dat Luna in de rivier viel tijdens steentje springen en toen maar vrolijk door bleef banjeren door de rivier.

Daarna een lage reisdag van 5 uur naar Sokhothai. De wegen zijn hier trouwens wel erg goed. Goed asfalt en weinig potholes. We sliepen bij Smiling Face Guesthouse pal naast de entrée van het Historical Park met alle ruïnes. Een leuk backpackers hostel met supervriendeijke eigenares. Bij de buren stonden tientallen plastic stoeltjes buiten en twee boxen van 2 meter hoog. Enorme harde muziek maakte het inchecken bijna onmogelijk. Wat bleek. De buurman was 100 dagen geleden overleden en dat wordt nu “gevierdâ€. Met keiharde muziek dus. En tot onze schrik begon het feest weer klokslag om 5.00 uur ‘s ochtends. Een kort nachtje dus. We hadden bij Sukhothai Bicycling tours de volgende dag een halve dag tour geboekt. Toen de moessonregen een beetje gestopt was, gingen we samen met Miaow en een paar stevige mountainbikes op pad. Super leuk en interessant. Miaow sprak heel goed Engels en legde zoveel uit. Ze sprak langzaam zodat de meiden ook (bijna) alles konden verstaan. We reden 22 kilometer lang langs dorpjes, oude waterkanalen en door rijstvelden. Het was echt fantastisch. We zijn bij een coöperatie van meubelmakers op bezoek geweest. Een manier om inkomen voor een dorp te genereren en te voorkomen dat mensen wegtrekken naar de stad. In de rijstvelden gepicknickt met heerlijke pindarotsjes die de tante van Miaow speciaal had gemaakt. Ook hebben we een klein familie bedrijf bezocht die whiskey maakt van rijst en werkt zonder afval. Alles wordt hergebruikt: houtskool, rijstpap als voer, potgrond voor de verkoop op internet. Een inventief en ondernemend gezin. Miaow vertelde ook honderduit over het familieleven, de cyclus van het rijst planten en waarom er zoveel gele vlaggen hangen. Geel is namelijk de kleur van de maandag en de koning is geboren op een maandag. Echt een fantastische tour.

In de vroege avond bekeken we met de fietsen van ons guesthouse het Historical Park. Ook hier weer zo’n serene rust. Met een ondergaande zon. Die oude ruïnes uit de 13e en 14e eeuw. Het rode afbrokkelende pleisterwerk van de bakstenen, de afgebladderde boeddha beelden en duiven nesten in de pilaren. Echt heel mooi.

De volgende reisdag was iets minder lang. Op naar Chiang Mai in het hoge noorden van Thailand. Ons eerste nachtje zaten we in Villa San Pee Seua aan de rivier. Sfeervol hotel. Ik zag dat er lampionnen opgelaten konden worden. Dus toen we terugkwamen van de Saturday night market (met vele souvenirs) hebben de meiden om half elf ‘s avonds nog vier reusachtige witte ballonnen opgelaten aan de donkere rivier. Dille voelde zich een beetje Rapunzel. Echt heel mooi. Ze gingen super hoog.

