Blog Image

Blogaroundtheworld

Termieten….mmmm….

Reisverslag Ecuador Posted on Mon, August 19, 2019 20:35:31

Na vier dagen Banos is het tijd voor de jungle. De weg ernaar toe is prachtig. We passeren een dozijn watervallen rijdend door een ravijn. Opeens opent het ravijn zich en zien we voor ons de Amazone liggen. Wat een prachtig gezicht. Het is warm tegen de 25 graden. Wat een verademing na de kou van de hoogvlakte. Via Puyo rijden we door naar Tena, een basis voor jungeltochten. Met een tussenstop bij Amazoonica. Dit is een tip van de Franse Laurie die we in Llullu Llama ontmoet hadden. Zij had drie maanden als vrijwilliger in dit opvangcentrum voor wilde dieren gewerkt. Het blijkt nog niet zo eenvoudig om er te komen. We nemen een smalle dirt road richting Puerto Barantillo. Google Maps geeft het al snel op, dus doen we het op de “Donde es la strada a Puerto Barantillo†manier. Na 45 minuten komen we bij welgeteld 1 huisje aan de rivier terecht. Is dit “de havenâ€? Ik spreek twee mannen aan of ze ons naar Amazoonica kunnen brengen. Hun boot ligt klaar, dus ja. En daar varen we in een motorkano over de prachtige brede Rio Napo. Genieten! Onze “kapitein†vertelt dat hij hier woont en 8 kinderen heeft. Hij zet ons na 10 minuten af en belooft over 1,5 uur weer terug te komen. Amazoonica is dus een opvangcentrum voor zo’n 350 dieren die mishandeld zijn door mensen of gewond geraakt. Er zijn veel vogels (papegaaien), tapirs, anaconda’s en diverse soorten apen. Een Spaanse vrijwilliger geeft ons een rondleiding. Hun streven is dat de dieren weer teruggezet worden in de natuur. Hiervoor hebben ze goedkeuring nodig van het ministerie. Sommige dieren, zoals gekortwiekte papegaaien kunnen niet teruggezet worden. Leuk was ook de “walking treeâ€, een boom die zich 8 cm per jaar kan verplaatsen.

We slapen in Tena in Hotel Yutzos, op zich een ruime kamer met uitzicht op de rivier en met airco, maar zeker het minst sfeervol van onze overnachtingsplekjes tot nu toe. De volgende dag gaan we met de organisatie Akangau, geleid door lokale Kicwha mensen, een (jungle)tour doen bij Misahualli.

Iwan is onze gids. We beginnen met een kanotocht in een lagune. Heel langzaam peddelen we langs de dichtbegroeide jungle. Onze gids is erg goed. Hij spot twee bijzonder vogels (Grijze en vale reuzennachtzwaluw) die een camouflagekleur hebben en eigenlijk op een boomstronk lijken. Ook zien we een grote hagedis, kaaiman en apen in de verte. Dan stappen we uit en met onze jungle kaplaarzen gaan we achter Iwan met zijn grote “machete†(kapmes) de jungle in. We snappen al vrij snel het nut van de kaplaarzen. De grond is modderig, we balanceren over takken en boomstammen en soms zak je een flink stuk weg. Iwan vindt het leuk om de weg vrij te hakken van lianen, struiken, bladeren en spinnenwebben. Iwan weet echt heel veel. Hij wil ons survivaltips geven. Dus laat hij ons zien hoe je termieten kunt eten (en Andre doet dat, de held), hoe je wit sap uit een boom als lijm kunt gebruiken om wonden te hechten (bijvoorbeeld als je jezelf met je kapmes verwond hebt), hoe je rood sap uit een andere boom kunt gebruiken als zonnebrandcrème en hoe je van de “palmata boom†van alles kunt vlechten. Hier wordt de beroemde Panamahoed (die dus eigenlijk uit Ecuador komt) van gevlochten, maar ook de daken van huizen en die gaan 7 jaar mee. Tenslotte komen we bij een imposante 700 jaar oude boom uit. Hier laat hij zien dat als je hier hard met een stok tegen slaat, dit de functie heeft van een mobiele telefoon (alarmslaan) want het geluid draagt heel ver. Er hangt ook een liaan en Luna klimt een stuk omhoog en komt dan oog in oog met twee vleermuizen die zich daar nestelen. Ook wijst Iwan ons erop dat er een grote tarantula zich verborgen houdt aan de zijkant. Teruglopend naar de kano, zien we nog een groep van tamarin apen. Wat een mooie ervaring. We lunchen in Misahualli en nemen dan een andere boot naar Comunidad Shiripuno. Hier krijgen we uitleg over een 15 meter hoge heilige rots en laten de vrouwen een traditionele dans zien.

Dit is de eerste keer deze vakantie dat we flink bezweet zijn. We hebben zin in een zwembad. Er is een lokale pool ergens buiten Tena. Na 7 keer de weg vragen, vinden we ‘m. We betalen 2 dollar entree en de we duiken erin. Ons eerste zwembad deze zomervakantie! Er is zelfs een glijbaan bij. Dat is wel een beetje gammele en roestige constructie. Maar toch gaat ie nog best hard. Na een uurtje steekt er opeens een storm op als we boven bij de glijbaan staan. Het wordt donker en bladeren waaien uit de bomen. Het zwembad is opeens bezaaid met bladeren. We drogen ons snel af en gaan naar huis. ’S Avonds is de elektriciteit in de helft van de stad uitgevallen en ‘s nachts regent het hard. Tena staat ook bekend voor raften, dus boeken we de tweede dag een raftour bij Raftamazonia, ook geleid door lokale Kicwha mensen. Om 8:00 worden we opgehaald door Fausto (onze gids) en Nixon, die mee peddelt in zijn kayak om ons te redden als we eruit vallen. Ook gaan twee Ecuadoriaanse studentes toerisme mee. Zij moeten voor hun studie deze excursies ook zelf doen. Na 45 minuten rijden in een busje met de Raft op het dak komen we bij ons beginpunt uit bij de Rio Yatuhyacu naam. Fausto kijkt naar de snel en wildstromende rivier en zegt dat ie wel erg hoog staat. Wat wil je na een nacht regenval. Normaal is dit een class III rafting rivier, maar door de hoge waterstand neigen sommige trajecten nu naar class IV (gevorderden). We beginnen met een zwemvest en helm aan te trekken en op te zetten en dan komt de uitgebreide uitleg van Fausto. Het lijkt wel alsof we in het leger zitten. Forward. Backward. Un dos. Stop. Fausto neemt alle commando’s en wat te doen in noodsituaties (omslaan/eruit vallen) op het land en daarna oefenen we ook in het water. We schreeuwen met zijn allen keihard “ Un..dos…†om zo gelijk te roeien. Na een kwartier oefenen is Fausto tevreden. We mogen weg. Ik moet eerlijk zeggen dat ik ‘m wel een beetje knijp als ik die rivier zo snel zie gaan.

Al snel slaan de eerste golven de boot in. Brrr koud. Fausto schreeuwt hard tegen ons en op sommige plekken slaat zijn stem soms over en schreeuwt hij: “SNELLER”. Doordat we zo hard moeten werken, heb ik weinig tijd om echt bang te zijn. Dit is best leuk en ik heb veel vertrouwen in Fausto die de rivier goed kent en weet waar de rotsen zijn die we moeten ontwijken. Nixon verkent soms vooruit en gebaart dan naar Fausto. Nixon is trouwens echt een held in zijn kayak. Hij zoekt de gevaarlijke stukken op en laat zich steeds omdraaien onder water. En hij maakt foto’s van ons. De Ecuadoriaanse studente achter mij roeit niet goed. Fausto wijst naar Luna en Dille en zegt dat zij wel goed roeien terwijl ze het voor het eerst doen. Het meisje kijkt bang en we hebben met haar te doen. Na een goed uur, stoppen we langs de rivier om te gaan lunchen. De koelbox zat vastgesjord midden in de boot. Ze leggen een groot bananenblad neer als “tafellaken†en we krijgen heerlijke vegetarische Ecuadoriaanse burrito’s met tomaat, bonen, kaas, komkommer en dorito’s. Echt een superlunch! Omdat de rivier nu zo snel stroomt, zijn we een half uur later al weer terug in Napo. Jammer dat het alweer voorbij is!