De volgende ochtend werden de meiden en ik om 7:15 opgehaald voor een olifanten excursie. Andre zou onze spullen verhuizen naar een ander hotel: Liam’s Suan Dok Mai guesthouse van de Belgische Daphne. Een sfeervol guesthouse met lieve hond Lupa en een chloorrijk zwembad. De matrassen van het stapelbed waren helaas zo hard dat de meiden er niet op wilden slapen. Gelukkig stond er nog een zacht bedbankje. De Lonely Planet stond vol met waarschuwingen over de schadelijke “elephant rides†en gaven expliciet aan bij welke tours je een diervriendelijke interactie kon hebben met de olifanten. Wij kozen voor Patara omdat daar ook baby olifanten waren. Na een uurtje rijden stapten we uit een busje midden in de jungle. Los liep hier een kleine kudde van 8 olifanten rond. En ja, daar was de kleine baby olifant al. Slechts 1 jaar oud en heel ondeugend. Voortdurend op zoek naar banenen en hij liep zelfs de wc in omdat daar een paar bananen lagen. Echt super grappig om te zien. Moeder olifant was wel altijd in de buurt. We hadden alle tijd om tussen de kudde door te lopen. Daarna mochten we ze gaan voeren. Dille de kleinste en ik de grootste. Je moest eerst “bon†zeggen. Dan deed de olifant zijn slurf omhoog. Dan moest je de bamboe en bananen tussen de kaken stoppen. Dat was best de eerste keer wat spannend. Nadat de slurf weer naar beneden ging, moest je op zijn zijkant klappen en “didi†zeggen. Op deze manier deden we alledrie het hele mandje met eten voeren. Daarna was het baddertijd in de rivier vlakbij de waterval een klein stukje wandelen. Dille was zo slim een bikini aan te trekken. Het bleek een illusie om te denken dat je droog zou blijven tijdens het borstelen van de olifanten in de rivier. De olifant spoot ons namelijk ook nat met zijn slurf. Toen we daarna in de rivier even een klein stukje mochten rijden op de olifant, vond mijn olfant het nodig om door zijn voorpoten te zakken. Ik ging achterover liggen zodat ik erop bleef. Maar daarna maakte mijn kleine olifant een andere schijnbeweging naar links en voordat ik het wist, gleed ik eraf helemaal kopje onder in de rivier. Luna en Dille lachten zich rot, want zij zaten op een veel grotere olifant. Genant. Echt een mooie ontmoeting met een groep olifanten die goed verzorgd worden.

In de avond rijden we weer met onze auto naar het centrum van Chiang Mai. We wilden voor het avondeten nog een massage. Al vrij snel vonden we een massage salon waar we alle vier tegelijk een foot-back-neck-shoulder massage konden krijgen. Volgens de masseurs een relaxed massage en niet zo hard als de traditionele Thaise massage. Nou…. ze hebben Andre en mij wel in bepaalde wokkels gelegd met onze rug, armen en benen en half gekraakt, dat we dit niet puur relaxt vonden. Maar toch best lekker. Het verkeer in het centrum was erg druk. Op een gegeven moment stonden we echt in de file in een drukke straat. Veel bromfietsen natuurlijk (maar niet zoveel als in Vietnam), tuktuks, auto’s en “Rot daangs†(rode gedeelde trucktaxi’s. Luna draait even het raampje open en even later horen we een ijselijke gil. Mensen in de straat kijken om. We zien dat Luna dicht tegen Dille aangekropen is op de achterbank. Wat bleek. Er sprong een grote salamander naar binnen op Luna af. We komen niet meer bij van het lachen. De volgende dag worden we alle vier opgehaald voor een ziplines tour bij Eagle Track. Samen met een Belgisch en Amerikaans gezin en twee gidsen, gaan we de silver tour doen. Silver tour wil zeggen 20 platforms met o.a. 9 ziplines, wiebelende bruggetjes en twee abseils van 20 en 40 meter. Over die laatste twee maak ik mij – met mijn toch licht aanwezige hoogtevrees – wel enige zorgen. De gidsen beloven mij langzaam naar beneden te laten. Daar een beetje vals glimlachend aan toevoegend: “ don`t cryâ€. Uiteindelijk viel het allemaal reuze mee. De ziplines zijn echt gaaf hoog in de jungle. Sommige ziplines zijn erg lang over de rijstvelden heen naar de andere kant. Als je te hard gaat, moet je remmen met een kromme bamboestok aan de kabel. Na afloop krijgen we een Thais lunchbuffet en praten we na met het Belgische gezin en krijgen we via air drop leuke filmpjes. Dat Andre zijn handschrift zeer slecht leesbaar is, bleek wel weer toen we onze certificaten kregen van de organisatie. Andre was Anore Limnih geworden 😉