Omdat Tena en ons hotel een beetje tegenvalt, checken we een dag eerder uit en hebben we een nachtje in Termas Papallacta geboekt. Een mooi viersterrenresort op 3300 meter hoogte in een gebied met hete termale bronnen. Doordat de rafting zo snel ging, kunnen we – na een frozen yoghurt- al om 14:00 uur op weg naar Papallacta. De reis gaat voorspoedig en ik verheug me al op de hete baden. Onderweg valt het Andre op dat de weg op veel plaatsen instabiel is. We zien veel aardverschuivingen en scheuren in de weg. Ook zien we een grote harige spin de weg oversteken. Opeens staat het stil. Echt stil. Ik stap uit en loop naar voren om te kijken wat er aan de hand is. Iedereen staat stil. Ik vraag een man langs de kant van de weg wat er aan de hand is. De weg is afgesloten tot 18 uur zegt hij doodleuk. Er is twee maanden geleden een grote aardverschuiving geweest. Overdag wordt hier aan gewerkt en is de weg afgesloten. Na 6 uur en ’s nachts mag het verkeer erdoor. Dit is dus een hele belangrijke verkeersader van de jungle naar Quito. Omrijden kost zeker 8 tot 10 uur. En zit dus niets anders op dan te wachten en te hopen dat de weg daadwerkelijk open gaat. Het is een klein gehucht met toevallig een “banos†(WC) en een klein supermarktje, waar ik twee zakken chips en icetea koop. Dus lezen we, luisteren we muziek, kijken de meisjes films, schrijf ik mijn blog. Het is 18 uur en nog steeds niets. Wat als de weg niet open gaat. In de auto slapen? Ik loop weer langs de lange rij naar voren en spreek een politieagent aan. Hij zegt dat er weer een kleine aardverschuiving is geweest en dat ze hard aan het werk zijn. Terwijl hij dat zegt rijdt er een ambulance met gillende sirenes voorbij. Echt fijn dit. De politieagent kijkt hoopvol en verwacht dat de weg 19 uur wel open gaat. Geduld dus. En jawel, om vijf minuten voor zeven komt er – na 3,5 uur wachten- beweging in de rij. We kruisen onze vingers en rijden in een kolonne door. We zien aan de zijkant van de weg verkeersborden met Zona de Derumbes (aardverschuivingen). In het donker passeren we drie plekken waar de vangrail weggeslagen is en we een klein beekje moeten oversteken. We hebben mazzel dat onze richting eerst mag. Honderden autolampen schitteren ons tegemoet. Soms stapvoets rijden we door. Ik ben blij als we om 20:15 ons hotel bereiken. We zien mensen met donsjassen en mutsen op en Luna stapt vrolijk in haar Tena jurkje uit de auto. We eten snel in het restaurant en duiken dan in de hete pools drie stappen verwijderd van ons huisje. Wat een heerlijk hotel. Luxe kamers, vriendelijk personeel en dan die hete baden onder een mooie sterrenhemel. We genieten ervan tot 23 uur terwijl het buiten erg koud is en hard waait.

De volgende dag slapen we wat uit en ontbijten we rustig. De dokter van het hotel kijkt nog naar mijn teen die ik tijdens het raften onder water aan een steen gestoten heb. De teen doet veel pijn en is pimpelaars. Gelukkig zegt ze dat ie niet gebroken is. Bij de receptie hoor ik dat de pass naar Quito (van 4100 meter) afgesloten is vanwege de sneeuwval vannacht. We zitten dus eigenlijk klem nu. De verwachting is wel dat de pass rond het middaguur weer open is. We gaan voor de late checkuit en gaan naar de Spa naast het hotel. Het is rustig en we hebben de zes grote en fraai aangelegde hete baden bijna voor onszelf. Omringd door bergen, waar op de top verse sneeuw ligt. Op en top genieten.

Rond een uur of twee vertrekken we richting onze laatste bestemming Otavalo. We klimmen langzaam. Langs de weg zie ik weer de Polyepsis. De vrij spooky boom die zich als een van de weinigen bomen boven de 3500 meter hoogte weet te handhaven. Verkeersborden waarschuwen voor overstekende beren, huh? Op de Papallacta pass zien we sneeuw liggen. We zien veel, met name Ecuadorianen, uitstappen en foto’s maken met de sneeuw. Wij rijden door en dalen snel af. Na ongeveer een half uur zie ik alweer cactussen. Dit is echt Ecuador. Zo veelzijdig, zo veel verschillende klimaatzones en vegetatie bij elkaar. Tijdens deze route gaan we de evenaar passeren. Bij Quito is hiervoor een vrij toeristisch punt, dat bovendien 270 m van de echte evenaar afligt. Wij gaan voor het -niet toeristische- Quitsato, een grote zonneklok, het enige monument ter wereld die precies op de evenaar ligt. We worden hier vriendelijk ontvangen door een jonge student. Hij vertelt vol trots over het project http://www.quitsato.org/?lang=en en natuurlijk maken we daar de foto met het ene been op het noordelijk en het andere been op het zuidelijke halfrond. In Otavalo slapen we bij Hostal Dona Esther. Een lieflijk hostal in het centrum vlakbij Plaza Bolivar. Wij krijgen de familiekamer met klein keukentje erbij op het dak naast het dakterras. Wat een andere locatie weer zo midden in de stad met prachtig uitzicht De kamer is ruim, maar kan wel een likje verf gebruiken en helaas stinkt de badkamer enorm en is het vrij stoffig getuige de vele niesbuien van Luna en mijzelf binnen. Het personeel is wel behulpzaam en probeert dit te verhelpen.

Onze laatste volle dag. We rijden richting Laguna de Mojanda. Drie mooie meertjes gelegen op 3800T meter hoogte. Het is weer een hobbelweg, maar de beloning is goed. Hoog in de bergen liggen drie prachtige meren. Er staan ook twee (school) bussen. Het lijkt wel een schooluitje. Luna heeft al snel door dat ze via een ondiep deel naar een eilandje kan lopen. Haar voeten vriezen er wel bijna af. Later zien we de Ecuadorianen het voorbeeld van Luna volgen. We rijden nog wat verder en maken een korte wandeling naar het tweede meertje. Op de terugweg zien we iets lopen in de verte, is het een hond? Nee, het is een vos. Wat gaaf zeg! Met mijn telelens lukt het ‘m redelijk goed te fotograferen. We rijden terug via Otavalo en lunchen bij Bar Cosecha met lekkere cappuccino voor Andre en verse bagels. In de middag gaan we naar Peguche, een traditioneel weaving village. Ik heb Tahuantinsuyo gebeld voor een korte workshop. Een vriendelijke vrouw in klederdracht van Otavalo wijst ons naar een ruimte. Haar gerimpelde en kleine vader van 85 lacht ons vriendelijk toe. De workshop is echt super interessant. Dit gezin is al met de 5e generatie bezig met weven. Alles gebeurt met de hand behalve het spinnen op een wiel gemaakt van een oude fiets. Ze weven met alpacawol, schaapswol en katoen. We mogen alles aanraken en ze laat alles stap voor stap zien, ook alle kleurstoffen die uit de natuur komen van vruchten of insecten of een rasp gemaakt van een stekelboom. Haar man zit ondertussen een groot tapijt te weven. Het blijkt dat hij hier twee maanden over doet. Een warme poncho kost 250 dollar en is een maand werk. Na afloop koop ik een tas van zachte alpacawol en geven we een donatie.

’S Avonds zien we dat de beroemde artensania markt op de Plaza de Ponchos al opgebouwd is. Wat een walhalla aan souvenirs. Oneindig veel mooie kleurige kleden en sjaals. Hier word je hebberig van. Op zaterdag schijnt de markt nog groter te zijn. Dan breekt onze laatste dag aan. We rijden na het ontbijt naar een dorpje boven Peguche naar de Mercado de los Animalos. De markt sluit bijna en we zien pick up trucks vol met koeien, schapen of varkens al volgeladen worden. Op een grote betonnen plaat, staan nog twee lama,s, een enorm groot varken, wat geiten en schapen. Drukker is het op de kleine dierenmarkt. Eendenkuikens horen we al van ver. Veel kippen, kozijnen en cavia’s. Kippen zijn vastgebonden aan hun poten. Eenden en kippen zitten in een krappe ruimte met kippengaas. De gekochte dieren worden in oude meelzakken gestopt. De meiden vinden het niet zo leuk om te zien. Ik ga er maar van uit dat de dieren thuis straks wel lekker kunnen rondscharrelen.

We stoppen nog bij Cascada de Peguche, een kleine waterval. Het is een korte wandeling en de waterval stort zich in een met tientallen kleuren groen mos begroeide omgeving naar beneden. Veel toeristen hier. Je kunt merken dat we dichtbij Quito zitten. Op toeristische plekken staat ook vaak een aangeklede lama klaar waar je voor 1 dollar mee op de foto kan. Dat doen we niet. In Otavalo lunchen we nog een keer in het bagel café. Het hele centrum staat nu vol kraampjes, dus we gaan nog een laatste keer shoppen. Al met enige heimwee rijden we terug naar het vliegveld, een mooie route langs en door een canyon met in de verte een besneeuwde Cayambe vulkaan van 5800 meter zichtbaar tegen een blauwe lucht. Ecuador is echt een geweldig land om te (be)reizen. Klein, heel erg gevarieerd (vulkanen, strand, jungle, bergen en steden) en hele vriendelijke mensen. Zeker een aanrader!



Lummelen met locals

Reisverslag Ecuador Posted on Thu, August 15, 2019 06:33:10

Om 6:50 gaat de wekker. Snel maak ik Luna wakker. We kleden ons stilletjes aan. Net als ik de deur open doe, staat Fabiola voor onze deur. “Buenos diasâ€, zegt ze met een zeer luide stem. Ik doe een vinger voor mijn lippen..ssssttt. We gaan met Fabiola mee haar koeien melken. Fernando haar zoontje van 8 en hun hond lopen ook mee. Ik heb niet zo goed geslapen op deze hoogte van 3600 meter. Meteen gaat het pad steil omhoog. Mijn hartslag versnelt en mijn benen voelen zwaar. We gaan op een steile berghelling naar haar koeien toe. Ze heeft er vier. In deze gemeenschap wonen circa 30 families en elke familie heeft zo’n 3 tot 4 koeien. Om 8:15 brengt iedereen de verse melk bij de Queseria (kaasmakerij) waar ze mozzarella maken die in Quito verkocht wordt. Fabiola heeft een fles warm water meegenomen om de uiers schoon te maken. Behendig melkt ze. Luna en ik krijgen er ook wel wat uit, maar lang niet zo veel en snel. Om 8:00 zijn we weer terug bij ons huisje. Andre en Dille zijn net wakker en we gaan eten in het kleine gezellige “restaurantje†naast ons hutje. Sandra en Rosa heten ons luid welkom. Later deze dagen begrijpen we dat ze hier op deze manier communiceren. Ze schreeuwen naar de ander die ver weg op de berg bij de koeien is. Maar dat “schreeuwen†doen ze nog steeds als ze op 3 meter afstand staan.

Rond een uur of half 10 staat Francisco klaar met 4 paarden. We gaan een mooie rit maken naar Loma del Capitan (3900 meter hoog). Al snel komen we op de Paramo (de hooggelegen graslanden in de Andes). Bovenop de berg zie je mooi een scheiding in veeteelt en akkerbouw gebieden tussen de verschillende dalen. Vroeger werden de grassen van de Paramo als brandstof gebruikt en voor dakbedekking. Dille vraagt of ze op de terugweg in draf en galop mag. Dat kan. Ze vindt het super leuk. Dille rijdt op een roodbruin paard, Rojito genaamd. Ik zit op een zwarte, Negrito genaamd. In Ecuador zijn ze dol op verkleinwoorden (ito). Francisco noemt Andre ook consequent ‘Andresito’. Bovenop de berg waait er een koude augustus wind, gelukkig dalen we snel af. Terug in ons huisje genieten we van het mooie uitzicht en de rust. Fabiola neemt ons nog mee op een korte wandeling naar een kleine waterval (Cascadito). Vroeger gebruikte de mensen uit het dorp deze als douche. Terug in het huisje bleek er een tweede Nederlands gezin aangekomen in het tweede huisje. We wisselen reisverhalen uit. In de late middag gaan we naar het basketbal veld van de school. Daar gaan we onze pennen en stiften uitdelen aan de kinderen. Fabiola heeft gevraagd of de kinderen daar naar toe kwamen. Een paar jongens hebben een bal mee. We beginnen samen te voetballen. Daarna krijgt Luna het idee om te gaan lummelen. We leggen het even uit en ze begrijpen het snel. Samen met het andere Nederlandse gezin en een hoop kleine kinderen uit het dorp lummelen we tot het donker wordt.

De tweede nacht zijn we al een stuk beter aan de hoogte gewend en slapen we goed. Rosa en Sandra hebben weer een heerlijk ontbijt klaar gemaakt. Deze ochtend gaan we wandelen met Francisco van 45 jaar oud. Hij vertelt trots over het “vida Antiguaâ€, hoe het leven vroeger was in het dorp. Pas in 1988 had het hele dorp water en elektriciteit. Hij kent alle planten en bomen en hun medicinale krachten. Hij doet voor hoe je speciale grassen heel stevig kunt vlechten. En hij vertelt aandoenlijk hoe er een grote aardverschuiving was toen hij een klein jongetje was. Er gingen koeien en schapen verloren en zijn nieuwe schoentjes die zijn vader net voor hem gekocht had. Deze communidad leeft van de veeteelt (koeien, schapen, varkens, kippen) en beperkte inkomsten uit toerisme. We zijn niet kortademig tijdens de wandeling en dus al goed geacclimatiseerd. Na de lunch (almuerzo) gaan we met de auto naar de Laguna de Colta, een half uurtje verderop. Hier gaan we kort mountainbiken. Bij dit meer groeit hetzelfde riet als bij het beroemde Titicacameer in Peru. We rijden door naar Guamote, een klein dorpje verder op. Hier is een organisatie Inti Sisa actief om de bevolking te helpen met oa taallessen en computerlessen. Ook organiseren ze een jaarlijks schoolreisje voor de kinderen van het dorp. Ze hebben ook een hostel, maar dat zat helaas volgeboekt. Maar eigenlijk zijn we nu blijer met La Esperanza. Je zit daar zo midden in de natuur en leeft echt samen met de super vriendelijke en behulpzame mensen uit het dorp. Echt een topervaring en een 10 in de review op booking.com waard. We hebben wel nog een kookworkshop geboekt bij Inti Sisa. We gaan empanadas maken met kaas en banaan samen met een Française. En dat is nog best lastig. Andre heeft snel de slag te maken en krijgt “muy bien†te horen van de kok. Samen smikkelen we ze op en geven de laatste paar aan het Nederlandse gezin die nu hier slaapt. De dag ervoor hebben we samen ge-ezeld in La Esperanza, nu gaan we voor een potje yahtzee en eten we daarna gezellig samen nog het driegangenmenu van Inti Sisa. Net zoals bij Llullu llama eten alle gasten samen. In het donker rijden we terug naar ons dorpje. Dan is het de volgende ochtend echt tijd om afscheid te nemen van dit lieve dorpje. Het is helder weer. In de verte zie ik vulkanen. Onze twee buurkinderen komen nog even buurten. We maken een foto en printen deze meteen met onze Sprocket uit. Het meisje van 5 jaar kijkt ademloos hoe het papier eruit komt en wijst op zichzelf. Zo leuk om te zien. We hebben deze twee kinderen toen we aankwamen een plastic diertje gegeven van de Hema. Ze hebben er al drie dagen mee lopen spelen. Ook hoorden we ze in de ochtend altijd zingen. Echt heel schattig.