Het is onze laatste nacht in Chiang Mai voordat we aan De Roadtrip beginnen. We vinden het leuk om nog een Monk Chat te doen. Dan kun je met de monniken praten om te horen hoe hun leven is en leren zij meteen Engels. We doen dit bij Wat Suan Dok. Een bescheiden jonge monnik heet ons hartelijk welkom en zegt dat we het beste met een hogere monnik kunnen kletsen. Deze is net bezig een meditatie af te ronden. Na een paar minuten zitten we in een kringetje op witte plastic stoeltjes met een monnik met olijke pretoogjes en een aubergine kleed om. Later leren we dat dit de schutkleur is van een forest monk. Dit in tegenstelling tot het felle oranje dat bij de City monks hoort. Naast hem zit een 17 jarige verlegen monnik uit Nepal. Deze is op 14 jarige leeftijd bij zijn ouders uit huis gegaan om monnik te worden. Ik verras beide monniken met mijn paar Nepalese zinnetjes die ik nog steeds ken omdat ik voor mijn afstuderen 9 maanden in Nepal gewoond heb. We krijgen echt een super leuk gesprek van een half uur. Over hun leven. Wat ze niet mogen (sporten), hoe laat ze opstaan (vaak 05:30), wat ze eten (vaak vegetarisch maar dat hoeft niet). Motto van de oudere monnik is “Eat to liveâ€, not “live to eatâ€. We vertellen over ons werk en de meiden over dat ze op de fiets naar school gaan. De oudere monnik spreekt vaak over simple life (niet hebberig zijn) en balance. Monniken hebben wel een smart phone, maar gaan hier met mate mee om. Aan het eind wil de oudere monnik graag met ons op de foto omdat Nederlanders zulke leuke mensen zijn. Wat een bijzonder gesprek en wat een rust straalde de oudere monnik uit terwijl hij tegelijkertijd heel grappig was. Op een of andere manier kwamen we na deze Monk Chat terecht in de grootste shopping mall van Chiang Mai. Zo eentje met hyper moderne WC’s waar je in 5 standen je billen kunt wassen en drogen. De meiden eten een frozen yoghurt met tien toppings voor 10 euro. Wat een contrast met het pleidooi voor een “simple life†en niet hebberig zijn. Ik gooi het maar op “balanceâ€.



Verse vruchtensappen

Reisverslag Thailand Posted on Fri, July 13, 2018 23:22:15

Nog nooit schreef ik mijn eerste blog zo laat voor vertrek. Morgen vliegen we naar Bangkok. We hebben een druk jaar achter de rug met eind april een verhuizing en een hele drukke juni maand met voorstellingen en afscheid van groep 8 van Dille. Heel laat pas hebben we onze route bepaald, hotels gezocht en binnenlandse vluchten geboekt. Maar het is een super leuke route geworden en we hebben overal een familiekamer kunnen boeken. In het noorden hebben we een gave road trip gepland langs de grens van Myanmar en Laos. En nee, we gaan niet een grot in bij Chiang Rai.

De route is als volgt:

BangkokKanchanaburi

Sukothai

Chiang Mai

Khun Yuam

Mae Hong Son

Pai

Chiang Dao

Mae Ai

Phuket

Ko Tao

Bangkok

Mensen zijn best verbaasd dat we met de kinderen nog niet in het makkelijk bereisbare Thailand zijn geweest. Toen ze kleiner waren, hebben we lastigere bestemmingen als Cuba en Mozambique met ze gedaan. Reden voor Thailand nu is dat we zo genoten hebben van het met zijn vieren duiken vorig jaar in Nicaragua. Daar hebben we weer zin in. En waar kan dat beter dan in Thailand? We eindigen 6 nachten op Koh Tao, een top duik locatie. Daar zit een Nederlandse duikschool, dus dat is handig voor de meiden. Na alle drukte hebben we alle vier heel veel zin in ontspannende massages en heerlijke vruchtensappen. Thailand, here we come!