Voordat we doorgaan naar ons nieuwe bestemming, gaan we eerst naar de markt in Guamote. Deze is elke donderdag en de grootste van Ecuador. Er is een fruitmarkt, vleesmarkt, aardappelmarkt, kledingmarkt en een kleine (cavia’s, kippen, schapen) en grote dierenmarkt (ezels, koeien, paarden, varkens). We beginnen vlakbij het station. Op de sporen zijn kraampjes neergezet en het krioelt van de kleurrijke mensen. Het is echt een markt voor de hele omgeving. Vrouwen hebben mooie rokken en vesten aan en hoeden op. De mannen dragen vaak een poncho. We verwonderen ons en slenteren over de markt. Luna koopt een mooie reep stof om als boekenlegger te gebruiken. De kleine dierenmarkt is indrukwekkend. Het krioelt hier van de manden met cavia’s, de nationale delicatesse. Er wordt flink gehandeld en de gekochte cavia’s verdwijnen in een oude witte meelzak en worden meegedragen. Varkens en schapen worden aan een touw meegesleept, vaak stribbelen ze tegen. Na 2,5 uur moeten we helaas weer verder gaan. We willen namelijk vandaag nog een detour maken via Volcan Chimborazo (6300 m) nu we in de buurt zijn. Een leuk weetje: deze vulkaan is het dichtst bij de sterren of het verst van het middelpunt van de aarde verwijderd. Dit komt doordat de aarde niet rond is, maar een uitstulping heeft bij de evenaar.

We moeten nog ergens lunchen, maar er is geen dorpje meer. Gelukkig is daar een benzinestation. Daar blijkt zo maar een crêperia bij te zitten, die echt superlekkere crêpes maakt, met bv aardbeien en Nutella. We eten er ieder twee en zijn klaar voor de vulkaan. Langs de weg staat een vrolijk zwaaiend oud mannetje die graag een lift wil hebben. Hij stapt achterin bij de meiden. Zijn naam is Juan en hij is heel vrolijk. Hij vraagt van alles en vertelt van alles. Super leuk. Hij woont in een dorpje vlak onder de vulkaan. De begroeiing verdwijnt langzaam aan. We zitten alweer op 4000 m hoogte. Opeens zie ik de eerste Vicuna. Dit is familie van de lama, maar een vicuna heeft een veel fijnere vacht en leeft in het wild. In Ecuador waren ze uitgestorven, maar Chili heeft ze eind vorig eeuw duizend nieuwe vicuna’s geschonken. In denk terug aan mijn reis naar Chili in 1997. Ik heb daar in Patagonië ook heel veel vicuna’s gezien. Dit vraagt natuurlijk om een photoshoot. We hebben zoveel mazzel met het weer. Het is strakblauw en de vulkaan is zo mooi te zien. We rijden langzaam door naar 4800 m hoogte. Daar is een refugio. Dille blijft daar even wachten, want ze is niet zo lekker. Andre, Luna en ik “willen de 5000 aantikken†en lopen in een rustig tempo omhoog naar 5025 m, de volgende refugio. Onze conditie/acclimatisatie is best goed. We zijn er binnen een half uur, terwijl er 45 minuten voor staat. Gave ervaring!

De afdaling naar Banos op 1800 meter is weer erg mooi. Ecuador is echt heel veelzijdig. Het is zo leuk om steeds door alle klimaat- en vegetatiezones heen te rijden. Banos is het centrum van Ecuador voor avontuurlijke sporten, zoals raften, canyoing, mountainbiken en tokkelen. We zitten hier 4 nachten in Posada del Arte. Een door de Lonely Planet aanbevolen Posada. Heerlijk rustig achter in het dorp naast een waterval. Sfeervolle kamers met schilderijen en een mooie binnenplaats. En een heerlijk ontbijt met pannenkoeken, ook belangrijk! ’S Avonds is het gezellig druk in het stadje. Het blijkt bijna Dia de Indipendencia te zijn (10 aug 1809) en dit is een nationale feestdag. Dus veel Ecuadoriaanse families. Voor de Posada staat een vrachtwagen en daar slaapt een hele grote familie in van 20 personen. De eerste dag doen we heel rustig aan. Lekker chillen in onze Posada en in de middag gaan we tokkelen bij Puntzan canopy. Zes prachtige lange ziplines in de jungle en over een groot ravijn heen. We gaan met een Zuid-Afrikaans gezin die nu in Quito wonen en een Duits gezin. Onze gidsen zijn heel ervaren. De tweede zipline mogen we ondersteboven, wat Luna en ik doen. Echt genieten van de omgeving kun je dan niet trouwens. De derde zipline is heel gaaf. We mogen dan als superman horizontaal gaan. Je voelt je dan net een vogel en kunt nog meer genieten. De Zuid-Afrikaanse vader kwam wat geschrokken binnen. “It was fun untill I realised I was above a deep gorgeâ€. De vijfde wordt nog leuker, want dan mag je met zijn tweeën naast elkaar als superman en dan scheer je rakelings langs de rivier. Ik ga hand in hand met Andre. Echt super gaaf. De zesde tenslotte is een extra lange van 550 meter. Hele leuke excursie. Daarna rijden we door naar “Vuelo del Condorâ€, een hele grote swing die begint met een vrije val. Ze hebben ‘m heel toepasselijk de naam “La Bestia†(het beest) gegeven. Luna en Dille durven het, maar worden toch wel wat zenuwachtig in de rij door al het gegil voor hen. Ze zwaaien echt enorm hoog boven het dal. Wauw! ’S Avonds eten we heerlijk bij een kleine Spaanse tapasbar die we van te voren hadden gereserveerd. Heerlijke dag.

De volgende dag gaan we mountainbiken. Een pick-up brengt ons naar 3000 m hoogte nabij Volcan Tungarahua. Helaas is het mistig en kunnen we ‘m niet zien. En dan gaat het dus 1200 m bergafwaarts. Over een dirt road, klinkers en asfalt. Gelukkig zijn de remmen goed. Alleen was Dille haar voorvork wat losgetrild, maar gelukkig kwam ze daar op tijd achter. Prachtige afdaling en heel weinig auto’s gezien hier. Na deze inspanning hebben we wel wat ontspanning verdiend. Gelukkig is Banos naast een avonturendorp ook een dorp van spa’s en hete baden. We hebben bij Spa Jade een massage voor ons vieren geboekt en een gezichtsbehandeling voor de meiden en pedicure voor mij. Een mooie woning, met gekeurde muren en rustige muziek. Dit is echt heerlijk ontspannen. De laatste dag rijden we naar Paillon del Diablo. We rijden door lekkende tunnels heen zonder nooduitgang. Die voldoen sowieso niet aan de Nederlandse tunnelwetgeving. Hier moet een imposante waterval zijn. We parkeren ergens en lopen een steil pad naar beneden met vele anderen. Dan moeten we 2 dollar betalen en vraagt de man ons “you want shower?â€. Waarom hij dat vroeg, bleek al snel. We naderen de waterval van de “verkeerde†kant. Al het water sprayt onze kant op en iedereen wordt al behoorlijk nat. Het is nog mogelijk om verder te gaan en door smalle tunnels te lopen/kruipen om tot naast de waterval te komen. Andre en Luna doen dit en komen volledig doorweekt terug. Niets is meer droog. Terug omhoog. Dan blijk je ook nog aan de andere kant van waterval over een hangbrug boven de waterval te kunnen lopen. Dat willen we ook. We zoeken de ingang en komen uit bij een andere “nueva entradaâ€. Daar lopen we weer naar beneden tot de hangbruggen. Imposant om hierboven de waterval te lopen. Dan blijkt het pad nog verder naar beneden te gaan tot echt naast de waterval. Maar dit is de goede kant, hier blijf je wel droog. De waterval dendert echt met enorme kracht naar beneden. Het spat tientallen meters hoog op en een witte mist van waterval druppels maakt het sprookjesachtig. Echt de meest imposante waterval die we ooit hebben gezien. In de avond gaan we nog een keer naar Vuelo del Condor. Luna en Dille gaan voor de tweede keer en ondanks mijn hoogtevrees, waag ik ook de sprong. Machtig mooi!



Blauwe voetjes

Reisverslag Ecuador Posted on Wed, August 07, 2019 16:59:54

Een wit pluizig kuiken staat onder zijn moeder. Zo pluizig hebben we nog nooit een kuikentje gezien. Het kuiken is helemaal wit. Zijn moeder met de kenmerkende blauwe voetjes beschermt ‘m. Ze geeft ‘m eten en plukt zijn vacht liefdevol. Blue footed boobies. Een schattige vogel met blauwe voetjes. Je kunt ze zien op de Galapagos en dus op Isla de la Plata waar wij nu zijn. Vrouwtjes hebben echt de donkerblauwe voetjes, de mannetjes hebben de meer turquoise voetjes. Een ander verschil zit in de pupillen. De mannetjes hebben kleine zwarte pupillen, de vrouwtjes grote zwarte pupillen. Ze zijn niet monogaam. Ze leggen een paar eieren per keer. En de kuikens komen twee weken na elkaar uit. We zien ook een groter kuiken zijn twee weken jongere kuikentje beschermen. Volwassen bfb’s maken een beetje sissend geluid als een zwaan. Het maakt dat je wel afstand houdt en iets omloopt. Tijdens rondwandeling op Isla de la Plata zien we heel veel bfb’s, grote groepen fregatten en een paar (giftige) slangen op het pad.

We zijn op stap met ‘Aventuras de la Plata’. Met onze boot ‘Amazing-1’, tweemaal 150 pk motoren, twee Duitse gezinnen, een Ecuadoraans gezin en wijzelf, zijn we in ruim een uur naar Isla de la Plata gevaren ruim 45 km vanaf Puerto Lopez. Om 9:30 vertrokken we met meerdere boten vanaf de pier. Onze gids Antonio wil graag als eerste op het eiland zijn. Dan kun je alles rustig zien. Dus als andere boten al stoppen voor bultrugwalvissen onderweg, varen wij door. Alleen als we in een school vrolijk springende dolfijnen terechtkomen met twee walvissen, stoppen we even. Zelfs Antonio vindt dit bijzonder. Isla de La Plata heet ook wel ‘poor men’s Galapagos’. Je hebt hier dus ook de bfb’s en de fregatten, maar geen zeeleeuwen, zeehonden, landschildpadden en iguana’s. Wat Isla de La Plata wel heeft, zijn de migrerende bultrugwalvissen van juni tot september. Het is hier wat kouder en bijna altijd bewolkt, maar het zeewater is wat warmer, zo’n 24 graden. De bultrugwalvissen uit Antartica komen terug naar hun geboortegrond bij Ecuador om hier te paren. Dit is de excursie die iedereen in Puerto Lopez doet. Na 1,5 uur wandelen, gaan we weer terug naar onze boot. We zien groepen toeristen nog wachten on aan hun wandeling te mogen beginnen. Iedereen krijgt aan boord een heerlijke vegetarische lunch van aardappels, broccoli, wortels en een linzen burger. Met verse meloen en ananas toe. Om ons heen zwemt een groep van zo’n 20 schildpadden. Andre maakt ondertussen mooie foto’s en filmpjes met de gopro. De schildpadden vinden de camera in het water maar interessant en zwemmen er steeds naar toe. Dat levert mooie close-UPS op. Andre wordt er helemaal enthousiast van en zegt tegen de groep in de boot “mucho tortillasâ€, hij bedoelde natuurlijk tortugas 😉

Via een korte snorkelstop, waar weinig te zien is, gaan we op “walvisjachtâ€. De golven zijn inmiddels flink hoog geworden. We moeten blijven zitten en zullen wel nat worden. Na zo’n 20 minuten varen, ziet onze kapitein wat spuiten in de verte. Hij vaart er snel naar toe. Het blijken twee bultrugwalvissen te zijn. Ze zijn elkaar het hof aan het maken. Het vrouwtje slaat steeds uitnodigend met haar grote vin op het water. Het mannetje duikt dan onder en ongeveer 10 tellen later komt ie uit het water met een grote sprong en splash. Dat is de manier om indruk te maken op de vrouwtjes. Op een gegeven moment zijn wij het paartje genaderd op zo’n 50 meter. De boot schommelt gevaarlijk heen en weer. Een Duitse jongen van 11 jaar hangt al een half uur over de reling achter naast de motor (te kotsen) en ziet geen enkele walvis. Wij voelen de adrenaline. Wat zijn we dichtbij. Andre en ik denken terug aan onze walvistour in Brazilië lang geleden voor de meden er waren. We zaten toen op een kleiner bootje, de golven waren ook hoog en de bultrugwalvis dook toen onder onze boot door. Het zal toch niet weer gaan gebeuren? Nee, ze blijven daar en onze kapitein stuurt er behendig om heen. We blijven nog een poos genieten van dit schouwspel. De vin van het vrouwtje is echt prachtig. Je ziet de schelpen er op zitten. Op een gegeven moment vindt Antonio het wat saai worden en besluiten we verder te gaan. Helaas zien we er niet meer voordat we in Puerto Lopez zijn, maar dit was al erg indrukwekkend.

Het is heerlijk om – na een week hoog in de bergen – even 5 nachten aan het strand te zitten. Helaas is het hier in de zomermaanden altijd bewolkt, dus we zien eigenlijk geen zon. Wel is het zo’n 22 graden, dus dat is wel lekker. De eerste dag slapen we uit en verkennen we de omgeving en het mooie Playa Frailes in het natuurpark Machalilla. Vanuit Nederland hebben we bij Fondo Azul al duiken gereserveerd voor de volgende twee dagen. Fondo Azul is een lokaal duikbedrijfje van Luis met zijn twee broers Freddy en Ronny. Ze zijn vroeger alle drie harpoenvissers geweest, maar zijn nu duikgidsen. Ze kennen alle (ondiepe) duikstekken in deze omgeving dus op hun duimpje. Nu Luna en Dille hun open water hebben, vinden we het leuk om als gezin te duiken, maar dat moet dus wel ondiep (maximaal 10 meter). De eerste duikochtend moeten we even inkomen. Wat is het toch rot en lastig om zo’n nat en te strak wet suit aan te trekken. Dat waren we even vergeten. We zoeken al onze equipment uit en lopen langs de vismarkt op het strand waar de boot van Freddy ligt. We sjouwen alles de boot in en gaan op weg. Onze eerste duik is bij Isla Salango. De boot is hoog en we moeten er met een backwards flip in. De zee is gelukkig rustig. Als we allemaal goed in het water liggen, gaan we naar beneden. Andre duikt met Dille en ik met Luna. De koralen zijn niet heel bijzonder. We zien veel scholen (kleine) vissen, zeeslangen, de puffer vis en een murene. Dille heeft wat moeite met klaren, dus na 30 minuten gaan we weer omhoog. We eten lunch in de boot. Dat is meteen ons “surface-interval†en gaan een uurtje later voor onze twee duik op een andere plek naar beneden. De koralen zijn hier een stuk mooier, we kunnen er echt langszwemmen en opeens wijst Freddy ons ook een schildpad aan. Met zijn allen zwemmen we er een poosje achteraan. Wat een prachtige dieren zijn dit toch! Heerlijk was dit!

Ons hosteria ligt aan de noordzijde van de boulevard. Er zijn heel veel lekkere eettentjes in Puerto Lopez dus elke avond kiezen we wat anders uit. Café Madame heeft heerlijk vegetarisch eten en Bella Italia echt super lekkere pasta’s en heel vriendelijke bediening. Puerto Lopez is echt een vissersdorpje. Als we ’s ochtends ontbijten, zien we de vissersboten binnenkomen. De pelikanen weten dit ook. Die zitten als aasgieren al klaar. Een vrachtwagen rijdt achterwaarts het strand op. Mannen lopen met kratjes op hun nek naar de boot en laden de vangst in. Ze dekken het af met een kleedje en proberen dan zo snel mogelijk naar de vrachtwagen terug te gaan. Het eerste stuk moeten ze nog diep door het water waden. Op dat moment slaan de pelikanen toe. Ze vliegen naar het kratje en wippen met hun bek het kleedje omhoog en jatten er snel een vis uit. De mannen voelen de aanval van de pelikanen en willen natuurlijk zo veel mogelijk vis in de vrachtwagen krijgen. Zodra ze uit het diepe water zijn, gaan ze rennen. Het is een prachtig spel om te zien. Onze tweede dag duiken gaat wat soepeler. Ons materiaal is bekend, het wetsuit trekken we nu in de boot aan. We gaan weer naar Isla Salango, maar op een andere plek en drijven dan met de stroming terug naar de kust. Het zijn twee mooie duiken waarbij we weer een schildpad zien, heel veel vissen, zeeslangen en een griezelige murene eng om ons heen zwemt. Ook zijn er veel octopussen nu. Eentje zwemt mijn stabjack binnen. Luna wijst er in paniek op, maar hij is er aan de andere kant al weer uitgezwommen, maar heeft wel twee inktwolkjes achtergelaten. Het waren vier heerlijke duiken. We bedanken Freddy en Ronny en gaan weer naar huis. Luna heeft nog energie over en wil nog graag een surfles, dus ik rij om half 5 nog met haar naar het volgende dorp Ampaye, waar ze in de schemering een uur les krijgt van Sebastiaan. Er hangt een rode vlag op het strand, maar dat is voor het zwemmen zegt Sebastiaan, surfen kan wel….

Na vijf dagen is het weer tijd voor een nieuw avontuur. Weer naar een stad. Cuenca. Een mooi koloniaal stadje van 330.000 inwoners in het Zuiden van Ecuador en gelegen op 2500 meter hoogte. Dit is weer een lange reisdag. We zijn wat lui en vertrekken pas om 10:30. Er is altijd veel te zien langs de weg. Mensen leven hier gewoon meer op straat en langs de hoofdweg. Overal zijn winkeltjes, kraampjes, staan mensen op de bus te wachten. Ook hier weer de specialisaties. We zien opeens out of the blue een paar kilometer alleen maar kraampjes met vrolijk gekleurde hangmatten. Een hangmat is altijd handig voor onder ons prieeltje in de tuin. We bekijken alle mooie kleuren en kopen voor maar 25 dollar een hele fel gekleurde XL hangmat. Dat wordt weer heerlijk liggen en schommelen in onze tuin. We reizen via Guayaquil. Dit is een stad van 2,7 mln inwoners. We hebben hier veel file en lunchen bij Café en Pastel. Onze ETA wordt na zonsondergang. Na de vele kilometers in de vlakte, rijd ik weer omhoog. Al snel klimmen we de mist in. Na heel veel scherpe bochten komen we boven de wolken uit. Een prachtig gezicht. De zon is al langzaam aan het zakken. We rijden Parque Nacional de Las Cajas in. Een natuurpark met honderden kleine meertjes. Het doet heel ruig en Schots aan, maar dan op 4000 meter hoogte. Een speciale boom heeft zich hier ook aan de hoogte aangepast. Een spooky boom. In de schemering rijden we door dit mooie landschap. Na de pas van 4100 meter hoogte, dalen we af naar Cuenca. Google Maps wijst ons de weg. In het drukke stadscentrum staat ons koloniale hotel Victoria. We zien geen parkeerplek. De man van de receptie stapt bij mij voor in de auto en laat mij zien hoe ik kan omrijden naar de achterkant van het hotel aan de rivier. Het is echt een koloniaal hotel met vier verdiepingen en ruikt heerlijk. De 4e grenst aan het drukke straatje in het stadshart, de 1e kijkt uit op de goed onderhouden bloementuin en de rivier beneden. We hebben een prima, maar kleine kamer op de 1e verdieping. Ziet er goed uit!

Van het strandje opeens weer in het drukke stadsleven. Cuenca’s centrum heeft mooie gekleurde huisjes en gevels. Een paar gezellige plaza’s en op elke hoek staat bijna een mooie kerk. We eten bij een heerlijk Colombiaans restaurant (Moliendo Café) en slenteren in de avond nog over Plaza Calderon. De Lonely Planet roemt het ijs bij Angelus. café. De meiden roepen dat ze 3 bolletjes willen. Ik probeer ze nog tegen te houden met het argument dat het hier waarschijnlijk wel grote bollen zijn, maar ze zijn onvermurwbaar. Voor 3,60 dollar krijgen ze een plastic bak vol ijs. In Nederland zouden dit minimaal 6 tot 7 bolletjes zijn. Beteuterd kijken ze naar hun reusachtige coupe. Dat wordt een onmogelijke opgave 😉

De volgende dag bezoeken we het Museo Pumapunga. Er is een tijdelijke tentoonstelling met werken van Salvador Dali en op de 2e verdieping hebben ze de kleding, cultuur, huizen van verschillende bevolkingsgroepen van Ecuador neergezet. Heel leuk om te zien. We slenteren wat door de stad, Dille krijgt nieuwe gelnagels, lunchen met een heerlijk meergranen broodje en Luna en ik zoeken naar een yogales in het Parque del Madre. Vanwege de motregen ging het niet door, dus spelen we maar wat op fitness- en speeltoestellen. In het park staat een zuil met een aanduiding van de UV straling van die dag en welke voorzorgsmaatregelen je kunt nemen per niveau. Sowieso is er veel overheidscommunicatie in Ecuador. Overal staan borden langs de weg dat je geen afval moet weggooien en de natuur moet respecteren. Er staan verbodsborden voor rijden met een smartphone ’S Avonds bezoeken we nog de Jazz club.

De volgende dag rijden we naar Gualaceo en Chordeleg. Hier zijn op zondag markten. We zien heel veel fruit/groente en vleesmarkten. Voor vegetariërs iets minder om te zien. Hele grote roodgeblakerde varkens liggen in de kraampjes. De varkenskoppen ziet er angstaanjagend uit. Het fruit is een stuk leuker om te zien. Veel mensen eten hier met de familie. Vanuit de hele omgeving komen ze voor hun wekelijkse boodschappen naar de markt. Ook is er veel kleding te koop, huishoudelijke artikelen en een paar toeristenkraampjes. We zien veel rode en paarse poncho’s en de bekende Panama hoeden. In Chordeleg zijn ze gespecialiseerd in sieraden. Dille scoort er mooie oorbellen en Luna een mooi kettinkje. We doen een detour en rijden over een – door de EU gesponsord- heel smal gammel bruggetje over de rivier. ’S Avonds weer lekker eten en een kort bezoek aan een foute en duisterej karaokebar.

Dan wacht ons volgende avontuur alweer. Hoog de bergen in. We rijden weer naar het noorden en maken een tussenstop bij de Inca ruïnes van Ingapirca. Deze zijn uit dezelfde tijd als Machu Picchu. Helaas hebben de Spanjaarden veel gesloopt en stenen gebruikt voor de bouw van hun steden. Maar wat er nog staat, is indrukwekkend. Het belangrijkst is de ovale Tempel of the Sun. Deze werd gebruikt als een observatorium voor de kalender en ceremonies. De tempel is nog goed intact. Samen met de mistflarden erachter en bruingrijze lama’s die er los rondlopen een heel mysterieus gezicht. De gids van de lokale Canari bevolkingsgroep vertelt met trots veel over de ruïnes. Ze is warm aangekleed, want het waait en is 10 graden. Ze vertelt dat het in hun “zomer†gelukkig warmer is. Ik vraag hoeveel warmer precies. Dat blijkt 15 graden te zijn….

We rijden weer verder, kopen voor 1 dollar drie grote trossen kleine bananen en nemen een lokaal oud en zeer gerimpeld vrouwtje mee voor een korte lift naar het volgende dorp. Ze zit naast onze meiden op de achterbank en zoekt in haar kleine portemonneetje naar geld omdat ze ons 50 dollarcent wil betalen. Dat is natuurlijk niet nodig. De zon breekt door en voor het eerst sinds 8 dagen zien we weer een blauwe lucht. In de verte zien we de besneeuwde hellingen van de Chimborazo (6263 m). Ons doel is Comunitario La Esperanza, een kleine gemeenschap zo’n 15 kilometer ten noorden van Guamote. Hier slapen we in een klein schattig boerderij huisje op wel 3600 meter hoogte. We worden heel vriendelijk ontvangen door Fabiola en Francisco. De kachel is al opgestookt voor ons. Er liggen koekjes en snoepjes voor ons klaar, hele warme dekbedden en dekens en (echt waar) 4 paar crocs. Echt heel erg met liefde verzorgd. Als het helder is, kun je vanuit hier bijna alle hoge vulkanen van Ecuador zien. Rosa en Sandra bereiden voor ons een lokale maaltijd. Ze praten hard en heel duidelijk Spaans en vertellen vol trots over hun gemeenschap. Waarover later meer. We duiken er vroeg in.



Balu en Tito

Reisverslag Ecuador Posted on Wed, July 31, 2019 05:43:07

Voor ons staan drie minions bij het stoplicht. Met zijn drieën aan elkaar vast, laten ze een grappig dansje zien. Vlak voor het stoplicht op groen springt, lopen ze bij de auto’s langs om geld in te zamelen. Welkom in Quito. Waar niet alleen verkopers van fruit, kranten en pinda’s bij de stoplichten staan, maar ook heuse korte optredens gegeven worden. We hebben al een saxofonist, een voetballer en twee hiphoppers gezien. Een stad op een hoogvlakte van 2800 meter hoogte. Met rechthoekige gekleurde huizen in een regelmatig patroon tegen de heuvels op geplakt. We slapen in het lager gelegen Cumbaya, een suburb van Quito op 2200 meter hoogte, in Villa Magnolia, een oase in alle drukte. In de grote groene tuin staan zes avocadobomen maar de Duitse eigenaresse lust zelf geen avocado’s. Wel haar vijf honden, die er gezellig rondlopen. Dus eten wij heerlijk avocado’s bij het ontbijt. Hier kunnen we prima acclimatiseren en wennen aan de hoogte en bijkomen van de jetlag.

De eerste dag beginnen we met een stadswandeling door The Old Town. Op het centrale plein, vindt een demonstratie plaats. We zien wat oudere mensen en begrijpen dat er gedemonstreerd wordt tegen de bevriezing van de pensioenen. Pensioenleeftijd is hier overigens nog 65 jaar. Het is een drukke stad met helaas veel auto’s en dan voornamelijk veel kanariegele taxi’s. En er rijden veel trolleybussen rond, die toch ook naar diesel stinken. Hoogtepunt van de wandeling is wel de klim op de torens van de Basiliek. Het zijn zeer steile trappen, die buitenlangs de torens in het luchtledige omhoog gaan. Niet helemaal prettig, maar het uitzicht daarna is prachtig. Aan de ene kant Old Town met gekleurde laagbouw en aan de andere kant de New Town met moderne hoogbouw. We regelen deze dagen ook een nieuwe simcard voor onze reserve mobiel. Dat had nog al wat voeten in de aarde, want ons Thaise moto toestel zou permanent geblokkeerd zijn. Gelukkig was daar een Ecuadoriaans whizzkid die voor 20 dollar ons toestel simlock vrij kon maken zodat wij voor 10 dollar een maand lang 2 gigabyte en onbeperkt whatsapp hebben. Handig voor onze reis.

We pikken onze huurauto, een nieuwe witte Suzuki Gran Vitara op bij Budget rent a car en onze rondreis kan beginnen. Eerst zuidwaarts richting Parque Nacional Cotopaxi. Met 5980 meter een van de hoogste en nog actieve vulkanen van Ecuador. We rijden steeds verder omhoog door een sprookjesachtig en wit mistig landschap. Op een groene vlakte naast een kronkelende rivier staat een grote groep wilde paarden. Wat een prachtig gezicht. We rijden nog verder omhoog naar de voet van de vulkaan. Langzaam verandert het landschap. Bomen en struiken verdwijnen. Zelfs de lage bloemen verdwijnen totdat we alleen nog maar door lavagruis heenrijden. Als we uitstappen bij een parkeerplaats ziet Luna op Snapchat dat we op 4610 meter hoogte zitten. Zo hoog zijn we nog nooit samen geweest. We voelen de hoogte wel. Een klein wandelingetje omhoog is erg vermoeiend. We zien helaas alleen maar flarden van de vulkaan. Het gaat sneeuwen, het waait en is erg koud. We besluiten weer terug te gaan.

Onze volgende overnachtingsplek is Isinlivi dat op de zogenaamde Quilotoa loop ligt. We bellen onze mountain Lodge Llullu llama dat we iets later aankomen. Ze adviseren ons via Sigchos te rijden en zeggen dat het nog ver is en wel twee uur rijden. Op de kaart zien we echter een gestippelde dirt road die sneller naar Isinlivi gaat. We besluiten de gok te nemen. Al snel heeft Google Maps geen bereik meer en staan we voor een splitsing. Vertwijfeld kijken we om ons heen. We willen niet fout rijden en in het donker aankomen. Op het land zie ik een man in een roodkleurige poncho aan het werk. “Buenos tardesâ€, roep ik. “Donde es la strada para Isinlivi?â€. Hij glimlacht naar ons en wijst naar links. Bij elke volgende kruising, vragen we een voorbijganger “Isinlivi?â€. Iedereen helpt ons enthousiast. De weg wordt steeds smaller en steiler. We rijden op instabiele hellingen met flinke afgronden naast ons. Het voelt steeds meer als een van de “most dangerous roads in the worldâ€. De uitzichten zijn adembenemend mooi, zeker als er op een gegeven moment witte wolken komen binnendrijven en zich speels in de dalen met lappendeken motieven nestelen. Na ruim een uur rijden we het gehucht Isinlivi binnen. Daar is onze Lodge. Llullu Llama is een prachtig hostel op 2900 meter hoogte. We worden meteen verwelkomd door Balu, de Sint Bernard die zelfs een eigen instagram account heeft. Balu probeert onze auto in te komen en pakt onze zakdoekjes weg die hij even verder op smakelijk oppeuzelt… Naast de cabana’s staat ook het vriendje van Balu. Een zwarte lama Tito genaamd. Tito houdt van wortels. Onze cabana ligt iets naar beneden en heeft een balkon (met hangmat!) met prachtig uitzicht op het dal. De lodge is heel erg bezig met duurzaamheid en dus heeft elke cabana een compost toilet met houtsnippers. Er is een kleine Spa met jacuzzi en sauna, een kleine yoga studio met alleen maar glazen ramen en dus een fantastisch uitzicht en onbeperkt (groene) thee. Wat een perfect plekje! Tenslotte is er een grote eetzaal waar iedereen ’s avonds en ’s ochtends samen eet. En er is geen WiFi. Dus een verplichte digital detox. Luna en ik zitten samen aan de tafel “vegetarianâ€. We zitten bij een paar Nederlanders, een Zuid-Afrikaanse en een Amerikaanse. We wisselen reisverhalen uit. Het driegangenmenu is super lekker. Wat is dit gezellig.

Na een heerlijk ontbijt met heel veel vers fruit, beginnen we aan onze hike naar Maligna Pamba. Dit is een kleine gemeenschap zo’n 12 kilometer verderop. Dat klinkt niet ver, maar we moeten ook bijna 800 m stijgen en 400 m dalen en dat 3100 meter hoogte. Dus best vermoeiend. Eerst lopen we langs een dirt road maar al snel lopen we langs berghellingen met verschillende kleurschakeringen groen. Af en toe komen we een kleine huisjes tegen. Dat weten we al van een afstand, want dan gaan de waakhonden hard blaffen. Voor de zekerheid nemen we dan een steen in onze hand. De routebeschrijving is niet heel erg duidelijk, dus af en toe moeten we echt even zoeken en goed kijken waar de paden naar toe gaan. Na ruim vier uur bereiken we het dorpje. Er klinkt muziek op het centrale plein. Vandaag is er een dorpsfeest omdat de schoolvakantie is begonnen. Het hele dorp en de omgeving heeft zich verzameld rondom het plein, dat in deze dorpjes bestaat uit een betonnen basketbal/volleybalveld en een tribune. Er staan grote luidsprekers en kleine kinderen dansen samen met een verklede Minnie Mouse en een zwart-witte koe.

We hebben wel honger gekregen na deze hike en krijgen een lekkere almuerzo in een van de huizen. Locro de papas (aardappelsoep met avocado) vooraf en groente en mais als hoofdgerecht. We hadden ook voor cavia kunnen kiezen (de lokale delicatesse), maar dat deed ons te veel aan huisdieren in Nederland denken. De jefe van het dorp (zeg maar de burgemeester) geeft ons een rondleiding en vertelt over de geschiedenis van het dorp aan de hand van tekeningen op de muur van de school. Een Amerikaanse was hier ooit verdwaald en twee jongens uit het dorp hebben haar geholpen. Als dank heeft ze veel geld ingezameld voor het dorp en is er nu een mooie school met 12 leraren voor 200 kinderen uit de wijde omgeving. Ook is er een waterleiding en riolering aangelegd. De burgemeester, Philipino genaamd, vertelt erg trots over de gemeenschapszin. In Ecuador heet dat “Mingasâ€. Samen de schouders eronder zetten en iets samen bouwen. Daarna bezoeken we samen met de zoon van Philipino zijn abuelo (opa) die net buiten het dorp woont. Een paar kleine simpele hutjes. De oude man heeft zo’n 30 schapen. Dat is een kostbaar bezit hier. Bij verjaardagen en feesten wordt er voor de hele familie eentje geslacht. In een klein hutje lopen tientallen cavia’s rond, niet als huisdier dus, maar om op te eten. De oude man vertelt hoe hij meerdere kinderen heeft verloren toen ze klein waren, aan ziekte en ongelukken (uit de auto gevallen). Hij is erg trots op zijn schoonzoon Philipino. We gaan weer terug naar het feestgedruis en kijken naar de lokale volleybalcompetitie. Na een poosje zien we slecht weer aankomen en besluiten we terug te gaan. Staand achterin de pick-up van Giovanni van de lodge met onze haren in de wind rijden we terug naar Llullu Llama. Luna, Dille en ik volgen om 17 uur nog een intensieve yoga les bij Emely, een Amerikaanse die hier al een maand is. Bijzonder om zonnegroeten te doen met zo’n mooi uizicht. Daarna heerlijk in een hete jacuzzi en koud afdouchen. Wat een heerlijke dag.

De volgende ochtend verloopt iets anders dan gepland. Andre is ’s avonds ongelukkig terecht gekomen toen hij van een muurtje afsprong dus we gaan eerste langs een lokale huisartsenpost of het niet gebroken is. Dat blijkt gelukkig niet zo te zijn. De vriendelijke arts (met knalroze lippenstift) wil een injectie geven tegen de pijn, maar dat slaat Andre beslist af. Drukverband om en diclofenac mee. We hoeven niets te betalen want de gezondheidszorg is gratis in Ecuador. Vandaag dus geen hike met zijn vieren. Ik rijd over een hele avontuurlijke weg (lees smal over een instabiele puinhelling) naar Quilatoa toe op 3800 meter hoogte. Hier staan we op de rand van een krater met beneden een prachtig blauw meer beneden. Andre blijft boven en ik daal met de meiden af. Het is een lastig pad maar na een half uur komen we 400 meter lager bij het meer uit. Eerst samen lekker lunchen en dan een kayak huren, want dat kan hier. De meiden gaan samen en ik alleen. Ik kan ze niet bijhouden. Ze gaan helemaal naar het midden van het meer. Prachtig! Alleen kwamen we wel er achter dat Luna allergisch is voor aluminium. Haar handen waren helemaal opgezwollen door de peddel. De weg terug omhoog is vermoeiend. Het pad is zanderig. 80% van de toeristen gaat voor 10 dollar op de rug van een ezel of paard omhoog. Dat vinden wij dierenmishandeling, dus dapper happen we al het stof in en ploeteren we door naar boven.

We vinden het echt jammer om weg te gaan van deze mooie mountain lodge. We zullen het uitzicht , het samen eten met de andere reizigers en Balu echt gaan missen. Er staat een flinke reisdag voor de boeg. Het is maar 430 km, maar Google Maps geeft aan dat het 8,5 uur rijden is naar Puerto Lopez aan de kust. Van bijna 4000 meter hoogte naar zeeniveau met nog een paar heuvelruggen langs de kust, dat zijn heel veel bochten. In Sigchos tanken we en kijken nog even op de lokale markt. Sigchos heeft trouwens het stoplicht ontdekt. Op bijna elk kruispunt staat er eentje. Echt hilarisch in zo’n klein dorp met heel weinig verkeer. De afdaling gaat door veel klimaatzones heen. Van droog, naar meer nevelwoud, bananenplantages en een droge kuststreek. Niet alleen de vegetatie verandert. Ook de kleding van de mensen. Van warme poncho’s en mutsen, naar korte rokjes en hemdjes. De huizen zijn anders, het verkeer is drukker. Echt bijzonder om zo te zien. De weg is weer de levensader. Overal huizen en kraampjes langs de weg. Ik blijf mij erover verwonderen dat elke keer weer een groep kraampjes precies hetzelfde verkoopt: dus of alleen ananas, of alleen honing of alleen kokos. Ook in stadjes zie je straten met alleen maar autobanden, of alleen maar bezems en emmers. Dan zit je toch steeds dicht naast je concurrent. Vlak voor de kust, zien we een verkeersbord met daarop “Pas op! Mistâ€. En serieus, zo’n 300 meter verder rijden we de mist in. Zou dat dus elke dag hier zijn? Vlak voor het donker komen we aan in Puerto Lopez. Onz hosteria Mandala is groot en de mensen van de receptie zijn erg vriendelijk. We hebben de familie bungalow Mariposa (vlinder) met een groot balkon met twee hangmatten. Binnen is een sala de juegos (spelletjeskamer). Er staat een biljart, tafelvoetbal, airhockey en darts. Wij gaan hier ons wel vermaken de komende dagen!



Land op de evenaar

Reisverslag Ecuador Posted on Sun, July 21, 2019 00:09:01

Ecuador stond al jaren op onze bucketlist. Maar elke keer waren de tickets te duur. Deze keer de app ‘Hopper’ geïnstalleerd na een advies van een medereiziger en uiteindelijk tickets tegen redelijke prijzen kunnen kopen. Ecuador trekt ons aan vanwege het ruige (vulkanische) berglandschap, de kleurrijke cultuur, de alpaca’s en natuurlijk de Galapagos.

Na verlekkerd enige reisschema’s van andere reizigers bekeken te hebben, besluiten we het rustig aan te doen. We zitten bijna overal 3 nachten of meer. Galapagos is het daarom toch niet geworden. Dat paste niet goed in de route. En was ook best duur. Bovendien willen we graag duiken nu de meiden hun open water hebben gehaald en de Galapagos is dan te moeilijk qua stroming en diepte. We gaan dus nu naar “poor man’s Galapagos”. Namelijk Isla de la Plata vlak voor de kust. Hier hebben ze gedeeltelijk dezelfde dieren als op de Galapagos en het is bovendien walvisseizoen. De duiken zijn hier meer geschikt voor beginners.

De route is als volgt:

· Quito

· Isinlivi

· Puerto Lopez

· Cuenca

· Guamote

· Banos

· Tena

· Otavalo

We hebben er enorm veel zin in. Luna heeft al een prachtige bullet journal voorbereid voor Ecuador en Dille gaat voor een verslag met filmpjes op haar telefoon.

Deze keer meer warme kleren ingepakt dan normaal en stevige wandelschoenen aangeschaft, want we zullen veel gaan wandelen in dat prachtige landschap. Wel een beetje rustig aan acclimatiseren vanwege de hoogte. We hebben weer prachtige plekken (mountain lodges, strandhostel, koloniaal stadshotel en lokale B&B) geboekt om te slapen. Ik verheug me nu al enorm om mooie kleurrijke foto’s te maken.